School SBSO De Dageraad discrimineerde door redelijke aanpassingen te weigeren bij lessen via Bednet. Geen begin van bewijs voor andere aangevoerde discriminaties door de school en CLB GO! Next Hasselt
- Je kan hieronder de samenvatting van het oordeel en het volledige oordeel lezen.
- Je kan het oordeel ook downloaden in pdf-formaat.
Samenvatting oordeel
Situatie
Een moeder diende twee klachten in voor haar minderjarige zoon, een jongen met een autismespectrumstoornis. In de eerste klacht stelt zij dat de school SBSO De Dageraad, waar de jongen een schooljaar les volgde, hem redelijke aanpassingen weigerde en hem discrimineerde omwille van zijn handicap. De leerling volgde een deel van het schooljaar de lessen online via Bednet en met ondersteuning van een leerkracht voor tijdelijk onderwijs. Hij begon toen tics te ontwikkelen. Zijn moeder vroeg verschillende redelijke aanpassingen voor haar zoon bij het gebruik van Bednet. De school heeft die geweigerd. Volgens de moeder heeft de school ook onterecht geweigerd de jongen een examen thuis te laten afleggen. Ze stelt ook dat de afgesproken redelijke aanpassingen doorgaans niet uitgevoerd werden. Volgens haar hebben de school en scholengroep ten slotte haar discriminatieklacht onzorgvuldig behandeld.
De tweede klacht gaat over het CLB dat de jongen tijdens dat schooljaar opgevolgd heeft. Volgens de moeder heeft dat CLB zijn rol niet correct vervuld voor de redelijke aanpassingen van haar zoon. Ze stelt ook dat het CLB haar discriminatieklacht onzorgvuldig behandeld heeft.
Beoordeling door de Geschillenkamer
Klacht over de school en de scholengroep
De Geschillenkamer stelt vast dat de school ten onrechte verschillende aanpassingen weigerde bij het gebruik van Bednet. De eerste gevraagde aanpassing was om Bednet te laten aanstaan als de leerling niet actief kon deelnemen aan de les omwille van zijn handicap. De school stelde dat het in die gevallen nodig was om Bednet meteen af te sluiten voor het volledige lesuur, voor de veiligheid en aandacht van de medeleerlingen. Ze toonde echter niet aan waarom daarvoor het afzetten van geluid en camera van de leerling niet kon volstaan. De tweede gevraagde aanpassing was dat de moeder van de leerling mocht meevolgen in Bednet en voor haar zoon noteren wanneer hij dat omwille van zijn tics niet zelf kon. De school liet dit niet toe en kon niet onderbouwen waarom dit een onevenredige belasting zou hebben betekend. Een derde aanpassing was om de camera voor Bednet meer naar voren te plaatsen in het klaslokaal zodat de leerling het bord beter kon zien. De school toonde niet aan dat het voorzien van een geschikte kabel een organisatorische of financiële inspanning vraagt die voor de school een onevenredige belasting zou betekenen.
De indienster van de klacht stelde dat nog een vierde aanpassing bij het gebruik van Bednet geweigerd was en dat andere toegezegde aanpassingen niet of niet tijdig werden uitgevoerd. Ze kon echter niet aannemelijk maken dat op deze vlakken sprake was van een weigering van redelijke aanpassingen. Voor de vraag of haar zoon de paasexamens thuis mocht afleggen, oordeelt de Geschillenkamer dat geen weigering van redelijke aanpassing kan worden vastgesteld. Een aanpassing die afbreuk doet aan een objectieve en betrouwbare evaluatie, kan een onevenredige belasting kan vormen. De school had ook andere aanpassingen toegekend voor dezelfde examenperiode. Nadat bij het eerste examen bleek dat die aanpassingen niet volstonden mocht de leerling de andere examens wel thuis afleggen.
De Geschillenkamer onderzocht ook of de school en de scholengroep zorgvuldig omgegaan zijn met de discriminatieklacht van de moeder. De betrokken klacht bevatte een overzicht van eerdere klachten die al tussen de moeder en de school aan bod waren gekomen. Aangezien de school al heel wat stappen had ondernomen als reactie op de eerdere klachten en omdat de klachtbehandeling bij het Vlaams Mensenrechteninstituut al begonnen was, is er geen sprake van onzorgvuldige opvolging van een discriminatieklacht.
Klacht over CLB
De Geschillenkamer moest ook onderzoeken of het CLB geweigerd heeft redelijke aanpassingen mogelijk te maken voor de leerling. Uit het CLB-dossier van de leerling blijkt niet dat het CLB tekortgeschoten is in het verzekeren van redelijke aanpassingen. Het CLB antwoordde doorgaans op korte termijn op de vragen van de ouders van de leerling en organiseerde regelmatig overleg met de ouders en de school over de noden van de leerling. Het zat ook samen met de ouders om te bespreken welke obstakels de leerling ondervond en bood informatie over alternatieven. De Geschillenkamer oordeelt daarom dat geen weigering van redelijke aanpassingen door het CLB vastgesteld kan worden.
Uit de stukken blijkt ook niet dat het CLB de discriminatieklacht van de indienster van de klacht onzorgvuldig behandeld heeft.
Oordeel
Om die redenen oordeelt de Geschillenkamer over de klacht tegen de school en de scholengroep:
- dat er sprake is van een ongerechtvaardigde weigering van redelijke aanpassingen overeenkomstig het Gelijkekansendecreet door:
- de weigering Bednet te laten aanstaan wanneer de leerling niet actief kon deelnemen aan de les omwille van zijn handicap;
- de moeder van de leerling niet toe te staan mee te volgen in Bednet en voor hem te noteren wanneer hij dat door zijn handicap niet kon;
- de camera voor Bednet niet naar voren te verplaatsen in het klaslokaal zodat de leerling het bord kon zien;
- dat voor het overige geen discriminatie kan worden vastgesteld overeenkomstig het Gelijkekansendecreet.
Over de klacht tegen het CLB oordeelt de Geschillenkamer:
- dat geen weigering van redelijke aanpassingen door het CLB vastgesteld kan worden en;
- dat niet kan worden vastgesteld dat het CLB de discriminatieklacht onzorgvuldig heeft behandeld.
Aanbevelingen
Om de vastgestelde discriminaties te beëindigen, beveelt de Geschillenkamer school SBSO De Dageraad en scholengroep GO! Next aan:
- als structurele maatregel, een beleid uit te werken voor het gebruik van Bednet dat kan beantwoorden aan de concrete noden van de leerlingen met een handicap die er gebruik van maken. Dat vereist onder meer dat:
- de school Bednet niet steeds uitschakelt wanneer een leerling omwille van diens handicap niet actief kan deelnemen aan de les;
- ze voorziet dat een leerling andere mogelijkheden heeft om notities te krijgen tijdens de Bednetlessen wanneer de leerling omwille van diens handicap zelf niet kan noteren, bijvoorbeeld door een begeleider toe te staan tijdens deze lessen;
- ze verzekert dat technische aanpassingen voor de opstelling van Bednet in het klaslokaal binnen een redelijke termijn uitgevoerd worden.
Volledig oordeel
De Geschillenkamer, samengesteld uit voorzitter Sarah Lambrecht, bijzitter Koen Lemmens en bijzitter Marie Spinoy, en bijgestaan door griffier Dorien Geeroms, spreekt het volgende oordeel uit:
Procedure
De Geschillenkamer heeft de klacht tegen de school en de scholengroep ontvangen op 21 februari 2024.
De Geschillenkamer heeft de klacht tegen het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) ontvangen op 26 maart 2024.
Op 9 april 2024 besliste de Geschillenkamer om beide klachten te voegen met volgende motivering:
“De twee klachten gaan over dezelfde gevraagde redelijke aanpassingen voor de leerling in school SBSO De Dageraad. Gelet op de nauwe samenhang tussen de klachten 2024-0004 en 2024-0012 beslist de Geschillenkamer tot samenvoeging van beide klachten op basis van artikel 16, §2, VMRI-decreet.
Dit houdt in dat beide klachten vanaf nu één dossier vormen (met de rolnummers 2024-0004 en 2024-0012) en alle partijen in deze zaak de kans zullen krijgen op elkaars standpunten te reageren.”
