Overslaan en naar de inhoud gaan

Sportoase Montaignehof discrimineert door trans man niet toe te staan in loszittende zwembroek te zwemmen

info

Samenvatting oordeel

Situatie 

De indiener van de klacht is een transgender man die graag wil zwemmen in het zwembad van Sportoase Montaignehof. Sportoase Montaignehof laat personen die een zwembroek dragen enkel toe er te zwemmen als de zwembroek aansluitend is. 

Volgens de indiener van de klacht is deze regel discriminerend voor hem als transgender man die geen falloplastie heeft ondergaan. In een aansluitende zwembroek zal het erg zichtbaar zijn dat hij geen mannelijk geslachtsdeel heeft. Sportoase Montaignehof staat geen uitzondering op de regel toe voor personen in zijn situatie. Het stelt dat de regel nodig is voor hygiëne, veiligheid en duurzaamheid. 

Beoordeling door de Geschillenkamer

De Geschillenkamer moest in deze zaak onderzoeken of er sprake is van een indirecte discriminatie op grond van genderidentiteit en genderexpressie. 

Het verbod om loszittende zwembroeken te dragen zorgt ervoor dat de indiener van de klacht, en andere trans mannen in dezelfde situatie, het zwembad niet kunnen gebruiken zonder dat andere bezoekers hun genderidentiteit kennen. Zij worden door de regel benadeeld op grond van hun genderidentiteit en genderexpressie. 

Sportoase Montaignehof geeft aan dat de regel is ingevoerd omwille van de veiligheid, hygiëne en duurzaamheid in het zwembad. De Geschillenkamer is van oordeel dat dit legitieme doelen zijn en onderzocht vervolgens of het verbod ook passend en noodzakelijk is om deze doelen te bereiken. 

Hygiëne

Voor de Geschillenkamer is niet aangetoond dat er geen even doeltreffende alternatieven mogelijk waren. De verweerster heeft niet aangetoond dat andere maatregelen niet kunnen volstaan voor de hygiëne in het zwembad, zoals 

  • dat zwemmers grondig douchen vooraleer het zwembad te betreden (wat het zwembad ook nu al vereist);
  • dat zij een zwemslip dragen onder een niet-aansluitende zwemshort; of
  • dat het zwembad een onderscheid maakt in welke stoffen van loszittende zwemshorts zijn toegestaan.

Veiligheid

Het zwembad heeft niet aangetoond dat mogelijke veiligheidsrisico’s bij het dragen van dergelijke zwemshorts reëel en zwaarwegend zijn. Het is niet op het eerste gezicht aannemelijk dat een minder nauw aansluitende zwemshort zoals de indiener van de klacht die wil dragen, en die voor het overige geen losse delen bevat, sneller los zou komen van het lichaam en in de installaties van het zwembad terecht zou komen, dan een nauwer aansluitende zwembroek. 

Duurzaamheid

Volgens de verweerster wordt met loszittende zwemshorts veel meer water opgeschept uit het zwembad waardoor het zwembad minder water kan hergebruiken. De Geschillenkamer stelt vast dat er zwemkledij bestaat in aangepast textiel dat weinig water opneemt. De verweerster heeft niet aangetoond of concreet gemaakt dat het toestaan van lossere kledij in deze stof een substantiële impact zou hebben op het waterverbruik van het zwembad. Het komt de Geschillenkamer haalbaar voor dat een medewerker van het zwembad een snelle visuele controle uitvoert van de zwemkledij wanneer bezoekers langs de ingang van het zwembad passeren om na ta gaan of de zwemkledij uit toegelaten materiaal bestaat. 

De Geschillenkamer oordeelt dat alle voorgaande elementen maken dat het absoluut verbod op loszittende zwembroeken en de benadeling van de indiener van de klacht door dat verbod, niet kan worden beschouwd als passend en noodzakelijk om de legitieme doelen te bereiken. 

Oordeel

Om die redenen oordeelt de Geschillenkamer dat er sprake is van een indirecte discriminatie op grond van genderidentiteit en genderexpressie overeenkomstig het Gelijkekansendecreet.

