Stad Antwerpen discrimineerde theatergezelschap met oudere acteurs niet op grond van leeftijd bij gedeeltelijke toekenning van subsidie
- Je kan hieronder de samenvatting van het oordeel en het volledige oordeel lezen.
- Je kan het oordeel ook downloaden in pdf-formaat.
Samenvatting oordeel
Situatie
De indiener van de klacht maakt deel uit van een kleine en jonge theatergroep die participatief improvisatietheater speelt over ageism.
Op 28 februari 2025 diende de indiener een aanvraag in voor ondersteuning van het project “Oud of de box (participatief improvisatietheater)” bij het Fonds voor Talentontwikkeling van de stad Antwerpen voor een bedrag van 6900 euro. Er werd uiteindelijk 2000 euro toegekend.
Beoordeling door de Geschillenkamer
De indiener meent dat ageism aan de basis ligt van de gedeeltelijke weigering van de subsidie omdat de theatergroep voornamelijk bestaat uit oudere amateuracteurs.
De Geschillenkamer moet in deze dus zaak onderzoeken of er sprake is van directe discriminatie op grond van leeftijd.
De Geschillenkamer stelt vast dat de indiener van de klacht niet aannemelijk maakt dat leeftijd een element was dat gespeeld heeft bij de beoordeling van de aanvraag. De formulering van de motivering van de beslissing is evenmin van aard om te besluiten tot een discriminatie op grond van leeftijd.
Oordeel
De Geschillenkamer oordeelt dat er geen directe discriminatie op grond van leeftijd overeenkomstig het Gelijkekansendecreet kan worden vastgesteld.
Volledig oordeel
De Geschillenkamer, samengesteld uit voorzitter Koen Lemmens, bijzitter Line Hellemans en bijzitter Jonas Riemslagh, en bijgestaan door griffier Dorien Geeroms, spreekt het volgende oordeel uit:
Procedure
De Geschillenkamer heeft de klacht ontvangen op 5 november 2025.
De fase van het uitwisselen van standpunten en overtuigingsstukken werd afgerond op 16 maart 2026.
De Geschillenkamer ontving volgende stukken:
- het standpunt van de verweerder van 20 januari 2026
- het antwoord van de indiener van de klacht van 17 februari 2026
- het antwoord van de verweerder van 16 maart 2026.
De Geschillenkamer behandelde de zaak tijdens een hoorzitting op 20 mei 2026. De indiener van de klacht was zelf aanwezig. De verweerder werd vertegenwoordigd door twee personeelsleden.
Feiten
De indiener van de klacht maakt deel uit van een kleine en jonge theatergroep die participatief improvisatietheater speelt over ageism.[1]
Op 28 februari 2025 diende de indiener van de klacht een aanvraag in voor ondersteuning van het project “Oud of de box (participatief improvisatietheater)” bij het Fonds voor Talentontwikkeling van de stad Antwerpen voor een bedrag van 6900 euro.
Op 3 april 2025 nam de bedrijfsdirecteur Talentontwikkeling en Vrijetijdsbeleving van stad Antwerpen de beslissing om de gevraagde ondersteuning gedeeltelijk toe te kennen, namelijk een bedrag van 2000 euro. De indiener van de klacht stortte een deel van dit bedrag terug aan de stad omdat hij meent dat zonder de toekenning van de integrale ondersteuning niet gewerkt kan worden aan de uitbouw van het project. Hij meent dat ageism aan de basis ligt van de gedeeltelijke weigering van de subsidie omdat de theatergroep voornamelijk bestaat uit oudere amateuracteurs.
De Geschillenkamer heeft de klacht ontvangen op 5 november 2025.