De fase van het uitwisselen van standpunten en overtuigingsstukken werd afgerond op 12 september 2024. De Geschillenkamer ontving volgende stukken:
- het standpunt van 7 april 2024 van de school en de scholengroep over de klacht tegen hen
- het standpunt van de school en de scholengroep over de klacht tegen het CLB van 13 mei 2024
- het standpunt van het CLB over de klacht tegen hen en tegen de school en de scholengroep van 13 mei 2024
- het antwoord van de indiener van de klacht van 13 juni 2024
- het laatste antwoord van:
- de school en de scholengroep van 12 september 2024
- het CLB van 12 september 2024.
De leerling werd persoonlijk uitgenodigd om te worden gehoord. Hij ging niet op deze uitnodiging in.
De Geschillenkamer behandelde de zaak tijdens een hoorzitting op 16 oktober 2024. Op de hoorzitting waren beide partijen aanwezig. De indienster van de klacht nam online deel aan de hoorzitting. School SBSO De Dageraad en scholengroep GO! Next werden vertegenwoordigd door drie personeelsleden en een jurist van het Gemeenschapsonderwijs. Voor CLB GO! Next Hasselt waren er drie personeelsleden aanwezig.
De dag na de hoorzitting ontving de Geschillenkamer twee bijkomende stukken van de indienster van de klacht. De Geschillenkamer heeft beslist over deze bijkomende stukken tegenspraak te organiseren. School SBSO De Dageraad en scholengroep GO! Next bezorgden een reactie op 8 november 2024. CLB GO! Next Hasselt heeft geen reactie bezorgd.
Een klacht wordt pas doorgestuurd naar de Geschillenkamer nadat een (poging tot) bemiddeling is doorlopen bij de afdeling Eerstelijnsdienst en Bemiddeling van het Vlaams Mensenrechteninstituut.[1] Omwille van de vertrouwelijkheid van de bemiddeling mag de Geschillenkamer niet geïnformeerd worden over wat er zich tijdens de bemiddeling heeft afgespeeld.[2]
De Geschillenkamer beslist om verschillende stukken uit het dossier te weren omdat deze stukken inhoudelijk over de bemiddelingspoging gaan (stukken I.18, II.5a, II.5b en II.6 bij het antwoord van de indienster van de klacht). Om dezelfde reden beslist de Geschillenkamer om een onderdeel van twee andere stukken te weren (pagina 2 van stuk 2, pagina 7 van stuk 2a en pagina 3 van stuk 2C bij de klacht tegen de school). Dit wil zeggen dat de Geschillenkamer met deze (onderdelen van) stukken geen rekening houdt bij haar beoordeling.
Feiten
Deze zaak gaat over twee klachten die een moeder indiende voor haar minderjarige zoon, een jongen met een autismespectrumstoornis. In schooljaar 2022-2023 startte hij als leerling in het derde jaar Natuurwetenschappen op de school SBSO De Dageraad. SBSO De Dageraad is een school voor buitengewoon secundair onderwijs. De school en de scholengroep GO! Next, waarvan de school deel uitmaakt, zijn de verweerders voor de eerste klacht in deze zaak.
Omdat de leerling moeilijkheden ervoer in zijn klasomgeving, besloten de ouders en de school dat hij vanaf januari 2023 thuis online les zou volgen via Bednet, een systeem van online afstandsonderwijs. Een leerkracht voor tijdelijk onderwijs aan huis kwam ook vier uur per week langs om met de leerling aan taken en toetsen te werken.
Volgens de indienster van de klacht waren er verschillende problemen met het gebruik van Bednet. Ze vroeg daarnaast aan de school om bij sommige lessen aanwezig te kunnen zijn en om Bednet niet stop te zetten voor het gehele lopende lesuur wanneer de jongen tijdens dat uur een pauze nodig had. De school weigerde dit. De indienster van de klacht besloot om het gebruik van Bednet stop te zetten vanaf de paasvakantie van 2023. Ze vroeg ook verschillende aanpassingen tijdens de examenperiodes in het schooljaar 2022-2023, zoals de mogelijkheid om de paasexamens thuis af te leggen. De school stond deze aanpassingen gedeeltelijk toe.
Op 26 mei 2023 diende de moeder een klacht in bij de directie van de school. Daarin stelde zij dat de school redelijke aanpassingen voor haar zoon had geweigerd of slecht uitgevoerd had. Ze stelde ook dat leerkrachten haar zoon belachelijk maakten. In een brief van 31 mei 2023 bezorgde zij dezelfde klacht aan de scholengroep GO! Next. Vanaf het schooljaar 2023-2024 ging de leerling naar een andere school.
De tweede verweerder is het bevoegde Centrum voor Leerlingenbegeleiding (‘CLB’) voor de betrokken school. Dit CLB was tijdens het schooljaar 2022-2023 mee betrokken bij de opvolging van de leerling. Volgens de indienster van de klacht heeft het CLB zijn rol tegenover de leerling niet correct vervuld. Op 30 mei 2023 diende ze hierover een klacht in bij het CLB.
De klacht bij het Vlaams Mensenrechteninstituut tegen de school en de scholengroep is op 21 februari 2024 aan de Geschillenkamer bezorgd. De klacht tegen het CLB is op 26 maart 2024 aan de Geschillenkamer bezorgd.
Standpunten partijen
Standpunt indienster klacht
I. Over school SBSO De Dageraad en scholengroep GO! Next
De indienster van de klacht dient de klacht in voor haar minderjarige zoon. Hij had het van bij de start van het schooljaar moeilijk omwille van een erg drukke en onrustige klasomgeving.
De gebeurtenissen op de school hadden een zware impact op haar zoon, die op een bepaald moment zelfs een depressieve indruk gaf. Hij heeft daarvoor nog steeds psychologische begeleiding nodig.
De indienster van de klacht stelt dat de overschakeling in januari 2023 naar online lessen via Bednet en met een leerkracht voor tijdelijk onderwijs aan huis op zichzelf een redelijke aanpassing vormde, omdat de school geen lessen in een rustige klasomgeving kon bieden. Volgens haar gebeurde het vaak dat leerkrachten vergaten om Bednet op te starten of niet lieten weten dat er studie was in de plaats van les.
Haar zoon is vanaf eind januari 2023 uiteenlopende tics beginnen ontwikkelen, zoals zijn handen die verkrampen, zijn armen of voeten die ongecontroleerd bewegen, en blijven hangen in een zin en dan een rochelend geluid maken. Dat hij daadwerkelijk tics buiten zijn controle heeft, is bevestigd door een kinderneuroloog en een kinderpsychiater. De school had op 16 februari 2023 laten weten dat haar zoon actief moest deelnemen aan de lessen en die niet mag storen door geluidjes te maken die hoorbaar zijn voor andere leerlingen. De school vermeldde toen ook dat, als de leerling pauze moest nemen tijdens de les, Bednet voor dat lesuur zou worden uitgeschakeld.
Door de evolutie in de situatie van haar zoon en de reactie van de school daarop, had de indienster van de klacht verschillende bijkomende aanpassingen gevraagd voor het gebruik van Bednet:
- Dat de leerkrachten Bednet niet meteen zouden afsluiten voor het volledige lesuur als haar zoon tijdelijk niet actief deelnam aan de les. Hij vond het gênant om tijdens de tics in beeld te zijn op een groot TV-scherm in de klas. Hij wilde op zulke momenten even uit beeld tot rust komen.
- Dat zij haar zoon mocht helpen met noteren wanneer hij dat zelf niet kon door tics.
- Dat twee technische aanpassingen werden gemaakt. Ten eerste de camera meer naar voren plaatsen in het klaslokaal, zodat haar zoon deze camera minder ver zou moeten inzoomen om het bord te kunnen lezen. Ten tweede om haar zoon niet meer vooraan in de klas op een groot TV-scherm te projecteren. Als hij tics had, was dit voor hem erg confronterend en hoorde hij dat hij werd uitgelachen.
De school weigerde deze aanpassingen. Volgens de indienster van de klacht meenden de leerkrachten en de school dat haar zoon zijn tics ‘speelde’. Over de weigering van gevraagde aanpassingen stelt ze het volgende:
- Ze betwist het standpunt van de school dat het nodig was om Bednet altijd af te sluiten als de leerling een pauze nodig had, om het gevoel van veiligheid in de klas te bewaren en omdat de tics zijn medeleerlingen en de leerkrachten zouden storen tijdens de les. Deze overlast bleef beperkt, aangezien de leerling zijn micro altijd op stil zette. De school koos er volgens haar ook net voor om extra aandacht te vestigen op zijn tics door hem op een groot TV-scherm te projecteren.
