Mensenrechten
Mensenrechten zijn fundamentele, universele basisrechten en vrijheden die ieder mens heeft. Ze gelden voor iedereen, zonder onderscheid. Mensenrechten beschermen je waardigheid en zorgen ervoor dat je vrij, veilig en gelijk behandeld wordt. Daarnaast helpen ze machtsmisbruik en willekeur te voorkomen. Overheden hebben de plicht deze rechten te respecteren, te beschermen en te realiseren, maar ook individuen moeten de mensenrechten van anderen respecteren.
Wat zijn mensenrechten?
Mensenrechten zijn fundamentele rechten en vrijheden voor ons allen, gewoon omdat we mens zijn. Ze zijn er voor iedereen vanaf de geboorde, ongeacht nationaliteit, geslacht, nationale of etnische afstamming, zogenaamd ras, religie, taal of andere kenmerken. Mensenrechten vertrekken vanuit het idee dat een aantal zaken nodig zijn om een menswaardig leven te kunnen leiden. Het gaat ook om voorwaarden die nodig zijn voor een rechtvaardige samenleving zonder willekeur of machtsmisbruik, en waar mensen in vrede kunnen leven. Denk aan het recht op onderwijs, vrijheid van meningsuiting, het recht op privacy en op religie, en het recht om niet gediscrimineerd te worden.
Mensenrechten gelden voor iedereen, overal. Ze kunnen niet zomaar worden afgenomen en zijn allemaal even belangrijk om de menselijke waardigheid te beschermen. Ze zijn vastgelegd in internationale verklaringen, verdragen, (grond)wetten en decreten. Overheden hebben daarbij een duidelijke verantwoordelijkheid: ze mogen mensenrechten niet onnodig beperken, moeten zich inzetten om ze zo goed mogelijk te realiseren, en moeten burgers beschermen tegen schendingen, ook wanneer die door andere partijen gebeuren.
Welke mensenrechten bestaan er?
Mensenrechten vormen één geheel en ze zijn allemaal even belangrijk. Om ze beter te begrijpen worden ze vaak onderverdeeld in groepen. De belangrijkste categorieën zijn:
Burgerrechten en politieke rechten
Burgerrechten en politieke rechten zijn klassieke mensenrechten die individuen beschermen tegen machtsmisbruik door de overheid en hen in staat stellen vrij en gelijkwaardig deel te nemen aan het maatschappelijke en politieke leven. Ze waarborgen zowel persoonlijke vrijheden (burgerlijke rechten) als democratische participatie (politieke rechten). Ze zijn vastgelegd in onder andere het Internationaal verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten (IVBPR).
Het gaat bijvoorbeeld om:
- het recht om ideeën en meningen vrij te uiten zonder censuur
- het recht om vrij een godsdienst of levensovertuiging te kiezen, te belijden, te beoefenen en te veranderen
- het recht op onafhankelijke en onpartijdige berechting
- het recht op bescherming tegen willekeurige inmenging in het privéleven
- het recht om te stemmen eerlijke verkiezingen
Economische, sociale en culturele rechten
Economische, sociale en culturele rechten zijn mensenrechten die waarborgen dat iedereen de materiële en sociale basisvoorwaarden heeft om een menswaardig leven te leiden en zich volledig te ontplooien. Ze vereisen actieve inzet van de overheid en zijn vastgelegd in onder andere het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR).
Het gaat bijvoorbeeld om:
- het recht op toegang tot (kosteloos) basisonderwijs (en hoger onderwijs)
- het recht op toegang tot kwaliteitsvolle gezondheidszorg en omstandigheden die een gezond leven mogelijk maken.
- het recht op een behoorlijke, veilige, gezonde en betaalbare woonruimte.
- het recht op de mogelijkheid om in levensonderhoud te voorzien via vrij gekozen of aanvaard werk met billijke en gunstige arbeidsvoorwaarden
- het recht op (economische) bescherming bij onder meer werkloosheid, ziekte, handicap en ouderdom
Collectieve rechten
Collectieve rechten (of solidariteitsrechten) zijn mensenrechten die toekomen aan groepen, volkeren of gemeenschappen in plaats van aan individuele personen. Ze hebben betrekking op gezamenlijke belangen zoals zelfbeschikking, vrede, ontwikkeling, milieu en bescherming van minderheden, en zijn vooral tot ontwikkeling gekomen in de context van dekolonisatie en mondiale ongelijkheid.
