Overslaan en naar de inhoud gaan

Uitsluiting persoon met ASS uit studentenclub wegens grensoverschrijdend gedrag maakt geen discriminatie uit

info

Samenvatting oordeel

Situatie 

Mythica is een studentenclub die zichzelf omschrijft als “gefocust op spelletjes en nerd-cultuur voor alle universitaire en hogeschool studenten van Antwerpen”. De indiener van de klacht werd in het academiejaar 2022-2023 lid van deze vereniging. Hij heeft autisme en ADHD, en was in 2022 32 jaar. 

In de loop van het academiejaar 2022-2023 kwamen er bij het praesidium (bestuur) van de studentenclub verschillende klachten en meldingen binnen over ervaringen van grensoverschrijdend gedrag vanwege de indiener van de klacht. Deze gaven aanleiding tot enkele gesprekken tussen de indiener en de praeses, en in één geval ook tot een bemiddelingspoging via het onlineplatform Discord. Uiteindelijk leidde dit in de zomer van 2023 tot de beslissing van het praesidium om de indiener van de klacht te schorsen als lid voor het academiejaar 2023-2024.

Op 4 oktober 2024 vond een gesprek plaats over de terugkeer van de indiener bij Mythica. Tijdens dit gesprek werd besproken dat hij drie kansen had gekregen voor hij geschorst werd, maar dat hij meteen definitief uit de club gezet zou worden als zich een nieuw incident van grensoverschrijdend gedrag voordeed. 

Op 24 en 27 november 2024 deden twee nieuwe leden melding van voorvallen die plaatsvonden tussen de indiener en henzelf, en die hen een ongemakkelijk of onveilig gevoel gaven. Hierover vond een onlinegesprek plaats met de indiener.

In december 2024 vond een TTRPG-avond (TTRPG staat voor tabletop roleplaying game) plaats, waarbij de leden van Mythica Dungeons and Dragons speelden. Ze werden hiervoor ingedeeld in groepjes. De spelleider nam contact met alle spelers in zijn groep, om het spel voor te bereiden en om personages te creëren. Tijdens deze voorbereiding verliep een onlinegesprek tussen een spelleider en de indiener van de klacht op een manier die de spelleider als grensoverschrijdend heeft ervaren. De spelleider liet weten aan het praesidium dat hij de indiener van de klacht niet langer in zijn groep wilde laten deelnemen. Er werd vervolgens geprobeerd om een andere groep te vinden voor de indiener, maar dit lukte niet, onder meer omdat een groot aantal leden van de club al onaangename ervaringen had gehad met de indiener. 

De indiener van de klacht werd geïnformeerd dat hij niet kon deelnemen aan de TTRPG-avond. Hierop contacteerde hij meerdere leden van het praesidium. Er vonden verschillende gesprekken plaats. Dit werd door de leden van het praesidium als een escalatie ervaren. Er werd een gesprek ingepland over dit gedrag. Dit vond plaats op 19 december 2024, en resulteerde in de beslissing om de indiener van de klacht definitief uit de club te zetten.

Beoordeling door de Geschillenkamer

De Geschillenkamer onderzocht de beslissing tot uitsluiting als een mogelijk geval van indirecte discriminatie.

De Geschillenkamer is van oordeel dat het aannemelijk is dat de indiener van de klacht omwille van zijn handicap een benadeling ondervond. Deze benadeling heeft zowel betrekking op het kunnen voorzien welke gedragingen als ongewenst worden ervaren in clubverband als op de aanpak van dergelijk gedrag door Mythica.

De aanpak van ongewenst of grensoverschrijdend gedrag door Mythica beoogt een legitiem doel, met name het bieden van een veilige omgeving aan de leden.

De Geschillenkamer oordeelde dat de maatregel die Mythica nam, gepast en noodzakelijk was om dit doel te bereiken. Daartoe ging de Geschillenkamer na of de benadeling had kunnen worden voorkomen of beperkt door redelijke aanpassingen aan de handicap van de indiener van de klacht.