Standpunten partijen
Standpunt indiener klacht
De indiener meent dat een gedeeltelijke toewijzing van een bedrag van 2000 euro, in plaats van de gevraagde 6900 euro ondersteuning, neerkomt op een wurgovereenkomst en een impliciete weigering van de subsidie. Volgens hem wordt vanuit het fonds benadrukt dat het project moet worden uitgevoerd zoals het werd ingediend, wat onmogelijk is met slechts 25 procent van de middelen. De indiener geeft aan dat hij geen motivatie heeft ontvangen waarom er op deze manier gewerkt wordt en meent dat ageism aan de basis van de beslissing ligt nu de theatergroep vooral bestaat uit oudere amateuracteurs.
De indiener stelt dat de stad het gelijkheids- en non-discriminatie-beginsel uit de overheidsopdrachtenregelgeving niet heeft toegepast doordat:
- in het ondersteuningsreglement geen duidelijke gunningscriteria of wegingsfactoren zijn opgenomen waardoor een kandidaat niet weet waarop de projecten precies zullen beoordeeld worden en de jury daarover arbitrair kan beslissen;
- er criteria worden gebruikt zoals motivatie en noodzaak die nergens officieel in het reglement staan waardoor de jury willekeurig extra criteria kan toepassen zonder transparantie of controle.
Het subsidiebedrag werd volgens hem teruggebracht van 6900 euro naar 2000 euro zonder gedetailleerde motivatie:
- er werd niet uitgelegd welke kosten niet aanvaardbaar waren;
- de stad verwees later enkel naar een algemeen tekort aan middelen;
- er bestaan geen duidelijke criteria waarom sommige projecten volledig, gedeeltelijk of helemaal niet gefinancierd worden.
De indiener meent dat de stad Antwerpen financieel sterk genoeg is en het subsidiebedrag voor talentontwikkeling zeer laag is in verhouding tot andere uitgaven van de stad waardoor het argument van “onvoldoende middelen” ongeloofwaardig is.
De indiener stelt daarenboven dat er een tegenstrijdigheid is omtrent het criterium “verplichte coaching”. Volgens het reglement is dit een verplicht deel van talentontwikkeling. De indiener geeft aan dat de stad suggereerde om het subsidiebedrag aan coaching te besteden, maar tegelijk liet ze toe dat het geld ook aan andere kosten werd besteed.
Daardoor zou het project juridisch in een moeilijke positie komen:
- zonder coaching voldoet het project mogelijk niet aan de subsidievoorwaarden;
- met coaching raakt het budget volledig opgebruikt.
De indiener noemt dit een “wurgcontract”.
Volgens de indiener van de klacht is er tenslotte sprake van infantilisering tegenover zijn theatervereniging door:
- het hanteren van een betuttelend taalgebruik/attitude;
- een miskenning van de expertise/kennis/artistieke waarde van “Oud of de box”.
Standpunt verweerder
De stad geeft aan dat het Fonds voor Talentontwikkeling werkt op basis van een ondersteuningsreglement met vaste criteria. Aanvragen worden steeds eerst gecontroleerd op hun volledigheid en daarna beoordeeld door een jury van experten, waarvan de meerderheid niet bij de stad werkt om de neutraliteit te waarborgen. De jury beoordeelt de projecten op een onafhankelijke manier op basis van verplichte en bijkomende criteria, motivatie, haalbaarheid en noodzaak van het project.
De stad geeft aan dat, nu het budget beperkt is en er vele aanvragen zijn, niet alle projecten volledig gefinancierd worden. Er dienen scherpe keuzes gemaakt te worden in welke projecten ondersteund worden en welke niet en soms wordt de keuze gemaakt om een project slechts gedeeltelijk te ondersteunen. Dit laatste was het geval voor het project van de indiener.
Het project van de indiener kreeg gedeeltelijke steun (2000 euro van de gevraagde 6900 euro) met als aandachtspunten van de jury:
- een vast publiek uitbouwen
- een vaste locatie verankeren.
De stad benadrukt dat niemand automatisch recht heeft op het gevraagde subsidiebedrag. De (gedeeltelijke) toekenning van een ondersteuning behoort tot haar discretionaire bevoegdheid en is afhankelijk van de budgetten en in dit geval de beoordeling door een jury en de beslissing van het bevoegde orgaan.