- Voor de vraag over het noteren verwees de school naar het privacybeleid van Bednet. Dat stelt dat leerlingen de les alleen moeten volgen, maar voorziet in uitdrukkelijke uitzonderingen om medische redenen.
- De technische aanpassingen over de manier van projecteren en filmen had de school geweigerd omdat de school geen geschikte kabel kon vinden.
Volgens de indienster van de klacht liepen ook bij de examens zaken mis met gevraagde redelijke aanpassingen:
- Haar zoon kon zijn kerstexamens op school afleggen maar dat verliep bijzonder moeilijk. Hij moest bijvoorbeeld een volledig lesuur wachten op een examen wiskunde omdat de school vergeten was dat hij dat moest afleggen. Hij had daarvoor geen extra tijd gekregen. Hoewel was afgesproken dat hij het examen Nederlands op de laptop mocht afleggen in de zorgklas, moest hij plots van locatie veranderen voor het luisterfragment. De papieren versie van zijn examen geschiedenis kwam ook niet overeen met de versie op voorleesprogramma Sprint.
- Voor de paasexamens weigerde de school eerst de gevraagde redelijke aanpassing om de examens thuis te maken met de leerkracht voor tijdelijk onderwijs aan huis en eventuele videoverbinding met de school. Nochtans had de school dit wel toegestaan voor een leerling met Covid-19 (zonder een leerkracht voor tijdelijk onderwijs aan huis). Pas nadat een examen op school volledig was misgegaan en door tussenkomst van het Vlaams Mensenrechteninstituut, heeft de school de gevraagde aanpassing toegestaan voor de andere examens.
Volgens de indienster van de klacht communiceerde de school op gebrekkige wijze over de redelijke aanpassingen, stelde de school zich pas constructief op nadat zij klacht had ingediend bij het Vlaams Mensenrechteninstituut, en leefde de school de gemaakte schriftelijke afspraken herhaaldelijk niet na.
Zowel met de toepassing van Bednet als tijdens de examenmomenten ging het volgens de indienster van de klacht dus mis bij de praktische uitvoering van de toegezegde aanpassingen. Ze stelt verder dat verbetersleutels, toetsen en taken te laat en enkel na herhaalde vraag aan haar of de leerkracht voor tijdelijk onderwijs aan huis werden bezorgd. Ook werd haar zoon bijvoorbeeld niet correct geëvalueerd: gemaakte oefeningen werden bewust niet gequoteerd omwille van zijn geschrift terwijl hij een dispensatie had voor zijn motorische problematiek. De toegezegde redelijke aanpassingen bestonden volgens haar alleen op papier.
Volgens de indienster van de klacht werd haar zoon door de school ook in zijn waardigheid geschonden omwille van zaken die verband houden met zijn handicap. Ze wijst in het bijzonder op het volgende:
- De school vond het nodig om hem te bestraffen wanneer hij de toxische klasomgeving verliet, wat hem in therapie als coping mechanisme is aangeleerd.
- Hij kreeg nota’s voor ‘frequent storend gedrag’ omdat hij met vuile handen de klas in kwam, stenen mee de klas in nam of de stenen liet zien aan een leerkracht tussen de lessen.
- Leerkrachten lachten hem ook uit omwille van zijn hobby terwijl stenen zoeken hem tot rust brengt.
- Leerkrachten vergeleken hem met een ‘piepende salamander’ omwille van zijn vocale tics.
- Haar zoon werd herhaaldelijk bruut uit de Bednet lessen gegooid. De leerkrachten meenden dat hij zijn tics speelde en opzettelijk de les stoorde.
- Tijdens de Bednet lessen werd hij groot geprojecteerd op een scherm vooraan in de klas, wat resulteerde in ‘uitlach-tv’ tijdens zijn tics.
Volgens de indienster van de klacht is het niet relevant dat de school een ‘startende school’ is met veel beginnende leerkrachten. De school stelt zich voor als een school met de nodige expertise en moet haar beginnende leerkrachten opleiden. Om het merendeel van de discriminatie te voorkomen, was bovendien geen bijzondere expertise vereist. De leerkrachten van haar zoon waren op één uitzondering na leerkrachten met zeer veel ervaring. Ten slotte waren veel van de discriminerende maatregelen geen individuele beslissingen van leerkrachten maar werden die genomen door de directie of de klassenraad.
De indienster van de klacht geeft verder aan dat niet enkel haar zoon problemen ondervond. De klas van haar zoon bestond uit vijf leerlingen, die alle vijf ondersteuningsnoden hadden. Van die vijf leerlingen waren twee leerlingen na de kerstvakantie al van school of richting veranderd. Op het einde van het schooljaar veranderden de twee overgebleven leerlingen naast haar zoon ook van school of richting.
Ten slotte geeft de indienster van de klacht aan dat zij over haar discriminatieklachten bij de school en de scholengroep niets meer vernomen heeft na 5 juni 2023. Toen ontving ze een bericht dat de algemeen directeur met school en CLB zou samenzitten en dat een samenkomst was voorzien met de school en het VMRI.
II. Over het CLB
De indienster van de klacht diende ook een klacht in tegen het CLB dat tijdens het schooljaar 2022-2023 haar zoon opvolgde. Ze stelt dat het CLB diens rol bij het verzekeren van redelijke aanpassingen niet correct heeft vervuld. Volgens haar heeft het CLB geen enkele actie ondernomen om het welzijn van haar zoon op school te verbeteren. Het CLB heeft niets gedaan met de klachten van de ouders over de manier waarop de school met de leerling omging. Het weigerde het leerlingenverslag van de leerling in te kijken, ook al gaf de school daarvoor toestemming. Nochtans vermoedde zij dat die interne nota’s de discriminatie van haar zoon aantonen.
Daarnaast heeft het CLB haar zoon nooit gezien. Het CLB vond hier pas in mei 2023 de tijd voor maar toen was haar zoon al ingeschreven op een nieuwe school. Het CLB formuleerde ook ongegronde verwijten naar haar, zoals dat de tics van haar zoon zouden resulteren uit druk die zij oplegt.
De indienster van de klacht vraagt zich verder af waarom het CLB geen meldingsplicht heeft bij discriminerend gedrag van een school naar een kwetsbare leerling. Het CLB dat de leerling ondersteunt sinds zijn overgang naar een nieuwe school, is volgens haar ‘verrast/verbolgen’ over hoe haar zoon door de school en het CLB behandeld is.
Ten slotte stelt zij dat het CLB tekortgeschoten is in de behandeling van haar discriminatieklacht bij het CLB. Het CLB heeft volgens haar maandenlang geweigerd in te gaan op de bemiddeling bij het Vlaams Mensenrechteninstituut. Op geen enkel moment heeft het CLB de klacht inhoudelijk besproken en iets ondernomen.
Standpunten verweerders
I. School SBSO De Dageraad en scholengroep GO! Next
De school stelt dat zij meer dan redelijke aanpassingen heeft geboden aan de leerling en steeds met de ouders in overleg is gegaan. Ze heeft bijvoorbeeld zijn examens gespreid, de examentijd verlengd, toegestaan dat zijn moeder en de leerkracht voor tijdelijk onderwijs aan huis een begeleidende rol speelden tijdens de examens, en de evaluatievorm aangepast aan zijn individueel traject. De school past het leertraject van haar individuele leerlingen voortdurend aan in overleg met de ouder en de leerling en zorgt zo voor een onderwijstraject op maat, in functie van de onderwijsbehoefte van elke leerling. Ook voor deze leerling heeft ze aanpassingen geboden en bijgestuurd waar dat nodig was. Dat blijkt ook uit het feit dat de leerling geslaagd is aan het einde van het schooljaar. Er kan dus geen sprake zijn van discriminatie.
De leerling volgde les in een richting die bestond uit vijf leerlingen met elk verschillende ondersteuningsbehoeften. De noden van al deze leerlingen werden in kaart gebracht en in het belang van elke leerling werden klasafspraken gemaakt. De school moet erover waken dat extra ondersteuning voor één leerling geen oneerlijke situatie vormt voor de andere leerlingen.
De school geeft aan dat ze pas sinds eind februari 2023 een goed werkende internetverbinding heeft, waardoor er daarvoor geregeld problemen waren met de verbinding bij Bednet. Ondertussen heeft de school de afspraak gemaakt om vooraf te communiceren wanneer een Bednet les vervangen wordt door studie of andere opdrachten.