Mythica is een vereniging die heel wat ervaring heeft met ASS bij haar leden, en die in haar werking redelijke aanpassingen voorziet. Dit was ook het geval in de omgang met de indiener van de klacht. 

In de aanpak van deze zaak gebeurde dit met name door de indiener van de klacht in eerste instantie meerdere kansen te geven alvorens hem te schorsen en door hem na de schorsing opnieuw op te nemen met duidelijke afspraken. Bovendien ving het praesidium klachten over het gedrag van de indiener in eerste instantie op door gesprekken aan te gaan met de melders. Het praesidium gaf tijdens de tweede periode van lidmaatschap feedback aan de indiener van de klacht over diens gedrag en was zeer beschikbaar voor het beantwoorden van vragen en het bieden van ondersteuning. Voor de TTRPG-avond werd ook heel wat moeite gedaan om te proberen de indiener van de klacht toch mee te laten spelen.

Het is niet uitgesloten dat nog meer begeleiding en ondersteuning bepaalde gedragingen die als ongewenst werden ervaren, had kunnen voorkomen. Het is ook aannemelijk dat de reactie van Mythica op de escalatie na de TTRPG-avond had kunnen verlopen op een manier die gemakkelijker te verwerken was voor de indiener van de klacht. Dit had het geval kunnen zijn indien er helderder gecommuniceerd was over het opzet en het verloop van het gesprek op 19 december 2024 en indien dit gesprek de indiener van de klacht meer gelegenheid tot verweer had geboden. Dit had ook het geval kunnen zijn indien Mythica niet had besloten tot uitsluiting, maar een nieuw afsprakenkader had vastgelegd dat de indiener nog een nieuwe kans gaf.

De Geschillenkamer is echter van oordeel dat, ook al zouden dergelijke aanpassingen het doel van gelijkwaardige deelname door de indiener bereiken en afgestemd zijn op zijn behoeften, die aanpassingen een onevenredige belasting zouden uitmaken voor Mythica. Uit het dossier blijkt dat verschillende leden van het praesidium heel wat tijd en energie geïnvesteerd hebben in een poging om te reageren op een manier die rekening houdt met de ASS van de indiener van de klacht. Van de leiding van een studentenclub, die bestaat uit jonge vrijwilligers, kan niet redelijkerwijze een nog grotere investering of professionalisering verwacht worden. Naast de onevenredige belasting voor de leden van het praesidum, zouden de gevraagde maatregelen ook een onevenredige impact hebben op de leden van Mythica en hun gevoel van veiligheid.

Oordeel van de Geschillenkamer

Om die redenen oordeelt de Geschillenkamer dat er geen indirecte discriminatie op grond van handicap in de zin van het Gelijkekansendecreet kan worden vastgesteld.

Volledig oordeel

De Geschillenkamer, samengesteld uit voorzitter Stijn Smet, bijzitter Eva Brems en bijzitter Jonas Riemslagh, en bijgestaan door griffier Dorien Geeroms, spreekt het volgende oordeel uit:

Procedure

De Geschillenkamer heeft de klacht ontvangen op 2 december 2025.

De fase van het uitwisselen van standpunten en overtuigingsstukken werd afgerond op 24 maart 2026. 

De Geschillenkamer ontving de volgende stukken: 

  • het standpunt van de verweerder van 26 januari 2026
  • het antwoord van de indiener van de klacht van 23 februari 2026
  • het antwoord van de verweerder van 24 maart 2026. 

De Geschillenkamer behandelde de zaak tijdens een hoorzitting op 2 juli 2026. De indiener van de klacht was zelf aanwezig. De verweerder werd vertegenwoordigd door enkele bestuursleden. 

Feiten

De verweerder, Mythica vzw, omschrijft zichzelf als “een studentenclub gefocust op spelletjes en nerd-cultuur voor alle universitaire en hogeschool studenten van Antwerpen.” De indiener van de klacht werd in het academiejaar 2022-2023 lid van deze vereniging. Hij heeft autisme en ADHD, en was in 2022 32 jaar. 