De stad spreekt tegen dat het project van de indiener benadeeld werd door leeftijdsdiscriminatie.
De stad geeft aan dat ze zich al jaren, zowel intern als extern, inzet voor het tegengaan van elke soort discriminatie, waaronder ook leeftijdsdiscriminatie.
Ze wijst op haar brede antidiscriminatiebeleid dat bestaat uit volgende componenten:
- het bestuursakkoord “Allemaal Antwerpenaar”, waarin discriminatie op basis van leeftijd expliciet wordt afgewezen;
- sensibiliseringscampagnes zoals “Reageer altijd”;
- jaarlijkse acties tegen racisme en discriminatie;
- opleidingen voor medewerkers rond het herkennen van discriminatie, inclusief leeftijdsdiscriminatie;
- een divers personeelsbeleid met aandacht voor kort opgeleide 55-plussers.
Daarnaast merkt de stad op dat in de beslissingsmail duidelijk als pluspunt wordt vermeld: “Het is mooi dat ze zich voor ouderen willen engageren.” Dit bewijst volgens haar dat ze wel degelijk ouderenparticipatie op een positieve manier heeft meegenomen in de beoordeling van het project.
De stad reageert op de argumenten van de indiener over het niet respecteren van de overheidsopdrachtenregelgeving dat het ondersteuningsreglement “Fonds voor Talentontwikkeling” niet valt onder het toepassingsgebied van de wet overheidsopdrachten, maar wel onder de wet op de toelagen (de wet betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen van 14 november 1983). Gunningscriteria zijn daarom niet aan de orde.
Ze geeft ook aan dat, in tegenstelling tot wat de indiener beweert, procesbegeleiding en coaching geen onderdelen zijn die voorwerp van de subsidie móeten uitmaken. Ze verduidelijkt dat de subsidie er uiteraard wel voor kán gebruikt worden, maar de vereniging moet ervoor zorgen (met eigen middelen, andere fondsen, projectondersteuning, …) dat zij in coaching (en de andere verplichte criteria) voorziet.
Over de beschuldigingen van infantilisering meent de stad dat de gebruikte formuleringen in het advies niet betuttelend bedoeld waren of hier geen ageistische houding achter schuilt.
De stad geeft aan dat de indiener het duidelijk niet eens is met de door haar toegekende ondersteuning en motivering ervan, maar stelt dat het feit dat hij niet akkoord kan gaan met de inhoud van een motivering, niet automatisch inhoudt dat deze ook discriminatoir is.
De stad concludeert dat het dossier correct en objectief beoordeeld werd door een onafhankelijke jury, leeftijd geen negatieve rol speelde hierbij en zij actief inspanningen levert tegen discriminatie.
Beoordeling door de Geschillenkamer
Bepaalde argumenten die de indiener van de klacht in de procedure voor de Geschillenkamer heeft aangevoerd hebben betrekking op de wijze waarop de stad Antwerpen de subsidieaanvraag heeft behandeld.
Voorafgaand wenst de Geschillenkamer eraan te herinneren dat zij enkel bevoegd is om op niet-bindende wijze te beoordelen of er sprake is van een discriminatie in de zin van het Gelijkekansendecreet.[2] Zij heeft dus niet de taak om de deliberatie van de jury over de aanvraag van de indiener van de klacht over te doen, maar moet beoordelen of de handelswijze en beslissing van de stad Antwerpen een verboden discriminatie uitmaken. Op de argumenten van de indiener die daar geen verband mee houden, maar louter gaan over de gunning, wordt hierna dan ook niet verder ingegaan.
I. Directe discriminatie op grond van leeftijd
De kern van de klacht is dat de indiener van oordeel is dat het theatergezelschap slechts een deel van de gevraagde subsidie ontving en dat de jury te weinig rekening gehouden heeft met de artistieke kwaliteit van het project. Dat zou blijken uit de motivering die erg summier is, niet heel diep ingaat op de artistieke dimensie en opgesteld is in een taal en stijl die blijk geeft van neerbuigendheid op grond van leeftijd.