Over de gevraagde aanpassingen voor het gebruik van Bednet stelt de school het volgende:
- De keuze om Bednet af te sluiten in concrete gevallen, werd altijd voor het welbevinden van alle betrokkenen gemaakt. De andere leerlingen konden omwille van hun eigen sociale vaardigheden en emotionele ontwikkeling vaak niet gepast reageren op de ingrijpende symptomen van de leerling. Daardoor konden zij op dat moment ook niet goed focussen op de les. Volgens de school zorgden de symptomen ook voor een gevoel van onveiligheid in de klas.
- De leerkrachten sloten Bednet af voor de rest van het lesuur wanneer de leerling zijn GSM gebruikte om tot rust te komen. Leerlingen die de lessen online volgen, moeten zich ook aan de schoolregel houden dat een GSM niet gebruikt kan worden tijdens de les.
- Het afsluiten van Bednet voor de rest van het lesuur leek de school correct en evenredig doordat de leerling telkens de kans kreeg om het volgende lesuur opnieuw aan te sluiten. De school wilde zo ook vermijden dat ze hem zou overbevragen. Vaak was het trouwens de leerling zelf die uitlogde.
- Over het aansluiten van de moeder tijdens Bednet lessen heeft de school de organisatie die Bednet voorziet telefonisch bevraagd. Bednet gaf aan dat de leerling de les alleen volgt. Daarom en omwille van het onveiligheidsgevoel dat de aanwezigheid van de moeder zou creëren, vond de school het niet opportuun dat zij mee zou aansluiten.
- Voor de technische aanpassingen moet de school rekening houden met veiligheidsvoorschriften. Het projecteren van beelden op het TV-scherm in de klas kan ook voor betrokkenheid tussen de leerlingen zorgen.
Over de examens stelt de school het volgende:
- Zij betreurt wat is misgelopen bij de kerstexamens en heeft haar systeem van vooraf verzamelen van examens intussen aangepast. De leerling mocht de examens toen al in de zorgklas afleggen, met uitzondering van het onderdeel luistervaardigheden voor Nederlands. Deze evaluatie verloopt voor alle leerlingen om praktische redenen in de klas.
- Alle leerlingen leggen de examens af op school zodat leerlingen zich optimaal kunnen voorbereiden op verdere studies en zodat de school kan verzekeren dat haar evaluatiegegevens objectief en betrouwbaar zijn. Daarom weigerde de school de gevraagde aanpassing voor de paasexamens eerst. Toen dat tijdens het eerste examen op school voor de leerling niet mogelijk bleek, mocht hij de andere examens met de leerkracht voor tijdelijk onderwijs aan huis via een digitale verbinding afleggen.
- Omdat de school merkte dat niet alles even vlot verliep, heeft ze de leerling meer tijd gegeven voor de examens en is ze voor bepaalde vakken overgeschakeld naar permanente evaluatie.
- Om dezelfde reden heeft de school wel toegestaan dat de leerling de juni-examens thuis zou afleggen, met een onlineverbinding met de school. Vooraf was afgesproken dat dit met de leerkracht voor tijdelijk onderwijs aan huis kon. Omdat tijdens de examens bleek dat ook de aanwezigheid van zijn moeder de leerling geruststelde, heeft de school dit ook toegestaan. De school heeft ook extra tijd toegekend wanneer het langer duurde om het examen op te starten of wanneer de leerling een rustpauze nodig had.
- Na elk examen overlegde de school met de moeder om te bekijken of er moest worden bijgestuurd voor de volgende examens. De aanpassingen werden dus stelselmatig uitgebreid doorheen het schooljaar.
Over de beweerde uitspraken en vijandige behandeling van de leerling stelt de school dat klasafspraken gemaakt worden in het belang van alle leerlingen in de klas en hun diverse eigenschappen. Zo moesten alle leerlingen toestemming vragen als zij het klaslokaal wilden verlaten. Ook vroegen leerkrachten aan de leerling om zijn vuile handen te wassen zodat zijn werkbank en schoolmateriaal netjes is, om afleiding te voorkomen. De school benadrukt verder dat de schoolcultuur steunt op inclusie, gelijke kansen en respect voor elkaar. Leerkrachten worden daarin ondersteund en gecorrigeerd als ze daarvan afwijken. Voor verbetersleutels geldt ten slotte de afspraak dat die ter beschikking worden gesteld nadat de les is gegeven om te vermijden dat leerlingen de verbetersleutel gewoon overschrijven.
Als context geeft de school nog mee dat ze een startende school is. Elk jaar start op de school een groot aantal nieuwe leerkrachten. De school heeft intussen inspanningen gedaan om haar werking verder te verbeteren, onder meer door bijscholing en vormingen van het personeel en concrete afspraken over onder meer het delen van verbetersleutels.
II. CLB GO! Next Hasselt
Het CLB benadrukt ten eerste haar onafhankelijkheid ten opzichte van de school.[3] De school is voor het CLB een partner en het CLB heeft geen hiërarchische lijn naar de school. Controle over de school gebeurt niet door het CLB, maar door de onderwijsinspectie. Het ging daarom niet in op de vraag van de moeder op 21 april 2023 om de interne nota’s van de school te controleren. Het CLB meende bovendien dat dit niet zou bijdragen aan het welbevinden van de leerling.
Het CLB wijst erop dat de moeder van de leerling nog verschillende zaken aanhaalt die niet binnen het takenpakket van het CLB vallen. Het CLB heeft geen invloed op zaken zoals de cijfers op het rapport, de verwijdering van een leerling uit de klas of de praktische maatregelen voor het bevestigen van de kabel voor Bednet in het klaslokaal. Het CLB kan enkel in gesprek gaan met de school en proberen bemiddelen.
Het CLB stelt dat het de nodige inspanningen voor de leerling gedaan heeft en altijd in zijn belang heeft gehandeld. Het heeft ook zijn rol voor de redelijke aanpassingen van de leerling altijd correct vervuld en alternatieven voorgesteld wanneer de leerling moeilijkheden ervoer. Zo stelde het CLB al snel vast dat Bednet niet vlot werkte en stelde het alternatieven voor aan de moeder van de leerling. In maart 2023 heeft zij Bednet stopgezet zonder in te gaan op deze alternatieven. Het CLB heeft verder meermaals voorgesteld om de leerling te ontmoeten maar zijn moeder ging daar niet op in.
Tijdens het hele schooljaar heeft het CLB altijd geprobeerd in gesprek te gaan met de ouders van de leerling en met de school. Het CLB heeft daarvoor veel teambesprekingen en overlegmomenten georganiseerd met de betrokken actoren: de ouders, artsen en hulpverleners, de school, Bednet, en de leerkracht voor tijdelijk onderwijs aan huis. De moeder van de leerling vond dat een CLB-medewerkster tijdens een overleg van 14 maart 2023 de schuld voor de tics van de leerling bij de moeder legde. Op 28 maart 2023 heeft de medewerkster in een gesprek met de ouders duidelijk gesteld dat zij dit nooit heeft gezegd maar toch haar excuses aangeboden voor het feit dat de moeder dit zo interpreteerde.
Het CLB geeft verder aan te zijn geschrokken over de beweerde verklaringen van het huidige CLB van de leerling. Het CLB stelt zich de vraag of er ook stukken zijn die dit kunnen bevestigen.
Het CLB geeft aan dat het nergens een discriminatiemelding heeft gedaan omdat het zich op geen enkel moment verontrust voelde door het traject van de school met de leerling. Het CLB heeft bovendien voor discriminatie geen meldingsplicht.
Het CLB stelt ten slotte dat het de discriminatieklacht van 30 mei 2023 correct heeft behandeld. Het heeft de moeder van de leerling binnen de tien dagen gecontacteerd om een afspraak te maken voor een gesprek. Op vraag van de moeder heeft dit gesprek pas plaatsgevonden eind juni 2023. Op dat gesprek waren aanwezig: de directeur van het CLB, de psycho-pedagogisch consulent en de moeder van de leerling. Op 1 september 2023 is de leerling begonnen op een nieuwe school die niet binnen het werkingsgebied en de bevoegdheid van dit CLB valt.