In de loop van het academiejaar 2022-2023 kwamen er bij het praesidium (bestuur) van de studentenclub verschillende klachten en meldingen binnen over ervaringen van grensoverschrijdend gedrag vanwege de indiener van de klacht. Deze gaven aanleiding tot enkele gesprekken tussen de indiener en het praesidium, en in één geval ook tot een bemiddelingspoging via het onlineplatform Discord. Uiteindelijk leidde dit in de zomer van 2023 tot de beslissing van het praesidium om de indiener van de klacht te schorsen als lid voor het academiejaar 2023-2024.

Op 4 oktober 2024 vond een gesprek plaats over de terugkeer van de indiener bij Mythica. Tijdens dit gesprek werd besproken dat hij drie kansen had gekregen voor hij geschorst werd, maar dat hij meteen definitief uit de club gezet zou worden als zich een nieuw incident van grensoverschrijdend gedrag voordeed. In oktober en november 2024 nam de indiener opnieuw deel aan activiteiten en vroeg hij regelmatig feedback aan het bestuur. Het bestuur vertelde hem dat alles goed ging.

Op 24 en 27 november 2024 deden twee nieuwe leden melding van voorvallen die plaatsvonden tussen de indiener en henzelf, en die hen een ongemakkelijk of onveilig gevoel gaven. Hierover vond een onlinegesprek plaats met de indiener.

In december 2024 vond een TTRPG-avond (TTRPG staat voor tabletop roleplaying game) plaats, waarbij de leden van Mythica Dungeons and Dragons speelden. Ze werden hiervoor ingedeeld in groepjes. De spelleider nam contact met alle spelers in zijn groep, om het spel voor te bereiden en om personages te creëren. Dit gebeurde via Discord. Tijdens deze voorbereiding verliep een onlinegesprek tussen een spelleider en de indiener van de klacht op een manier die de spelleider als grensoverschrijdend heeft ervaren. De spelleider liet weten aan het praesidium dat hij de indiener van de klacht niet langer in zijn groep wilde laten deelnemen. Er werd vervolgens geprobeerd om een andere groep te vinden voor de indiener, maar dit lukte niet, onder meer omdat een groot aantal leden van de club al onaangename ervaringen had gehad met de indiener. 

De indiener van de klacht werd geïnformeerd dat hij niet kon deelnemen aan de TTRPG-avond. Hierop contacteerde hij meerdere leden van het praesidium. Er vonden verschillende gesprekken plaats. Dit werd door de leden van het praesidium als een escalatie ervaren. Er werd een gesprek ingepland over dit gedrag. Dit vond plaats op 19 december 2024, en resulteerde in de beslissing om de indiener van de klacht definitief uit de club te zetten.

Standpunten partijen

Standpunt indiener klacht

De indiener van de klacht vindt de manier waarop Mythica hem heeft behandeld discriminerend. In de eerste plaats vindt hij dat er te weinig rekening is gehouden met zijn neurodivergentie (autisme en ADHD). Zijn autismespectrumprofiel beïnvloedt onder meer zijn communicatiestijl, stressregulatie, behoefte aan duidelijkheid en zijn gevoeligheid voor rechtvaardigheid en transparantie. Deze kenmerken uiten zich onder andere in intensieve communicatie bij onzekerheid, het expliciet benoemen van zaken en moeite met het interpreteren van impliciete sociale signalen. De toepassing van een ogenschijnlijk neutrale maatregel, namelijk een éénkansregeling zonder duidelijke escalatiefasen of structurele opvolging, heeft in de praktijk een bijzonder nadelige impact gehad op hem als neurodivergent lid. 

Daarnaast stelt hij dat er geen redelijke aanpassingen zijn gemaakt voor zijn situatie, zoals een duurzaam begeleidingskader met voorspelbare communicatie, correcte en tijdige informatie, hoor- en wederhoor en transparantie over meldingen, waarbinnen concrete verwachtingen expliciet werden geformuleerd, meldingen rechtstreeks en transparant met hem werden besproken, evaluatiemomenten werden voorzien, en objectieve criteria werden gehanteerd voor escalatie of sanctie. 

De beslissing om hem van de TTRPG-avond te weren en, nadien, om hem te verbannen uit de vereniging, werden genomen zonder enige procedure te doorlopen en zonder hoor en wederhoor.