Daarmee is duidelijk dat het argument gaat over directe discriminatie op grond van leeftijd.
A. Algemene beginselen
Een directe discriminatie op grond van leeftijd vindt plaats wanneer:
- iemand minder gunstig wordt behandeld dan iemand anders in een vergelijkbare situatie;
- op grond van leeftijd (oorzakelijk verband);
- tenzij die ongunstige behandeling objectief wordt gerechtvaardigd. Dit is het geval wanneer de ongunstige behandeling een legitiem doel nastreeft
en de middelen om dit doel te bereiken passend en noodzakelijk zijn.[3]
De Geschillenkamer onderzoekt in twee stappen of een discriminatie bewezen is. De eerste stap is vervuld als de indiener van de klacht feiten aanvoert die het bestaan van een discriminatie kunnen doen vermoeden. Als de indiener van de klacht een vermoeden van discriminatie aanvoert, moet de verweerder vervolgens (in de tweede stap) bewijzen dat er geen sprake is van een discriminatie. De verweerder kan dit doen door het vermoeden van discriminatie te weerleggen of door de minder gunstige behandeling te rechtvaardigen.[4]
B. Toepassing
De Geschillenkamer moet dus eerst nagaan of er sprake is van een minder gunstige behandeling op grond van leeftijd. Om de redenen die hierna volgen, stelt zij vast dat de indiener niet aannemelijk maakt dat het gezelschap minder subsidies kreeg dan gevraagd vanwege de leeftijd van de betrokkenen of de thematiek van hun creaties (“ageism”).
De stad Antwerpen erkent dat de beoordeling door de jury en de uiteindelijke beslissing over de subsidie weliswaar beknopt zijn gemotiveerd, maar dat dit het geval was voor alle dossiers die zijn beoordeeld. Voorts blijkt niet dat het theatergezelschap anders beoordeeld werd dan andere aanvragers. Uit de besluiten van de bedrijfsdirecteur talentontwikkeling en vrijetijdsbeleving daarover van 3 april 2025 blijkt dat heel wat andere aanvragers ook genoegen moesten nemen met een (fel) beperkte subsidie en sommigen zelfs geen ondersteuning kregen.
De Geschillenkamer kan de indiener van de klacht niet volgen waar hij in de motivering een toon leest die zou getuigen van misprijzen of betutteling van ouderen. Dat de jury spreekt over “verder aan de slag gaan” met feedback, lof uitspreekt voor “een toegankelijk format” en “als pluspunt vermeldt dat de aanvragers zich verder laten coachen”, kan niet gezien worden als betuttelend.
De overweging “Het is mooi dat ze zich willen engageren voor ouderen” kan paternalistisch geïnterpreteerd worden, maar kan net zo goed begrepen worden als de uitdrukking van een oprechte waardering. Het is op zich ook niet vreemd dat een Fonds dat zich richt op Talentontwikkeling een enthousiasmerende taal gebruikt, zeker ten aanzien van een gezelschap dat naar eigen zeggen nog maar anderhalf jaar actief was.
De Geschillenkamer is in het licht van deze elementen van oordeel dat er geen feiten zijn aangevoerd die het bestaan van een discriminatie op grond van leeftijd kunnen doen vermoeden.
Oordeel van de Geschillenkamer
Om die redenen oordeelt de Geschillenkamer dat er geen discriminatie op grond van leeftijd overeenkomstig het Gelijkekansendecreet kan worden vastgesteld.
Voetnoten
- Ageism is een vorm van discriminatie op grond van leeftijd, hier specifiek met betrekking tot ouderen, waaronder ook goedbedoelde stereoptypen over mensen van een wat oudere leeftijd begrepen moeten worden.
- Artikel 13, §1 en 3 en artikel 14 VMRI-decreet.
- Artikel 16, §1 Gelijkekansendecreet.
- Artikel 36, §1 Gelijkekansendecreet.