Het gaat bijvoorbeeld om:
- het recht om de politieke status en economische, sociale en culturele ontwikkeling vrij te bepalen (het recht op zelfbeschikking)
- het recht om in een vreedzame en veilige samenleving te leven (het echt op vrede en veiligheid)
- het recht op sociale, economische en culturele ontwikkeling (het recht op ontwikkeling)
- het recht op bescherming van het milieu en natuurlijke ecosystemen (recht op een gezond leefmilieu)
- het recht om hun cultuur, taal en identiteit te behouden (Recht op bescherming van minderheden)
Waar komen mensenrechten vandaan?
Het idee van rechten die voor iedereen gelden bestaat al lang. Door de geschiedenis heen werden rechten en vrijheden vastgelegd om willekeur te voorkomen en om een rechtvaardige samenleving te bekomen. Toch hebben zich verschillende gruwelijkheden voorgedaan. Na de tweede wereldoorlog wilde men garanderen dat deze gruwelijkheden zich in de toekomst niet meer konden voordoen. Dat leidde tot een versnelling in de internationale bescherming en vastlegging van mensenrechten.
In 1945 werd de Verenigde Naties (VN) opgericht om vrede, veiligheid en internationale samenwerking te bevorderen, met het beschermen en bevorderen van mensenrechten als een van haar kerndoelen. Op 10 december 1948 nam de VN de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aan. Die bevestigt dat vrijheid, gelijkheid en menselijke waardigheid overal gelden. De verklaring bevat dertig rechten, waaronder het recht op leven, onderwijs, werk en vrije meningsuiting. Ze groeide uit tot een belangrijke internationale norm. Later volgden twee bindende verdragen, één over burgerrechten en politieke rechten en één over economische, sociale en culturele rechten. Samen vormen zij de International Bill of Rights.
In Europa speelt de Raad van Europa een centrale rol in het beschermen van mensenrechten. In 1950 werd het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens aangenomen. Dit verdrag laat burgers toe om klacht in te dienen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg wanneer een staat hun mensenrechten schendt.Later volgden nog verschillende verdragen die specifieke rechten of groepen beschermen, zoals het Antifolterverdrag, het Verdrag inzake uitbanning van rassendiscriminatie, het Kinderrechtenverdrag en het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.
Ook de Europese Unie draagt bij aan de bescherming van mensenrechten. Het EU‑Handvest van de Grondrechten is sinds 2009 juridisch bindend en moet worden nageleefd door EU‑instellingen en lidstaten wanneer zij EU‑recht toepassen. Verder versterken EU‑regels mensenrechten, bijvoorbeeld via anti-discriminatierichtlijnen en de privacybescherming in de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
Hoe worden mensenrechten beschermd?
Mensenrechten worden op verschillende niveaus beschermd door een combinatie van wetten en verdragen, onafhankelijke instellingen en rechtbanken. Dat zorgt ervoor dat rechten niet alleen mooie principes zijn, maar ook echt toegepast worden.
Enerzijds betekent dit dat internationale verdragen, EU-wetgeving en nationale wetgeving mensenrechten verankeren. Daarnaast zien rechtbanken en onafhankelijke toezichtmechanismen toe op de naleving van deze mensenrechten. Zij kunnen mensenrechten verduidelijken en toepassen op concrete gevallen. Tot slot heeft naast de overheid ook de bredere samenleving een rol bij de bescherming en naleving van deze rechten.
Internationale en regionale verdragen
Mensenrechten worden gewaarborgd in internationale verdragen en regionale verdragen, waaronder in Europa. Die zijn dan vaak tot stand gekomen binnen de Verenigde Naties of de Raad van Europa. In de landen die deze verdragen hebben goedgekeurd zijn zij meteen van toepassing en juridisch bindend. Staten zijn verplicht om deze verdragen na te komen, de rechten te realiseren en te beschermen.