Aanbevelingen van de Geschillenkamer 

Om de vastgestelde discriminatie te beëindigen, beveelt de Geschillenkamer Sportoase Montaignehof aan:

  • als individuele maatregel, om het voor de indiener van de klacht mogelijk te maken het zwembad te gebruiken zonder dat anderen hem kunnen identificeren als trans man;
  • als structurele maatregel, om het zwembadreglement aan te passen zodat het ook toegelaten is om te zwemmen in minder nauw aansluitende kledij in zwemtextiel. 

Volledig oordeel

De Geschillenkamer, samengesteld uit voorzitter Yves Thiery, bijzitter Jelle Flo en bijzitter Marie Spinoy, en bijgestaan door griffier Dorien Geeroms, spreekt het volgende oordeel uit:

Procedure

De Geschillenkamer heeft de klacht ontvangen op 18 september 2025.

De fase van het uitwisselen van standpunten en overtuigingsstukken werd afgerond op 9 oktober 2025.

De Geschillenkamer ontving volgende stukken: 

  • het standpunt van de verweerster van 1 oktober 2025
  • het antwoord van de indiener van de klacht van 7 oktober 2025
  • het antwoord van de verweerster van 9 oktober 2025.

Nadat de termijnen om standpunten uit te wisselen waren verstreken, heeft de verweerster op 3 februari 2026 nog een standpunt met bijhorende stukken gezonden aan de Geschillenkamer. Dit standpunt met stukken is buiten de voorziene termijn voor het uitwisselen van standpunten ingediend en wordt uit de debatten geweerd. De Geschillenkamer houdt er geen rekening mee om tot haar oordeel te komen. 

De Geschillenkamer behandelde de zaak tijdens een hoorzitting op 4 februari 2026. De indiener van de klacht was zelf aanwezig met bijstand van zijn moeder. De verweerster werd vertegenwoordigd door een personeelslid en door advocaat F. Joly. 

Feiten

De indiener van de klacht is een transgender man die graag wil zwemmen in zijn buurt. Hij wil daarvoor naar het zwembad van Sportoase Montaignehof, de verweerster in deze zaak. Sportoase Montaignehof laat personen die een zwembroek dragen enkel toe om te zwemmen als de zwembroek nauw aansluitend is. 

Volgens de indiener van de klacht is deze regel discriminerend voor hem als transgender man die geen falloplastie (genitale operatie) heeft ondergaan. Sportoase Montaignehof staat geen uitzondering op de regel toe voor personen in zijn situatie. 

Standpunten partijen

Standpunt indiener klacht

De indiener van de klacht heeft een mastectomie (borstoperatie) ondergaan, maar geen falloplastie (genitale operatie). Hij vindt het discriminerend dat de kledingvoorschriften van het zwembad een nauw aansluitende zwembroek opleggen. In zo’n zwembroek valt het erg op dat hij geen mannelijk geslachtsdeel heeft. Hij voelt zich daar niet comfortabel bij, en vindt dat iedereen recht heeft op privacy en dat anderen niet hoeven te weten wat er in zijn broek zit. 

De indiener van de klacht zou willen dat de regels worden aangepast zodat trans mannen zoals hij, maar ook trans vrouwen, zich comfortabel kunnen voelen bij een bezoek aan het zwembad. Hij benadrukt dat trans personen die bezig zijn aan een medische transitie het al moeilijk genoeg hebben, en dat zij zich ook prettig in hun kleding mogen voelen. De regels van het zwembad zorgen ervoor dat ze eraan worden herinnerd dat ze geslachtsdelen hebben waarbij ze zich niet goed voelen. Bovendien is zo voor iedereen zichtbaar welke geslachtsdelen ze hebben.

De indiener van de klacht geeft aan dat hij ook zorg wil dragen voor de hygiëne in het zwembad. Volgens hem zijn er oplossingen die geen discriminerende impact op hem hebben en waarbij de hygiëne wel verzekerd kan worden, zoals een aansluitende zwemslip dragen onder een lossere zwemshort. Hij geeft aan dat als iedereen een lossere zwemshort met een aansluitende zwemslip eronder mag dragen, iedereen ook gelijk behandeld wordt. Mensen die zich hier niet aan houden, kunnen dan de toegang tot het zwembad worden ontzegd. In de huidige situatie voelt hij zich echter niet gelijk behandeld, omdat hij zich moet aanpassen door een nauw aansluitende zwembroek te dragen. Volgens hem blijkt ook uit de reviews op de Google-pagina van het zwembad dat hygiëne er niet goed wordt opgevolgd. 