Op 20 december 2023 contacteerde het Vlaams Mensenrechteninstituut het CLB om een bemiddeling te voeren in het dossier van de leerling. Volgens het CLB was het gebonden door de vertrouwelijkheid van het dossier en het beroepsgeheim van de leden van het CLB. Zodra uitgeklaard was dat het juridisch mogelijk was, heeft het CLB wel deelgenomen aan de bemiddeling.
Beoordeling door de Geschillenkamer
Tegenover de school voert de indienster van de klacht aan dat:
- de school haar zoon redelijke aanpassingen weigerde bij het gebruik van Bednet en tijdens de examenperiodes;
- de school afgesproken aanpassingen niet correct uitvoerde;
- haar zoon werd uitgelachen en bruut behandeld door leerkrachten;
- zij geen reactie van de school heeft gekregen op haar discriminatieklacht.
Tegenover het CLB voert de indienster van de klacht aan dat:
- het CLB diens rol in het verzekeren van redelijke aanpassingen en het tegengaan van discriminatie niet correct heeft vervuld;
- het CLB is tekortgeschoten in de behandeling van haar discriminatieklacht.
De Geschillenkamer moet in deze zaak beoordelen of er sprake is van een weigering van redelijke aanpassingen voor een leerling met een handicap (I) en van een intimidatie op grond van handicap (II). Zij moet ook nagaan of de school en het CLB een discriminatieklacht zorgvuldig behandeld hebben (III).
De Geschillenkamer merkt op dat beide partijen in hun standpunten ook verwijzen naar hoe zij zich zouden hebben opgesteld tijdens de bemiddeling bij het Vlaams Mensenrechteninstituut. De Geschillenkamer ontvangt klachten slechts nadat een poging tot bemiddeling is doorlopen bij de afdeling Eerstelijnsdienst en Bemiddeling van het Vlaams Mensenrechteninstituut. Als de bemiddelingsopdracht niet tot een resultaat leidt of kan leiden, wordt de klacht met instemming van de indiener doorgestuurd naar de Geschillenkamer.[4] Omwille van de vertrouwelijkheid van de bemiddeling mag de Geschillenkamer niet geïnformeerd worden over wat er zich tijdens de bemiddeling heeft afgespeeld.[5] De Geschillenkamer zal de onderdelen van de argumentatie van de partijen over de bemiddeling bij het Vlaams Mensenrechteninstituut dan ook niet meenemen in haar beoordeling.
I. Weigering van redelijke aanpassingen voor een leerling met een handicap
A. Algemene beginselen
Redelijke aanpassingen zijn aanpassingen waarop een persoon met een handicap recht heeft om te verzekeren dat die ten volle, daadwerkelijk en op voet van gelijkheid kan participeren in de samenleving. Die aanpassingen moeten obstakels voor een gelijkwaardige participatie voor de persoon met een handicap wegnemen. Een gevraagde aanpassing is dus een redelijke aanpassing als die er inderdaad voor kan zorgen dat de persoon met handicap op gelijkwaardige manier kan deelnemen aan bijvoorbeeld het onderwijs.
Een gevraagde redelijke aanpassing kan enkel worden geweigerd als ze een onevenredige belasting zou betekenen voor degene die de aanpassing zou moeten doen.
Een weigering van redelijke aanpassingen voor personen met een handicap vindt dus plaats wanneer:
- personen met een handicap een beperking ervaren in hun gelijkwaardige participatie in de samenleving;
- zij hiervoor redelijke aanpassingen vragen die obstakels voor gelijkwaardige participatie wegnemen;
- en die redelijke aanpassingen geweigerd worden, ook al betekenen ze geen onevenredige belasting.[6]
Het concept ‘onevenredige belasting’ lijnt af tot waar redelijke aanpassingen moeten worden geboden.[7] Hierbij wordt de impact van de redelijke aanpassing voor degene die haar moet doorvoeren en voor de ruimere omgeving bekeken in het licht van het doel van de aanpassing (de gelijkwaardige participatie voor de persoon met de handicap). Relevante factoren bij deze afweging zijn onder meer: de financiële en organisatorische impact van de aanpassing, de haalbaarheid van de aanpassing, de aanwezigheid van voor de hand liggende of wettelijk verplichte normen en de positieve of negatieve impact op anderen in de omgeving.[8]
De indienster van de klacht moet feiten aanvoeren die een weigering van redelijke aanpassingen kunnen doen vermoeden. Het is dan aan de verweerder om te bewijzen dat de gevraagde aanpassingen onredelijk zijn of een onevenredige last zouden betekenen.
B. Klacht over school SBSO De Dageraad en scholengroep GO! Next
De klacht over redelijke aanpassingen tegenover de school en scholengroep bevat drie onderdelen:
- Weigering van gevraagde aanpassingen voor het gebruik van Bednet (titel 1).
- Weigering van aanpassingen tijdens de verschillende examenperiodes van schooljaar 2022-2023 (titel 2).
- Niet correcte of late toepassing van andere aanpassingen (titel 3).
De school betwist niet dat de leerling een beperking ervaart of dat de gevraagde aanpassingen redelijke aanpassingen vormen. Ze stelt wel dat de gevraagde aanpassingen een onevenredige belasting zouden inhouden.
1. Aanpassingen bij het gebruik van Bednet
De Geschillenkamer onderzoekt of de school heeft aangetoond dat vier gevraagde aanpassingen bij het gebruik van Bednet een onevenredige belasting zouden inhouden voor de school.
De eerste gevraagde aanpassing was om Bednet te laten aanstaan als de leerling niet actief kon deelnemen aan de les omwille van zijn handicap, omdat hij bijvoorbeeld tics had of even tot rust wilde komen. De leerling verloor dan telkens het volledige lesuur. Volgens de school was afsluiten nodig om het gevoel van veiligheid in de klas te bewaren en omdat de tics zijn medeleerlingen en leerkrachten zouden storen tijdens de les. De school verwees ook naar de schoolregels dat een GSM niet gebruikt mag worden tijdens de lessen, omdat de leerling soms zijn GSM gebruikte om tot rust te komen.
Over de schoolregel over GSM-gebruik merkt de Geschillenkamer op dat redelijke aanpassingen per definitie vragen dat een aanpassing gebeurt in een bepaalde context en op maat van een persoon met een handicap. Die aanpassing verwijdert een drempel voor de persoon met een handicap die andere personen niet ondervinden. Dat een gevraagde aanpassing afwijkt van algemene afspraken kan dus op zichzelf niet aantonen dat zij een onevenredige belasting uitmaakt.
De negatieve impact van een aanpassing op de leermogelijkheden van andere leerlingen kan een onevenredige belasting vormen waardoor een aanpassing mag worden geweigerd. De Geschillenkamer aanvaardt ook dat de impact groter kan zijn in een klascontext waarin leerlingen sterk reageren op elkaar en verschillende leerlingen verschillende ondersteuningsnoden hebben.
De school toont echter niet aan dat het laten aanstaan van Bednet de veiligheid en aandacht van zijn medeleerlingen in grote mate zou verstoren. De school kan zelf bepalen of zij de camera en het geluid van de leerling laat aanstaan. Tijdens momenten waarop de leerling symptomen ervaart of een filmpje bekijkt om rustig te worden, kan de school dus bepalen in welke mate de andere leerlingen dit meekrijgen. Zeker als de leerling niet op groot scherm in de klas werd geprojecteerd, zoals de school tijdens de zitting stelde, lijkt de impact op de andere leerlingen beperkt. De school toont niet aan waarom het afzetten van camera en/of geluid bij de leerling niet kan volstaan om op dergelijke momenten het veiligheidsgevoel en de aandacht in de klas te bewaren. Ze brengt ook geen andere factoren aan die een onevenredige belasting aantonen. Om die redenen oordeelt de Geschillenkamer dat de school niet aantoont dat deze aanpassing een onevenredige belasting zou betekenen.
De tweede gevraagde aanpassing was dat de moeder van de leerling zou kunnen meevolgen in Bednet en voor hem noteren wanneer hij dat omwille van zijn tics niet zelf kon. Hier verwijst de school naar het privacybeleid van Bednet en een advies dat zij telefonisch van Bednet gekregen zouden hebben. De school stelt ook dat leerlingen of leerkrachten zich onveilig zouden voelen door haar aanwezigheid.