Het gaat bijvoorbeeld om:
- het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten
- het Internationaal verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten
- het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Wetgeving
De bescherming van mensenrechten is niet alleen verankerd in internationale verdragen, maar ook in de Belgische Grondwet, federale en regionale (waaronder Vlaamse) regelgeving.
De Belgische Grondwet vormt de basis voor de bescherming van fundamentele rechten en vrijheden in België. Daarnaast bestaat er federale en regionale (waaronder Vlaamse) anti-discriminatieregelgeving. Ookk wetten, decreten en besluiten kunnen mensenrechten concretiseren.
Rechtbanken en hoven
Rechtbanken en hoven moeten mensenrechten toepassen in concrete situaties. Ze moeten zelf ook mensenrechten garanderen, zoals bijvoorbeeld het recht op een eerlijk proces. Als een van je mensenrechten geschonden is, kan je naar een nationale rechtbank stappen. Die kan vaststellen dat er een schending is, ervoor zorgen dat die stopt, en eventueel een schadevergoeding toekennen.
Dit kan ook bij internationale rechtbanken, zoals het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Daar kan je als individu een klacht indienen tegen een staat die je mensenrecht schendt. Je moet wel eerst alle mogelijke procedures in eigen land doorlopen hebben. Het EHRM kan vaststellen dat er een schending van een mensenrecht is en beslissen dat die moet stoppen. Het kan ook individuele en algemene maatregelen opleggen, bijvoorbeeld wanneer er ook sprake is van systematische mensenrechtenschendingen. Een uitspraak van het EHRM is juridisch bindend. De uitvoering ervan wordt opgevolgd door het Comité van Ministers bij de Raad van Europa.
Je mensenrechten zijn niet alleen geschonden wanneer de overheid ze onrechtmatig beperkt. Dat is ook zo als de overheid je onvoldoende beschermt tegen schendingen door anderen, of als de overheid zich niet genoeg inzet om die rechten waar te maken. Daarnaast kunnen wetten en decreten bepalen dat ook burgers, bedrijven en organisaties mensenrechten moeten respecteren.
Onafhankelijke toezichthouders
Heel wat internationale en Europese verdragen hebben eigen toezichtsorganen of -comités. Zij volgen op hoe landen de mensenrechten naleven en kunnen zich soms uitspreken over klachten in verband met mensenrechtenschendingen.
Ze beoordelen de mensenrechtensituatie op basis van verslagen van staten, nationale mensenrechteninstituten en middenveldorganisaties. Soms brengen ze zelf een bezoek aan een land. Op basis daarvan formuleren ze aanbevelingen en verbeterpunten. In sommige gevallen kunnen deze comités klachten behandelen van individuen of staten over mensenrechtenschendingen gepleegd door (andere) staten. Sommige comités kunnen ook zonder individuele klacht ernstige of systematische schendingen onderzoeken. Hun beslissingen zijn in principe niet bindend, maar er wordt wel verwacht dat landen de aanbevelingen opvolgen.
De VN-verdragscomités geven daarnaast ook algemene aanbevelingen (General Comments). Daarin verduidelijken ze wat de verplichtingen van staten precies inhouden. Het gaat bijvoorbeeld om:
- het VN-Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap
- het VN-Comité voor economische, sociale en culturele rechten
- het VN-Mensenrechtencomité
- het VN-Comité voor de uitbanning van rassendiscriminatie
- het VN-Comité voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen
Er bestaan ook overkoepelende toezichtsorganen en -procedures die niet aan één verdrag verbonden zijn, zoals:
- de Europese Commissie tegen racisme en intolerantie
- de VN-Mensenrechtenraad met de Universele Periodieke Evaluatie (UPR)
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is ook opgericht binnen het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Aangezien het Hof zich bindend kan uitspreken over mensenrechtenschendingen, lees je hierboven meer over dit orgaan besproken onder ‘Rechtbanken en hoven’.