Hij wijst er ten slotte op dat drie andere zwembaden in zijn brede omgeving zwemmen met een lossere zwemshort wel toelaten. Het zwembad van Sportoase Montaignehof is echter het dichtstbijzijnde voor hem. Hij krijgt er ook korting via de gemeente.

Standpunt verweerster

Sportoase Montaignehof respecteert de vraag van de indiener van de klacht en begrijpt de moeilijkheid van zijn situatie. Zij stelt dat de kledingvoorschriften gelden in alle Sportoase vestigingen, voor alle bezoekers, en dat ze gebaseerd zijn op een aantal objectieve doelstellingen rond veiligheid, duurzaamheid en hygiëne. Volgens haar volgen steeds meer zwembaden dit voorschrift. 

Ondanks haar begrip voor de situatie van de indiener, stelt Sportoase Montaignehof dat zij de voorschriften niet per specifieke, individuele situatie kan aanpassen. Zij moet zich houden aan algemene richtlijnen die nodig zijn voor veiligheid, hygiëne en duurzaamheid. Een individuele uitzondering op deze regel zou ook moeilijk te verantwoorden zijn naar andere bezoekers.

Beoordeling door de Geschillenkamer 

Volgens de indiener van de klacht discrimineert de vereiste van Sportoase Montaignehof dat zwembroeken nauw aansluitend zijn, hem als transgender man die geen falloplastie heeft ondergaan. 

De Geschillenkamer moet in deze zaak onderzoeken of er sprake is van een indirecte discriminatie op grond van genderidentiteit en genderexpressie. 

I. Indirecte discriminatie op grond van genderidentiteit en genderexpressie 

A. Algemene beginselen 

Het Gelijkekansendecreet beschermt tegen discriminatie op grond van genderidentiteit en genderexpressie.[1] 

“Genderidentiteit” verwijst naar “de diepe innerlijke overtuiging en individuele beleving van eenieder van het eigen gender, dat al dan niet overeenkomt met het geslacht dat bij geboorte werd toegewezen, met inbegrip van de eigen lichaamsbeleving.”[2] “Genderexpressie” verwijst naar “de manier waarop mensen (onder meer door kledij, spraak en manier van gedragen) vorm geven aan hun genderidentiteit, en de manier waarop deze gepercipieerd wordt door anderen”.[3] 

Een indirecte discriminatie op grond van genderidentiteit en genderexpressie vindt plaats wanneer: 

  • een op het eerste gezicht neutrale praktijk;
  • personen met een bepaalde genderidentiteit en genderexpressie in vergelijking met andere personen kan benadelen;
  • tenzij die praktijk objectief wordt gerechtvaardigd. Dit is het geval wanneer de praktijk een legitiem doel nastreeft en de middelen om dit doel te bereiken passend en noodzakelijk zijn.[4] Als aan die voorwaarden is voldaan, moet ten slotte een afweging worden gemaakt tussen het nadeel voor personen met een of meer beschermde kenmerken en het belang van het nagestreefde doel (evenredigheid in de strikte zin).

De indiener van de klacht voert aan dat:

  • het reglement van de verweerster dat vereist dat zwembroeken nauw aansluitend zijn (ogenschijnlijk neutrale maatregel);
  • transgender personen in vergelijking met andere personen kan benadelen, omdat de geslachtsdelen daarin duidelijk zichtbaar zijn, wat voor hen oncomfortabel kan zijn en hun genderidentiteit zichtbaar maakt aan anderen (benadeling van personen op grond van genderidentiteit en genderexpressie in vergelijking met andere personen).

De Geschillenkamer onderzoekt in twee stappen of een discriminatie bewezen is. De eerste stap is vervuld als de indiener van de klacht feiten aanvoert die het bestaan van een discriminatie kunnen doen vermoeden. Als de indiener van de klacht een vermoeden van discriminatie aanvoert, moet de verweerster vervolgens (in de tweede stap) bewijzen dat er geen sprake is van een discriminatie. De verweerster kan dit doen door het vermoeden van discriminatie te weerleggen of door de benadelende praktijk te rechtvaardigen.[5]

B. Op het eerste gezicht neutrale praktijk

Het verbod om lossere zwemshorts te dragen is een op het eerste gezicht neutrale praktijk aangezien het geldt voor al wie in een zwembroek wil zwemmen en het verbod geen direct onderscheid maakt op grond van genderidentiteit of genderexpressie.