Standpunt verweerder

Mythica stelt dat de klacht onontvankelijk is omdat ze ‘roekeloos of tergend’ is. Verder stelt Mythica ook dat de klacht niet gegrond is.

De vereniging probeerde zich net wel aan te passen aan de noden van de indiener, onder andere door meer en persoonlijkere communicatie met hem te verzekeren. 

Mythica legt uit dat de indiener definitief werd verbannen omdat er een afspraak was gemaakt dat hij bij zijn terugkeer na schorsing slechts één kans zou krijgen. De indiener bleef echter een ongemakkelijk gevoel veroorzaken bij leden, waaronder ook nieuwe leden. Het incident tijdens de voorbereiding van de TTRPG-avond was seksueel grensoverschrijdend gedrag. Mythica verwijst naar het vlaggensysteem van Sensoa en stelt dat het om een gele of rode vlag ging. Bovendien heeft de indiener de situatie verder doen escaleren door herhaaldelijk contact op te nemen met leden van het praesidium, de spelleider en andere leden, terwijl er al een gesprek met hem was ingepland om alles te bespreken.

Mythica stelt dat zij de plicht heeft om in te grijpen wanneer er grensoverschrijdend gedrag plaatsvindt en dat dit het geval was tegenover een aanzienlijk aantal leden.

Beoordeling door de Geschillenkamer 

De Geschillenkamer moet in deze zaak beoordelen of de klacht ontvankelijk is (1); en of er sprake is van discriminatie op grond van handicap (2). 

  1. Ontvankelijkheid van de klacht

De verweerder stelt dat de klacht kennelijk ongegrond en tergend en roekeloos is.

1.1 Kennelijk ongegrond

Een klacht is onontvankelijk als zij kennelijk ongegrond is.[1] De parlementaire voorbereiding van het VMRI-decreet geeft hierover mee:

“Een klacht die louter een ongenoegen uit, zonder dat ook maar enigszins aannemelijk wordt gemaakt dat sprake is van discriminatie, is kennelijk ongegrond. Het gaat met andere woorden om klachten die manifest geen feitelijke of juridische grondslag hebben en waarvan de ongegrondheid zonder diepgaand onderzoek kan worden vastgesteld."[2]

Met kennelijk of manifest ongegronde klachten worden klachten bedoeld waarvan op het eerste gezicht, zonder verder onderzoek of studie, al blijkt dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer uit de bewoordingen van de klacht zelf al blijkt dat er geen sprake kan zijn van discriminatie. 

De Geschillenkamer stelt vast dat de indiener van de klacht verwijst naar feiten die op het eerste gezicht mogelijk een discriminatie zouden kunnen uitmaken.

Zijn klacht gaat meer bepaald over de uitsluiting uit een studentenclub waarin hij volgens hem gediscrimineerd werd op grond van het beschermd kenmerk handicap. De klacht gaat dus verder dan het uiten van een louter ongenoegen. 

De argumenten van de verweerder over de kennelijke ongegrondheid van de klacht gaan over de vraag naar een begin van bewijs van discriminatie en de vraag of de indiener van de klacht de verschillende bestanddelen van de aangevoerde discriminatie aannemelijk gemaakt heeft.  Deze elementen vergen net een onderzoek en beoordeling ten gronde, waarbij de Geschillenkamer zowel de uiteenzettingen van de partijen als de stukken die zij bijbrengen moet onderzoeken. De klacht is dus niet onontvankelijk omdat zij kennelijk ongegrond zou zijn.

1.2 Tergend en roekeloos

Een klacht is niet ontvankelijk wanneer zij “kennelijk roekeloos of tergend is”.[3]

Volgens de verweerder is de ingediende klacht tergend en roekeloos omdat er door de indiener van de klacht geen begin van bewijs zou aangebracht worden. Of de aangehaalde feiten afdoende bewezen zijn, is echter iets dat tijdens de beoordeling ten gronde onderzocht moet worden. De indiener van de klacht brengt voldoende elementen aan om tot een onderzoek ten gronde over te gaan.

