Overslaan en naar de inhoud gaan

Europees Comité voor Sociale Rechten publiceert oordeel over Belgische bedelverboden

Op 17 augustus 2026 publiceerde het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR) zijn beslissing in de zaak International Federation for Human Rights (FIDH) en International Movement ATD Fourth World t. België. De klacht had betrekking op gemeentelijke reglementen die bedelarij verbieden of beperken in verschillende Belgische steden en gemeenten. Het Comité oordeelde dat België daarmee het recht op bescherming tegen armoede en sociale uitsluiting (artikel 30 van het Europees Sociaal Handvest) en het discriminatieverbod (artikel E van het Handvest) heeft geschonden.

Het Comité stelde drie schendingen vast.

  1. Bedelverboden en -beperkingen schenden het recht op bescherming tegen armoede en sociale uitsluiting

Volgens het Comité verergeren gemeentelijke verboden en beperkingen op bedelarij de reeds kwetsbare positie van personen die in armoede leven en dragen zij bij tot hun stigmatisering. Daarnaast zijn sommige reglementen onvoldoende duidelijk geformuleerd, waardoor ruimte ontstaat voor uiteenlopende interpretaties en een mogelijke willekeurige toepassing. Het Comité besloot dat deze beperkingen niet noodzakelijk zijn in een democratische samenleving.

  1. Gebrek aan een doeltreffend rechtsmiddel

Het Comité stelde ook vast dat personen die bedelen in de praktijk onvoldoende toegang hebben tot een doeltreffend rechtsmiddel om gemeentelijke bedelverboden aan te vechten. Hun sociaaleconomische situatie en hoge mate van maatschappelijke uitsluiting maken het bijzonder moeilijk om procedures voor de Raad van State op te starten en hun rechten effectief af te dwingen.

  1. Indirecte discriminatie op grond van herkomst en sociaaleconomische status

Ten slotte oordeelde het Comité dat de betrokken reglementen een onevenredige impact hebben op groepen die reeds een achtergestelde positie innemen, waaronder personen van Roma-afkomst. Daardoor vormen deze maatregelen een indirecte discriminatie op grond van etnische afkomst en sociaaleconomische status.

De beslissing is van belang voor Vlaamse steden en gemeenten die bedelarij via lokale reglementen reguleren. Met deze beslissing benadrukt het ECSR dat maatregelen die bedelarij verbieden of beperken vanuit mensenrechtelijk perspectief zorgvuldig moeten worden beoordeeld. Hoewel het Comité erkent dat overheden in bepaalde omstandigheden bedelarij kunnen reguleren, oordeelt het dat een groot deel van de Belgische gemeentelijke bedelverboden en -beperkingen niet voldoet aan de vereisten van proportionaliteit en non-discriminatie.

De uitspraak onderstreept dat beleidsmaatregelen inzake armoede en openbare orde niet mogen leiden tot verdere uitsluiting van mensen die zich reeds in een bijzonder kwetsbare situatie bevinden. Overheden dienen in de eerste plaats in te zetten op sociale inclusie, ondersteuning en de bestrijding van armoede, eerder dan op maatregelen die personen in armoede sanctioneren.

Lees hier het oordeel