Mensenrechtelijk kader: het recht op onderwijs voor personen met een handicap
Iedereen heeft recht op onderwijs. Met het oog op gelijke kansen, moeten ook leerlingen met een handicap dat recht ten volle en zonder discriminatie kunnen uitoefenen. Op de overheid rust de actieve plicht om het recht op inclusief onderwijs te waarborgen. Dit volgt uit het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VRPH) en uit het bredere mensenrechtenkader, dat verplicht tot een geleidelijke evolutie naar een inclusief onderwijssysteem.
Dit referentiedocument verduidelijkt wat het VRPH precies zegt over het recht op onderwijs voor personen met een handicap en welke verplichtingen dit voor de overheid met zich meebrengt. We vertrekken daarbij vanuit het VRPH en de interpretatie van het toezichthoudend VN-comité (het Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap). Dit vormt voor het Vlaams Mensenrechteninstituut, gezien ons bijzonder mandaat, het centrale referentiekader. Daarnaast bespreken we hoe het recht op onderwijs voor deze specifieke doelgroep verder wordt ingevuld in andere (internationale) rechtsnormen, relevante rechtspraak en de interpretaties van toezichthoudende comités.