De klacht is niet kennelijk roekeloos of tergend. 

  1. Indirecte discriminatie op grond van handicap

2.1 Algemene beginselen

Een indirecte discriminatie op grond van handicap vindt plaats wanneer: 

  • een op het eerste gezicht neutrale praktijk;
  • personen met een handicap in vergelijking met andere personen kan benadelen;
  • tenzij die praktijk objectief wordt gerechtvaardigd. Dit is het geval wanneer de praktijk een legitiem doel nastreeft en de middelen om dit doel te bereiken passend en noodzakelijk zijn.[4] Een praktijk die personen met een handicap benadeelt, is niet noodzakelijk wanneer de discriminerende impact kan worden vermeden door redelijke aanpassingen.[5] Als aan die voorwaarden is voldaan, moet ten slotte een afweging worden gemaakt tussen het nadeel voor personen met een of meer beschermde kenmerken en het belang van het nagestreefde doel (evenredigheid in de strikte zin).

De indiener van de klacht voert aan dat:

  • de gedragsregels van Mythica, zoals opgenomen in hun huisreglement;
  • op hem werden toegepast op een manier waardoor gedragingen die samenhangen met zijn neurodivergente profiel werden beoordeeld zonder aangepaste begeleiding of ondersteuning; en
  • dat dit een disproportioneel negatieve impact heeft gehad op hem.

De Geschillenkamer onderzoekt in twee stappen of een discriminatie bewezen is. De eerste stap is vervuld als de indiener van de klacht feiten aanvoert die het bestaan van een discriminatie kunnen doen vermoeden. Als de indiener van de klacht een vermoeden van discriminatie aanvoert, moet de verweerder vervolgens (in de tweede stap) bewijzen dat er geen sprake is van een discriminatie. De verweerder kan dit doen door het vermoeden van discriminatie te weerleggen of door de benadelende praktijk te rechtvaardigen.[6]

2.2 Toepassing
2.2.1 Benadeling en legitiem doel

De Geschillenkamer is van oordeel dat het aannemelijk is dat de indiener van de klacht omwille van zijn handicap een benadeling ondervond. Deze benadeling heeft zowel betrekking op het kunnen voorzien welke gedragingen als ongewenst worden ervaren in clubverband als op de aanpak van dergelijk gedrag door Mythica.

De aanpak van ongewenst of grensoverschrijdend gedrag door Mythica beoogt een legitiem doel, met name het bieden van een veilige omgeving aan de leden.

2.2.2 Passend en noodzakelijk karakter en evenredigheid

De Geschillenkamer meent dat de maatregel gepast was om het legitieme doel te bereiken, en moet nagaan of die ook noodzakelijk was. Daarvoor moet ze eerst nagaan of de discriminerende impact vermeden of beperkt kon worden door redelijke aanpassingen.

Een aanpassing is redelijk als ze ervoor kan zorgen dat de persoon met een handicap gelijkwaardig kan deelnemen in de samenleving. De aanpassing moet, met andere woorden, haar doel bereiken en afgestemd zijn op de behoeften van de persoon met een handicap. 

Een aanpassing die redelijk is bevonden, kan worden geweigerd als ze een onevenredige belasting zou betekenen. Het is aan de verweerder om te bewijzen dat de gevraagde aanpassingen een onevenredige belasting zouden betekenen.

Mythica stelt dat een aanzienlijk aantal van haar leden een ASS heeft, dat ze daar veel ervaring mee heeft en er rekening mee houdt. In de aanpak van deze zaak gebeurde dit met name door de indiener van de klacht in eerste instantie meerdere kansen te geven alvorens hem te schorsen en door hem na de schorsing opnieuw op te nemen met duidelijke afspraken. Bovendien ving het praesidium klachten over het gedrag van de indiener in eerste instantie op door gesprekken aan te gaan met de melders. Het praesidium gaf tijdens de tweede periode van lidmaatschap feedback aan de indiener van de klacht over diens gedrag en was zeer beschikbaar voor het beantwoorden van vragen en het bieden van ondersteuning. Voor de TTRPG-avond werd ook heel wat moeite gedaan om te proberen de indiener van de klacht toch mee te laten spelen.