De Geschillenkamer stelt vast dat het privacybeleid van Bednet bepaalt dat leerlingen lessen via Bednet alleen volgen maar een uitdrukkelijke uitzondering bevat wanneer dit ‘nodig is omwille van de…medische problematiek…’. De school brengt geen stukken aan waaruit blijkt dat deze uitzondering niet van toepassing kon zijn voor de leerling of dat Bednet een verdergaand verbod zou hebben geadviseerd.
De Geschillenkamer aanvaardt dat de aanwezigheid van een ouder tijdens het onderwijs in sommige omstandigheden niet wenselijk is of voor extra spanning in een klasomgeving kan zorgen. Waar deze aanwezigheid gevraagd wordt om ondersteuning aan een leerling met handicap te bieden, moet deze negatieve impact echter voldoende concreet en afdoende bewezen zijn. Een abstracte verwijzing naar een mogelijk onveiligheidsgevoel kan daarvoor niet volstaan. Aangezien de school haar stelling op dat vlak niet verder onderbouwt, toont zij niet aan dat de aanpassing in de concrete situatie een onevenredige belasting zou hebben betekend.
De derde gevraagde aanpassing was om de leerling niet te projecteren op een groot TV-scherm vooraan in de klas. De school ontkende tijdens de zitting dat dit altijd gebeurde. Zij stelt dat het enkel uitzonderlijk gebeurde, bijvoorbeeld tijdens een klasgesprek, en er dan op gericht was het klasgevoel te versterken. Als enige element heeft de indienster van de klacht een foto bijgebracht van de website van de school, waarop een leerling zou worden geprojecteerd op een beeldscherm. Dit volstaat echter niet om aannemelijk te maken dat haar zoon voortdurend vooraan op een scherm geprojecteerd werd. De weigering van redelijke aanpassingen is dan ook niet aannemelijk gemaakt.
De vierde gevraagde aanpassing was om de camera voor Bednet naar voren te plaatsen in het klaslokaal zodat de leerling het bord beter kon zien. Volgens de indienster van de klacht is dit niet gebeurd, onder meer omdat de school geen voldoende lange kabel kon bevestigen. Tijdens de zitting gaf de school aan dat het tijd kost om infrastructuurwijzigingen aan te brengen in de containerklassen die de school huurt. De school kon niet bevestigen of zij daarover contact had opgenomen met de verhuurder. De Geschillenkamer is van oordeel dat de school niet aantoont dat het voorzien van een geschikte kabel een organisatorische of financiële inspanning vraagt die voor de school een onevenredige belasting zou betekenen. De school verwijst verder naar veiligheidsvoorschriften. Aangezien zij niet verduidelijkt welke voorschriften dit zijn en op welke manier de aangepaste opstelling van de camera daartegenin zou gaan, kan dit ook geen onevenredige belasting aantonen.
De Geschillenkamer oordeelt dat de weigering van de volgende redelijke aanpassingen een discriminatie uitmaakt:
- Bednet laten aanstaan als de leerling niet actief kon deelnemen aan de les omwille van zijn handicap.
- De moeder van de leerling laten meevolgen in Bednet en voor hem noteren wanneer hij dat omwille van zijn tics niet zelf kon.
- De camera voor Bednet naar voren verplaatsen in het klaslokaal zodat de leerling het bord beter kon zien.
2. Aanpassing tijdens examens
De indienster van de klacht stelt dat de school voor de paasexamens een redelijke aanpassing heeft geweigerd: de leerling toelaten de examens thuis af te leggen met de leerkracht voor tijdelijk onderwijs aan huis en eventuele videoverbinding met de school. Volgens haar heeft de school dit pas toegestaan nadat een examen op school volledig was misgelopen.
Uit het standpunt van de school blijkt dat zij aanvankelijk weigerde omdat ze in principe alle leerlingen de examens op school laat afleggen. Ze doet dit zodat leerlingen zich optimaal kunnen voorbereiden op verdere studies en zodat ze kan verzekeren dat haar evaluatiegegevens objectief en betrouwbaar zijn. Daarom vond de school het belangrijk dat ook de betrokken leerling de examens probeerde af te leggen op school. Toen de school merkte dat dit toch moeilijk was voor de leerling, heeft ze de aanpassing voor de andere examens wel toegelaten. De school heeft de leerling ook meer tijd gegeven en is voor een deel van de vakken overgeschakeld naar permanente evaluatie.
De Geschillenkamer aanvaardt dat zowel de school, de leerling als de andere leerlingen er belang bij hebben dat de evaluatie op een objectieve en betrouwbare manier verloopt. Als een gevraagde aanpassing afbreuk zou doen aan dat doel, kan de aanpassing een onevenredige belasting vormen. De school had ook een andere aanpassing doorgevoerd voor het eerste examen op school, namelijk om dat in de zorgklas af te leggen. Toen de school vaststelde dat deze aanpassing voor de leerling niet volstond, heeft ze de leerling toegelaten de andere examens thuis te maken en heeft ze ook andere aanpassingen voor de evaluatie gemaakt. In die omstandigheden oordeelt de Geschillenkamer dat geen discriminatie door een weigering van redelijke aanpassing kan worden vastgesteld.
3. Uitvoering van andere aanpassingen
De indienster van de klacht stelt verder dat de school op gebrekkige wijze over de redelijke aanpassingen communiceerde en de toegezegde redelijke aanpassingen niet of niet tijdig uitvoerde. Ze stelt ook dat de school zich niet constructief opstelde wanneer zij aanpassingen vroeg voor de leerling.
Een gebrekkige of ontbrekende uitvoering van afgesproken redelijke aanpassingen kan neerkomen op een weigering van redelijke aanpassingen. De noden van een leerling met een handicap kunnen bovendien evolueren doorheen het schooljaar of een gevraagde aanpassing kan niet het gewenste effect hebben. Als dan niet wordt bijgestuurd in de redelijke aanpassingen kan er ook sprake zijn van een weigering van redelijke aanpassingen. Het is aan de indienster van de klacht om dit aannemelijk te maken.
Uit de stukken blijkt dat de school doorgaans binnen een korte termijn antwoordde op klachten of bezorgdheden van de ouders van de leerling en hierover verder overleg plande. Het staat ook vast dat de school meermaals bestaande aanpassingen uitbreidde of nieuwe aanpassingen invoerde, wanneer de ondersteuningsnoden van de leerling dit vroegen. Dit gebeurde bijvoorbeeld door de overschakeling naar Bednet toen de leerling moeilijkheden ervoer in de klasomgeving en door het toestaan om de examens thuis af te leggen nadat dit op school niet mogelijk bleek. De indienster van de klacht maakt ook niet aannemelijk dat afgesproken redelijke aanpassingen consequent niet of met aanzienlijke vertraging uitgevoerd werden.
Over de kerstexamens erkent de school dat er praktisch iets is misgelopen, waardoor één examen van de leerling nog afgedrukt moest worden en hij daarop een kwartier heeft moeten wachten. De school heeft daarna haar beleid aangepast rond het vooraf delen van toetsen in de school. Voor het examen geschiedenis kwam de lay-out tussen de afgedrukte versie en de versie in ondersteuningsprogramma Sprint inderdaad niet overeen. Het lukte de leerling ook niet om te markeren in Sprint. De leerling heeft toen volgens de school een deel op papier en een deel in Sprint afgelegd. De leerkracht heeft de punten van beide onderdelen samengevoegd. Voor het examen Nederlands was volgens de school voor alle leerlingen de afspraak dat het luisterfragment in de klas plaatsvond. Omdat de leerling aangaf daar stress van te krijgen, mocht hij eerst de andere stukken van het examen Nederlands afleggen. Die onderdelen maakte hij, zoals alle andere examens, in de zorgklas.
De school geeft aan dat de leerling niet een uur maar een kwartier heeft moeten wachten en dat de impact daarvan beperkt was. Toen er problemen waren met Sprint, stelt ze dat ze het examenformat op dat moment heeft bijgesteld zodat hij het hele examen zou kunnen afleggen. De indienster van de klacht brengt geen elementen aan die kunnen doen vermoeden dat deze versie van de feiten niet klopt. De indienster van de klacht maakt ook niet aannemelijk dat de praktische problemen van die aard waren dat de aanpassingen voor de leerling niet doeltreffend konden zijn.
Uit de stukken blijkt verder niet welke aanpassingen werden afgesproken voor de kerstexamens, ook niet over het gebruik van de zorgklas. De Geschillenkamer kan dus geen weigering van redelijke aanpassingen vaststellen voor het luisterfragment van het examen Nederlands.