C. Benadeling van trans mannen op grond van hun genderidentiteit en genderexpressie

Sportoase Montaignehof betwist niet dat deze regel een benadeling met zich meebrengt voor trans mannen in de situatie van de indiener van de klacht. 

Ook de Geschillenkamer stelt vast dat het toepassen van de regel gevolgen heeft voor de indiener van de klacht die voor hem oncomfortabel zijn. De indiener van de klacht, en andere trans mannen in dezelfde situatie, kunnen het zwembad niet gebruiken zonder dat andere bezoekers hun genderidentiteit kennen. Hij wordt daardoor geraakt in een van de meest intieme aspecten van zijn persoonlijke levenssfeer en identiteitsbeleving.[6] 

Trans mannen in de situatie van de indiener van de klacht worden door de regel benadeeld op grond van hun genderidentiteit en genderexpressie. 

D. Rechtvaardiging
  1. Legitiem doel

Sportoase Montaignehof geeft aan dat de regel is ingevoerd omwille van de veiligheid, hygiëne en duurzaamheid in het zwembad. De Geschillenkamer is van oordeel dat dit legitieme doelen zijn.  

  1. Passende en noodzakelijke middelen
a. Hygiëne 

Tijdens de zitting heeft Sportoase Montaignehof toegelicht dat het de regel passend en noodzakelijk acht voor de hygiëne om twee redenen. Ten eerste stelt Sportoase Montaignehof dat mensen die met een losse zwembroek binnenkomen daaronder vaak gewoon ondergoed dragen, wat niet hygiënisch is. Ten tweede is het volgens Sportoase Montaignehof zo dat loszittende zwemkledij doorgaans bestaat uit stof die meer bacteriën vasthoudt.

Een maatregel is passend in de zin van de discriminatietoets als die kan bijdragen aan het bereiken van de aangegeven doelstelling. Het verbod op loszittende zwemkledij zou de hygiëne in het zwembad ten goede kunnen komen, in de mate dat het verhindert dat bezoekers het zwembad zouden betreden met gewoon ondergoed onder de zwemkledij.

Voor de Geschillenkamer is niet aangetoond dat de regel ook noodzakelijk is in de zin van de discriminatietoets, namelijk dat het doel niet bereikt kan worden op een even doeltreffende manier die minder nadelig is voor de benadeelde groep. De verweerster heeft niet aangetoond dat andere maatregelen niet kunnen volstaan om deze doelstelling te verzekeren, zoals 

  • dat zwemmers grondig douchen vooraleer het zwembad te betreden (wat het zwembad ook nu al vereist);
  • dat zij een zwemslip dragen onder een niet-aansluitende zwemshort; of
  • dat het zwembad een onderscheid maakt in welke stoffen van loszittende zwemshorts zijn toegestaan.

De verweerster stelde tijdens de zitting dat het praktisch niet haalbaar is om bij elke zwembadbezoeker te controleren uit welke stof de gedragen kledij bestaat dan wel of zij onder hun zwemkledij andere niet-aangepaste kledij dragen. Deze   praktische bezorgdheid kan niet volstaan als rechtvaardiging voor de benadeling. Enerzijds is ook bij nauw aansluitende kledij niet uitgesloten dat deze niet voor zwemmen bedoeld is of dat daaronder minder hygiënische kleding gedragen wordt. Ook dan moet worden toegezien op het correct gebruik van zwemkleding. Anderzijds heeft de verweerster niet aangetoond dat een duidelijk afgebakende uitzondering op de regel niet mogelijk is in de praktijk (zie ook hieronder).

b. Veiligheid 

De verweerster verduidelijkte tijdens de zitting dat ze aansluitende zwemkledij vraagt omdat ze het risico dat kledij in de aanzuiginstallatie van het zwembad terechtkomt hoger inschat bij loszittende zwemkledij.

