Met een handicap op de bus? In Vlaanderen blijft het niet evident
De Geschillenkamer van het Vlaams Mensenrechteninstituut heeft op donderdag 29 oktober haar honderdste oordeel uitgesproken. Ze oordeelt dat De Lijn reizigers met een rolstoel discrimineert door defecte oprijplaten. Het instituut ontvangt wel vaker meldingen over de toegankelijkheid van bussen. Hoewel De Lijn belangrijke inspanningen levert, blijft Vlaanderen nog te ver verwijderd van volledig toegankelijk openbaar vervoer.
Oprijplaat werkt niet altijd
Emma* woont in de Kempen en neemt regelmatig de bus. Met haar elektrische rolstoel is het soms moeilijk om in de bus te rijden: “Een probleem zijn de bussen die een automatisch uitschuifbare plaat hebben. Die werkt vaak niet, of blokkeert bij een obstakel of als de rand van het perron te hoog of te laag is.” Emma krijgt vaak hulp van andere reizigers of van de bestuurder. Maar ook dat lukt niet altijd. “Sommige chauffeurs weten niet hoe het systeem voor de oprijplaat werkt. Of ze denken dat mijn elektrische rolstoel niet mee mag, terwijl dat wel zo is.”
Het Vlaams Mensenrechteninstituut ontvangt regelmatig meldingen over de toegankelijkheid van bussen van De Lijn. Bij oudere bussen ontbreekt soms de haak die nodig is om de oprijplaat uit te klappen. In andere gevallen is de haak er wel, maar weet de chauffeur niet hoe die gebruikt moet worden. Nieuwe bussen hebben automatische oprijplaten, maar ook daar ontstaan problemen wanneer de halte niet goed aansluit op de plaat.
Niet toegankelijk is niet gelijkwaardig
Als een rolstoelgebruiker door zulke problemen niet met de bus kan reizen, kan dat discriminatie zijn. Dat stelde de Geschillenkamer ook vast in haar honderdste oordeel. Het probleem gaat bovendien verder dan defecte oprijplaten. Het Vlaams Mensenrechteninstituut ontving in het verleden bijvoorbeeld ook meldingen over chauffeurs die rolstoelgebruikers voorbijreden. Ook voor personen met een visuele beperking is een busreis niet altijd evident, bijvoorbeeld wanneer bestemmingen op de bus niet worden afgeroepen.
Tegelijk erkennen we dat De Lijn de voorbije jaren inspanningen heeft geleverd. Ook Emma merkt verbeteringen. Ze is bijvoorbeeld tevreden over de toegankelijke app en benadrukt dat veel chauffeurs hun best doen om personen met een handicap tijdens hun rit te helpen. Daarnaast investeerde Vlaanderen de voorbije jaren in toegankelijkere bushaltes. Toch zijn nog heel wat bijkomende inspanningen nodig om het openbaar vervoer volledig toegankelijk te maken.
Recht op toegankelijk vervoer
Het VN-verdrag Handicap bepaalt dat personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen toegang moeten hebben tot vervoer en zich zelfstandig moeten kunnen verplaatsen.
Wie problemen ondervindt met de toegankelijkheid van het openbaar vervoer, kan die melden bij het Vlaams Mensenrechteninstituut. We geven informatie en proberen waar mogelijk via bemiddeling tot een oplossing te komen. Daarbij is De Lijn ook een partner om oplossingen te zoeken, al spelen structurele en budgettaire beperkingen een rol.
We roepen daarom op om de omslag naar volledig toegankelijk openbaar vervoer te versnellen. Investeren in toegankelijk openbaar vervoer komt bovendien de hele samenleving ten goede. Wanneer openbaar vervoer niet toegankelijk is, zijn meer mensen bijvoorbeeld aangewezen op duurder doelgroepenvervoer.
Ook toegankelijke haltes zijn daarin belangrijk. Ze maken een verschil voor personen met een handicap, maar bijvoorbeeld ook voor ouderen, ouders met een kinderwagen en mensen met een tijdelijke mobiliteitsbeperking. Vlaanderen wil tegen 2030 de helft van de bushaltes autonoom toegankelijk maken. Vandaag is dat ongeveer 20 procent. Er zijn dus nog aanzienlijke inspanningen nodig om toegankelijk openbaar vervoer de norm te maken.
*Het Vlaams Mensenrechteninstituut ontving bij het opstellen van dit bericht verschillende anonieme getuigenissen, waaronder die van Emma.