De Geschillenkamer is van oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat de afgesproken redelijke aanpassingen niet zijn uitgevoerd of niet nuttig zijn uitgevoerd zodat de situatie neerkomt op een weigering van redelijke aanpassingen
C. Klacht over het CLB
Volgens de indienster van de klacht heeft het CLB onvoldoende gedaan om redelijke aanpassingen te verzekeren voor de leerling. Het CLB zou de leerling ook niet hebben ontmoet. Bovendien zou het CLB niet hebben bemiddeld met de school over de klachten van de ouders. Het CLB zou ten slotte hebben geweigerd het leerlingenverslag van de leerling in te kijken.
Centra voor leerlingenbegeleiding ‘hebben de opdracht leerlingen te begeleiden in hun functioneren op school….’.[9] Als dienstverleners in het onderwijs vallen zij binnen het toepassingsgebied van het Gelijkekansendecreet.[10]
Centra voor leerlingenbegeleiding bieden ondersteuning aan scholen bij het uitwerken van het zorgcontinuüm voor hun leerlingen.[11] De precieze ondersteuning hangt af van de fase van het zorgcontinuüm waarin de school zich bevindt voor een individuele leerling.[12] Als een leerling, diens ouders of de school hiertoe een vraag stellen aan het CLB, kan het CLB mee nagaan welke redelijke aanpassingen kunnen tegemoetkomen aan de noden van de leerling. Centra voor leerlingenbegeleiding zijn dan ook een centrale spil in het verzekeren van redelijke aanpassingen voor leerlingen. Zij kunnen ook de bron zijn van een weigering van redelijke aanpassingen, bijvoorbeeld als een CLB ongegrond weigert een hulpvraag van of voor een leerling te onderzoeken.
Uit de stukken blijkt echter niet dat het CLB in deze zaak tekortgeschoten zou zijn in het verzekeren van redelijke aanpassingen. De indienster van de klacht verwijst naar de inhoud van het CLB-dossier van de leerling. Uit dit dossier blijkt echter niet dat het CLB weigerde in te gaan op de vragen van de ouders van de leerling. Het CLB antwoordde doorgaans op korte termijn op hun vragen. Het organiseerde tijdens het schooljaar overleg met de school over de zorgnoden van de leerling en de bijhorende aanpassingen, telkens als daarom gevraagd werd. Het zat ook samen met de ouders om te bespreken welke obstakels de leerling ondervond en bood informatie over alternatieven. Dat het CLB zou hebben geweigerd de leerling persoonlijk te zien, blijkt ook niet uit het dossier.
De indienster van de klacht verwijst daarnaast naar een reactie van het huidige CLB over de manier waarop CLB GO! Next Hasselt het CLB-dossier had opgesteld. De beweerde reactie van het huidige CLB zit echter niet in de stukken die de Geschillenkamer ontvangen heeft.
De indienster van de klacht maakt dan ook niet aannemelijk dat het CLB tekortgeschoten is bij het verzekeren van redelijke aanpassingen aan haar zoon.
De indienster van de klacht had ook aan het CLB gevraagd om interne nota’s van de school na te kijken. Volgens haar zou daaruit blijken dat de school disproportioneel reageerde door bepaalde redelijke aanpassingen te weigeren of stop te zetten. Het CLB heeft geweigerd de interne nota’s op te vragen en in te kijken. Hieruit blijkt echter niet dat het CLB onvoldoende heeft gedaan om redelijke aanpassingen voor de leerling te verzekeren. Het CLB moet haar rol vervullen om redelijke aanpassingen te verzekeren. Dat betekent niet dat het op elke vraag van de ouders van een leerling moet ingaan, zolang het van zijn kant het mogelijke doet om redelijke aanpassingen te verzekeren die de obstakels voor de leerling met een handicap kunnen wegnemen. Het CLB mocht oordelen dat controle van de school door nazicht van interne nota’s niet gepast was, aangezien het CLB geen hiërarchische controle uitoefent over scholen.[13] Het CLB stelde bovendien een alternatief voor: een nieuw overleg met de school organiseren zodat de school de tics van de leerling beter zou kunnen kaderen. Dit was een alternatief dat binnen de mogelijkheden van het CLB lag en ertoe kon bijdragen dat de redelijke aanpassingen beter werden gerealiseerd door de school.
De Geschillenkamer is daarom van oordeel dat geen weigering van redelijke aanpassingen door het CLB vastgesteld kan worden.
II. Intimidatie op grond van handicap
A. Algemene beginselen
Intimidatie op grond van handicap vindt plaats wanneer:
- zich ongewenst gedrag voordoet;
- dat verband houdt met een handicap;
- en dat tot doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast en een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.[14]
De indienster van de klacht voert aan:
- de klasomgeving toxisch was en dat leerkrachten haar zoon belachelijk maakten, beledigden en bestraften;
- omwille van zijn handicap en gedrag dat verband houdt met zijn handicap;
- waardoor hij in zijn waardigheid werd aangetast en hij het moeilijk kreeg in de schoolomgeving.
De Geschillenkamer onderzoekt of een intimidatie bewezen is in twee stappen. De eerste stap is vervuld als de indienster van de klacht feiten kan aanvoeren die het bestaan van een discriminatie kunnen doen vermoeden. Als de indienster van de klacht een vermoeden van discriminatie kan aanvoeren, moeten de school en scholengroep vervolgens kunnen bewijzen dat er geen sprake is van een discriminatie, door het vermoeden van discriminatie te weerleggen.[15]
B. Klacht over school SBSO De Dageraad en scholengroep GO! Next
De Geschillenkamer stelt vast dat dit onderdeel van de klacht vooral gaat over beweerde uitspraken en gedrag van leerkrachten. De indienster van de klacht stelt dat leerkrachten haar zoon uitlachten, beledigden of bruut behandelden omwille van zijn handicap. Ze stelt ook dat de school hem bestrafte omdat hij stenen zocht terwijl die hobby hem als leerling met autismespectrumstoornis net tot rust brengt.
De school ontkent dat leerkrachten de leerling uitgelachen, beledigd of bruut behandeld zouden hebben. Ze geeft aan dat de leerling wel de algemene klasafspraken moet naleven en dat leerkrachten hem daarop aangesproken hebben als hij dat niet deed.
De indienster van de klacht verwijst ter onderbouwing van haar standpunt naar het leerlingenverslag van haar zoon en e-mails van de school. Daaruit blijkt niet dat leerkrachten de leerling zouden hebben uitgelachen, beledigd of hem op een andere manier door hun uitspraken of houding bruut behandeld zouden hebben. De indienster van de klacht brengt geen andere stukken of verdere onderbouwing aan om aannemelijk te maken dat de beweerde uitspraken en gedrag hebben plaatsgevonden op de manier die zij omschrijft. De bewijslast gaat dan ook niet over naar de school.
De school geeft zelf aan dat ze soms tussenkwam als de leerling de algemene klasafspraken niet naleefde. Soms hield dit verband met de manier waarop hij voorwerpen zocht op de speelplaats, bijvoorbeeld toen hem werd gevraagd zijn handen schoon te maken na het zoeken. De school stelt dat de klasafspraken zijn opgesteld op basis van de eigenschappen en ondersteuningsnoden van alle leerlingen in de klas. Het feit dat de leerling werd aangesproken als hij de klasafspraken niet naleefde, is op zich een logisch gevolg van het bestaan van die afspraken. Uit de stukken blijkt niet dat hij geviseerd werd bij de handhaving van de afspraken of dat de school niet openstond voor alternatieven wanneer deze afspraken voor de leerling moeilijk bleken. De omstandigheden volstaan dus niet om intimidatie op grond van handicap te doen vermoeden.
De Geschillenkamer is van oordeel dat geen intimidatie op grond van handicap door de school en scholengroep kan worden vastgesteld.
III. Zorgvuldige behandeling van de discriminatieklacht
A. Algemene beginselen
Het discriminatieverbod legt niet enkel op om af te zien van behandelingen die een discriminatie inhouden, maar brengt ook positieve verplichtingen met zich mee. Dat betekent dat er voor scholen en andere onderwijsinstellingen ook plichten bestaan om discriminatie te voorkomen, aan te pakken en, als zij een discriminatieklacht ontvangen, deze klacht zorgvuldig te behandelen.[16] Dat vereist een kwalitatief en objectief onderzoek van de klacht.