Het is niet op het eerste gezicht aannemelijk dat een minder nauw aansluitende zwemshort zoals de indiener van de klacht die wil dragen, en die voor het overige geen losse delen bevat, sneller los zou komen van het lichaam en in de installaties van het zwembad terecht zou komen, dan een nauwer aansluitende zwembroek. Het zwembad staaft dit verder niet aan de hand van stukken en maakt dit niet concreet. Het komt aan de verweerster toe aan te tonen dat mogelijke veiligheidsrisico’s reëel en zwaarwegend zijn. Voor de Geschillenkamer is dan ook niet aangetoond dat een absoluut verbod op loszittende zwembroeken passend en noodzakelijk is voor de veiligheid.

c. Duurzaamheid 

De verweerster heeft tijdens de zitting toegelicht dat de regel ook duurzaamheid nastreeft omwille van het verband dat volgens haar bestaat met waterverbruik in het zwembad in overeenstemming met de geldende milieuvoorschriften. Naast het zwembad zit een goot. Water dat over de rand van het zwembad gaat en in de goot terechtkomt, blijft in het zwembad en kan hergebruikt worden. Water dat over de goot heen gaat, gaat richting de riolering en wordt dus niet hergebruikt in het zwembad. Volgens de verweerster wordt met loszittende zwemshorts veel meer water opgeschept uit het zwembad. Bij een aanpassende zwembroek loopt het water er sneller weer af. 

De indiener van de klacht heeft tijdens de zitting aangegeven dat er loszittende zwembroeken bestaan die zijn gemaakt van specifiek zwemtextiel, dat snel droogt en weinig water opneemt. De verweerster heeft daarop bevestigd dat zulke stoffen bestaan maar gesteld dat redders die stoffen onvoldoende kunnen onderscheiden van andere stoffen door visuele controle. 

Op basis van de standpunten en stukken die zij heeft ontvangen, is voor de Geschillenkamer niet aangetoond dat er geen minder nadelig alternatief bestaat om de doelstelling van duurzaamheid te bereiken. Er bestaat zwemkledij in aangepast textiel dat weinig water opneemt. De verweerster heeft ook niet aangetoond of concreet gemaakt dat het toestaan van lossere kledij in deze stof een substantiële impact zou hebben op het waterverbruik van het zwembad.  

Voor de Geschillenkamer is het ook haalbaar dat een medewerker van het zwembad een snelle visuele controle uitvoert van de zwemkledij wanneer bezoekers langs de ingang van het zwembad passeren, om na te gaan of de zwemkledij uit toegelaten materiaal bestaat. 

Voor de Geschillenkamer is dan ook niet aangetoond dat een verbod op loszittende zwembroeken passend en noodzakelijk is voor de duurzaamheid.

De Geschillenkamer oordeelt dat alle voorgaande elementen maken dat het absoluut verbod op loszittende zwembroeken en de benadeling van de indiener van de klacht door dat verbod, niet kan worden beschouwd als passend en noodzakelijk om de legitiem doelen te bereiken. 

Oordeel van de Geschillenkamer

Om die redenen oordeelt de Geschillenkamer dat er sprake is van een indirecte discriminatie op grond van genderidentiteit en genderexpressie overeenkomstig het Gelijkekansendecreet.

Aanbevelingen van de Geschillenkamer

Om de vastgestelde discriminatie te beëindigen, beveelt de Geschillenkamer Sportoase Montaignehof aan:

  • als individuele maatregel, om het voor de indiener van de klacht mogelijk te maken het zwembad te gebruiken zonder dat anderen hem kunnen identificeren als trans man;
  • als structurele maatregel, om het zwembadreglement aan te passen zodat het ook toegelaten is om te zwemmen in minder nauw aansluitende kledij in zwemtextiel. 
Voetnoten
  1. Artikel 15bis, §2 Gelijkekansendecreet. Zie ook Parl. St. Vlaanderen 2023-2024, nr. 1937/1, 62-63 en Parl. St. Vlaanderen 2013-2014, nr. 2413/1, 5-6.
  2. Parl. St. Vlaanderen 2013-2014, nr. 2413/1, 5-6.
  3. Parl. St. Vlaanderen 2013-2014, nr. 2413/1, 5-6.
  4. Artikel 16, § 2, Gelijkekansendecreet.
  5. Artikel 36, §1 Gelijkekansendecreet.
  6. Vgl. onder meer Europees Hof voor de Rechten van de Mens 6 april 2017, nrs. 79885/12, 52471/13 en 52596/13, A.P. Garçon en Nicot t. Frankrijk, § 92-95; Hof van Justitie 4 oktober 2024, nr. C-4/23, Mirin, § 63-64.

Download het oordeel

Ook interessant