Het is niet uitgesloten dat nog meer begeleiding en ondersteuning bepaalde gedragingen die als ongewenst werden ervaren, had kunnen voorkomen. Het is ook aannemelijk dat de reactie van Mythica op de escalatie na de TTRPG-avond had kunnen verlopen op een manier die gemakkelijker te verwerken was voor de indiener van de klacht. Dit had het geval kunnen zijn indien er helderder gecommuniceerd was over het opzet en het verloop van het gesprek op 19 december 2024 en indien dit gesprek de indiener van de klacht meer gelegenheid tot verweer had geboden. Dit had ook het geval kunnen zijn indien Mythica niet had besloten tot uitsluiting, maar een nieuw afsprakenkader had vastgelegd dat de indiener nog een nieuwe kans gaf.

De Geschillenkamer is echter van oordeel dat, ook al zouden dergelijke aanpassingen het doel van gelijkwaardige deelname door de indiener bereiken en afgestemd zijn op zijn behoeften, die aanpassingen een onevenredige belasting zouden uitmaken voor Mythica. Uit het dossier blijkt dat verschillende leden van het praesidium heel wat tijd en energie geïnvesteerd hebben in een poging om te reageren op een manier die rekening houdt met de ASS van de indiener van de klacht. Van de leiding van een studentenclub, die bestaat uit jonge vrijwilligers, kan niet redelijkerwijze een nog grotere investering of professionalisering verwacht worden. Naast de onevenredige belasting voor de leden van het praesidum, zouden de gevraagde maatregelen ook een onevenredige impact hebben op de leden van Mythica en hun gevoel van veiligheid. Er was immers gebleken dat een groot aantal leden al onaangename ervaringen had met de indiener. Een langer traject aangaan met de indiener zou het risico inhouden dat nog meer leden dergelijke ervaringen zouden hebben.

De maatregel kan dus worden beschouwd als noodzakelijk.

Om dezelfde redenen beschouwt de Geschillenkamer de behandeling van de indiener van de klacht door Mythica, in het geheel beschouwd, als evenredig.

Er is in dit dossier niettemin onduidelijkheid over het verloop van het gesprek op 19 december 2024. Volgens de indiener van de klacht had het praesidium op voorhand besloten hem uit te sluiten, zodat geen echt verweer mogelijk was. Volgens Mythica was het gesprek gepland als een evaluatie, die onder meer door de manier waarop de indiener reageerde resulteerde in een beslissing tot uitsluiting. De titel van het document dat was opgesteld naar aanleiding van het gesprek verwees al naar de uitsluiting. Op de zitting verklaarde Mythica dat de keuze van die titel ongelukkig was en dat het gesprek voor hen wel degelijk nog een andere uitkomst kon hebben.

De Geschillenkamer is van oordeel dat het betrokken gesprek niet optimaal is verlopen. Het kan wenselijk zijn om op dat punt in de toekomst voorzichtiger te werk te gaan.

Dit doet echter geen afbreuk aan de bevinding dat de reactie van Mythica algemeen beschouwd evenredig was, omwille van de aanzienlijke inspanningen die werden geleverd om rekening te houden met de ASS van de indiener van de klacht, evenals de gebleken risico’s voor het veiligheidsgevoel van de leden van de club.

Oordeel van de Geschillenkamer

Om die redenen oordeelt de Geschillenkamer dat er geen indirecte discriminatie op grond van handicap in de zin van het Gelijkekansendecreet kan worden vastgesteld.

Voetnoten
  1. Artikel 13, §3, VMRI-decreet.
  2. Parl. St. Vlaams Parlement, 2021-2022, nr. 1357/1, 32.
  3. Artikel 13, §3, 3° VMRI-decreet.
  4. Artikel 16, § 2, Gelijkekansendecreet.
  5. Zie bijvoorbeeld Hof van Justitie 15 juli 2021, C-795/19, XX t. Tartu Vangla, § 46-52. 
  6. Artikel 36, §1 Gelijkekansendecreet

Download het oordeel

Ook interessant