Zo moet de indiener van de klacht gehoord worden en betrokken worden bij het onderzoek. De klacht moet binnen een redelijke termijn en vertrouwelijk worden behandeld. Aan het onderzoek moeten passende maatregelen worden verbonden en over de uitkomst van het onderzoek moet worden teruggekoppeld naar de indiener van de klacht.
Als de verweerder op één of meer van deze punten tekort is geschoten, leidt dat tot het oordeel dat het discriminatieverbod geschonden is.[17] De concrete draagwijdte van deze procedurele vereisten staat onder meer in verhouding tot de omvang en de organisatorische en financiële draagkracht van de verweerder.
B. Klacht over school SBSO De Dageraad en scholengroep GO! Next
Volgens de indienster van de klacht heeft zij onvoldoende reactie gekregen op haar discriminatieklachten van eind mei 2023 bij de school en de scholengroep. Op 5 juni 2023 ontving ze als antwoord van de scholengroep een bericht dat de algemeen directeur met de school en het CLB zou samenzitten en dat een samenkomst was voorzien met de school en het Vlaams Mensenrechteninstituut. Daarna heeft ze niets meer vernomen van de school of de scholengroep.
De Geschillenkamer stelt vast dat de klacht van eind mei 2023 een overzicht bevatte van eerdere klachten die al tussen de moeder en de school aan bod waren gekomen in de loop van het schooljaar. Uit de stukken blijkt dat de school doorgaans binnen een korte termijn antwoordde op deze eerdere klachten en hierover verder overleg plande met de indienster van de klacht.
Waar de school meende dat er geen discriminatie was of dat een gevraagde redelijke aanpassing niet mogelijk was, lichtte ze aan de indienster toe waarom dat volgens haar het geval was. De school paste op basis van het overleg en andere vaststellingen ook een deel van de aanpassingen aan.
De scholengroep antwoordde op de klacht van eind mei 2023 en verwees naar de behandeling van de klacht bij het Vlaams Mensenrechteninstituut voor verdere opvolging. Aangezien de school op dat moment al heel wat stappen had ondernomen en de klachtbehandeling bij het Vlaams Mensenrechteninstituut al begonnen was, blijkt uit deze keuze van de scholengroep geen onzorgvuldige opvolging van een discriminatieklacht. De scholengroep heeft bestuursbevoegdheid over de school en had aan de indienster van de klacht laten weten dat ze met de school zou samenzitten. Een afzonderlijk antwoord van de school had in die omstandigheden geen nieuwe informatie toegevoegd. De Geschillenkamer kan dan ook niet vaststellen dat de school of scholengroep de klacht onzorgvuldig behandeld zouden hebben.
C. Klacht over het CLB
Ook een Centrum voor Leerlingenbegeleiding heeft de verplichting om een discriminatieklacht over de manier waarop zij heeft gehandeld zorgvuldig te behandelen.[18] Volgens de indienster van de klacht is het CLB tekortgeschoten in de behandeling van haar klacht van 30 mei 2023 en heeft het maandenlang geweigerd in bemiddeling te gaan bij het Vlaams Mensenrechteninstituut.
De Geschillenkamer herinnert eraan dat de bemiddeling vertrouwelijk en vrijwillig verloopt. Ze kan in haar beoordeling dan ook geen rekening houden met argumenten over het verloop van de bemiddeling.[19] De Geschillenkamer beperkt zich dus tot de behandeling door het CLB van de discriminatieklacht van 30 mei 2023.
De aangebrachte stukken maken niet aannemelijk dat het CLB de klacht onzorgvuldig heeft behandeld. Het CLB heeft aangegeven dat het deze klacht eerst intern wilde doorlopen.[20] Het heeft de indienster van de klacht binnen de tien dagen na het ontvangen van de klacht gecontacteerd om een afspraak te maken voor een gesprek. Uit de stukken en de zitting blijkt dat de indienster van de klacht zelf verkoos die afspraak pas eind juni 2023 te laten doorgaan. Uit de stukken kan niet worden opgemaakt hoe het gesprek is verlopen. In september 2023 ging de leerling in ieder geval naar een nieuwe school en werd hij ondersteund door een ander CLB. De Geschillenkamer kan in die omstandigheden niet vaststellen dat het CLB de discriminatieklacht van de indienster van de klacht onzorgvuldig behandeld heeft.
Oordeel van de Geschillenkamer
Om die redenen oordeelt de Geschillenkamer over de klacht tegen de school en de scholengroep:
- dat er sprake is van een ongerechtvaardigde weigering van redelijke aanpassingen overeenkomstig het Gelijkekansendecreet door:
- de weigering Bednet te laten aanstaan wanneer de leerling niet actief kon deelnemen aan de les omwille van zijn handicap;
- de moeder van de leerling niet toe te staan mee te volgen in Bednet en voor hem te noteren wanneer hij dat door zijn handicap niet kon;
- de camera voor Bednet niet naar voren te verplaatsen in het klaslokaal zodat de leerling het bord kon zien;
- dat voor het overige geen discriminatie kan worden vastgesteld overeenkomstig het Gelijkekansendecreet.
Over de klacht tegen het CLB oordeelt de Geschillenkamer:
- dat geen weigering van redelijke aanpassingen door het CLB vastgesteld kan worden en;
- dat niet kan worden vastgesteld dat het CLB de discriminatieklacht onzorgvuldig heeft behandeld.
Aanbevelingen van de Geschillenkamer
Om de vastgestelde discriminaties te beëindigen, beveelt de Geschillenkamer school SBSO De Dageraad en scholengroep GO! Next aan:
- als structurele maatregel, een beleid uit te werken voor het gebruik van Bednet dat kan beantwoorden aan de concrete noden van de leerlingen met een handicap die er gebruik van maken. Dat vereist onder meer dat:
- de school Bednet niet steeds uitschakelt wanneer een leerling omwille van diens handicap niet actief kan deelnemen aan de les;
- ze voorziet dat een leerling andere mogelijkheden heeft om notities te krijgen tijdens de Bednetlessen wanneer de leerling omwille van diens handicap zelf niet kan noteren, bijvoorbeeld door een begeleider toe te staan tijdens deze lessen;
- ze verzekert dat technische aanpassingen voor de opstelling van Bednet in het klaslokaal binnen een redelijke termijn uitgevoerd worden.
Voetnoten
[1] Art. 13, § 5 VMRI-decreet.
[2] Art. 13, § 4 VMRI-decreet.
[3] Zoals neergelegd in artikel 8 en 9 Decreet betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.
[4] Art. 13 §5, VMRI-decreet.
[5] Art. 13 §4, VMRI-decreet.
[6] Artikel 19 Gelijkekansendecreet.
[7] Zie Algemene opmerking nr. 6 (2018) over gelijkheid en non-discriminatie van het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap over de uitvoering van het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VRPH), § 25.
[8] Zie artikel 19 Gelijkekansendecreet en Algemene opmerking nr. 6 (2018) over gelijkheid en non-discriminatie van het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap over de uitvoering van het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VRPH), § 25-26.
[9] Artikel 4, §1 CLB-Decreet.
[10] Artikel 20, 5°-6° Gelijkekansendecreet.
[11] Zie artikel 9, §1 CLB-Decreet.
[12] Zie hierover onder meer artikels 2, 5 en 6CLB-Decreet.
[13] Artikel 9, §1 CLB-Decreet.
[14] Artikel 17, §1 Gelijkekansendecreet.
[15] Artikel 36, §1 Gelijkekansendecreet.
[16] Zie in dezelfde zin bijvoorbeeld: Nederlands College voor de rechten van de mens 10 augustus 2023, oordeelnummer 2023-86, §5.1; Nederlands College voor de rechten van de mens 17 oktober 2023, oordeelnummer 2023-111, §6.3.
[17] Zie in dezelfde zin bijvoorbeeld: Nederlands College voor de rechten van de mens 17 oktober 2023, oordeelnummer 2023-111, § 6.8.
[18] Zie ook artikel 16, §3 CLB-Decreet dat de bemiddelingsrol omschrijft van CLBs bij klachten over redelijke aanpassingen op een school die een ander CLB begeleidt en de aangeboden leersteun door een ander CLB.
[19] Art. 13 §4 VMRI-decreet.
[20] In overeenstemming met artikel 16, §3 CLB-Decreet.