Daarnaast bestaan er in België verschillende mensenrechteninstituten die mensenrechten beschermen en bevorderen op nationaal en regionaal niveau. Sommige instituten werken vanuit een brede opdracht rond mensenrechten. Het gaat om:
- het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens
- het Vlaams Mensenrechteninstituut
Andere instituten focussen op specifieke rechten of doelgroepen. Het gaat om:
- het Kinderrechtencommissariaat
- Myria
- het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen
- de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen
- Unia
Democratische controle en samenleving
De overheid heeft de eindverantwoordelijkheid om mensenrechten te respecteren, te beschermen en ervoor te zorgen dat ze worden nageleefd. Een democratische rechtsstaat vormt daarvoor de basis. In zo’n systeem respecteert de overheid de wet en bestaan er duidelijke waarborgen tegen machtsmisbruik. Denk aan vrije verkiezingen, de scheiding der machten, onafhankelijke rechtspraak en vrije media. Deze zorgen ervoor dat mensenrechten effectief beschermd worden.
Ook middenveldorganisaties spelen een cruciale rol. Ze brengen mensen samen, verdedigen belangen en maken problemen zichtbaar. Daarnaast verzamelen ze informatie, vergroten ze het bewustzijn en houden ze het overheidsbeleid kritisch tegen het licht.
Vrije, onafhankelijke en diverse media zijn eveneens onmisbaar. Ze fungeren als een soort controlemechanisme: ze monitoren het handelen van de overheid, maken machtsmisbruik en mensenrechtenschendingen zichtbaar, en geven slachtoffers en kwetsbare groepen een stem. Ze dragen bij aan transparantie en zorgen ervoor dat overheden zich publiek moeten verantwoorden.
Tot slot draagt iedereen verantwoordelijkheid. Burgers, bedrijven, verenigingen en organisaties kunnen allemaal bijdragen aan het respecteren, beschermen en bevorderen van mensenrechten. Ook jij kan een verschil maken, bijvoorbeeld door in je eigen omgeving aandacht te hebben voor en inclusie en ervoor te zorgen dat iedereen mee kan doen.
Welke kaders zijn er?
Internationaal kader
- Universele Verklaring Rechten van de Mens
- Internationaal verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten
- Internationaal verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten
- Internationaal verdrag inzake de Uitbanning van alle vormen van Rassendiscriminatie
- Internationaal verdrag inzake de Uitbanning van alle vormen van Discriminatie van Vrouwen
- Vluchtelingenverdrag
- Internationaal Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing
- Internationaal verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap
- Internationaal Verdrag voor de rechten van het kind
- Kaderverdrag inzake de Bescherming van Nationale Minderheden (niet geratificeerd door België)
- Verdrag inzake de rechten van de mens en de biogeneeskunde (niet geratificeerd door België)
- Internationaal Verdrag voor Rechten van Migrerende Werknemers en hun familieleden (niet geratificeerd door België)
- Wapenhandelsverdrag
- Verdrag voor de bescherming van personen met betrekking tot de automatische verwerking van persoonsgegevens
Europees kader
- Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
- Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, gedaan te Istanbul op 11 mei 2011
- Europees sociaal handvest
- Europees verdrag ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing
- Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie
- Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming
- Richtlijn 2004/113/EG van de Raad van 13 december 2004 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten
- Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep (herschikking)
- Richtlijn 2010/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen en tot intrekking van Richtlijn 86/613/EEG van de Raad
- Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep;
- Richtlijn 2002/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 tot wijziging van richtlijn 76/207/EEG van de Raad betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen, en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden;
- Richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad;
- Richtlijn (EU) 2023/970 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid door middel van beloningstransparantie en handhavingsmechanismen.
- Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)
- Artikel 2 VEU (menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten als kernwaarden van de EU)
- Richtlijn 2012/29/EU (Slachtofferrichtlijn)
- Verordening (EU) 2022/2065 (Digitaledienstenverordening)
- Verordening (EU) 2024/1689 (AI‑verordening)
- Kaderbesluit 2008/913/JBZ betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht
- Richtlijn 2019/1937 (klokkenluidersrichtlijn)
Nationaal kader
- Belgische Grondwet
- Wet 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie (antidiscriminatiewet)
- Wet 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenophobie ingegeven daden (antiracismewet)
- Wet 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen (genderwet)
- Decreet 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid (Gelijkekansendecreet)
- Decreet 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt