Overslaan en naar de inhoud gaan

Basketbalclub GUCO Lier discrimineert niet op grond van handicap

info

Samenvatting oordeel

Situatie 

De indienster van de klacht is een persoon met autisme die zichzelf van eind 2024 tot in 2025 identificeerde als non-binair trans persoon, en sinds 2025 als trans vrouw. Zij was niet-spelend lid van de basketbalclub BC GUCO Lier. Na een wedstrijd waarbij de indienster de club vertegenwoordigde als tafelofficial, stuurde ze een e-mail naar de verantwoordelijke basketbalbond om de scheidsrechter van die wedstrijd te wraken voor toekomstige wedstrijden wegens vermeende inbreuken op het reglement. De club volgde de visie van de indienster van de klacht niet en meldde dit ook aan de basketbalbond.  Enkele dagen later bezorgde de betrokken scheidsrechter screenshots van beledigende berichten die de indienster hem op Facebook had gestuurd aan de club. De club confronteerde de indienster met de screenshots. Ze ontkende dat ze de berichten had verzonden. Ze stuurde op vraag van de club haar excuses naar de scheidsrechter. De club stelt dat de indienster dit bericht meteen weer verwijderde; de indienster ontkent dit.

Een paar weken later manipuleerde de indienster van de klacht online wedstrijdformulieren van BC GUCO Lier door de namen van spelers te verwijderen. Hierop nam het bestuur van de club zich voor om de indienster te schrappen als lid. De indienster nam echter meteen zelf ontslag als clublid, en een paar dagen later ook als lid van de basketbalbond. Nog een paar dagen later liet de club aan de indienster weten dat haar aanwezigheid in de club en de cafetaria niet meer gewenst was.  

Een paar maanden later stuurde de indienster van de klacht e-mails aan de club om zich te excuseren voor haar gedrag en een gesprek te vragen met het oog op een tweede kans. Tijdens dit gesprek weigerde de club een heraansluiting te overwegen, omwille van een vertrouwensbreuk. Onder bepaalde voorwaarden mocht de indienster wel weer aanwezig zijn in de cafetaria. Een paar weken later werd deze toestemming echter ingetrokken, omdat ze de gemaakte afspraken niet was nagekomen. 

De indienster identificeerde zich van eind 2024 tot in 2025 als non-binair persoon, en later als trans vrouw. Volgens haar hebben bestuursleden van de club die haar in vrouwelijkere kleding hebben gezien haar uitgelachen, geloofden ze niet dat ze echt in transitie ging, en twijfelden ze sinds haar ‘coming-out’ aan haar mentale gezondheid. Ze stelt dat er daarom ook sprake is van discriminatie op grond van genderidentiteit.

Beoordeling door de Geschillenkamer

Ontvankelijkheid: discriminatie op grond van genderidentiteit

In haar oorspronkelijke klacht voerde de indienster van de klacht discriminatie op grond van handicap aan. In haar tweede standpunt stelt de indienster dat ze zich sinds oktober 2024 identificeert als non-binair transgender en zich al vrouwelijker kleedt. Ze verwijt de club daar niet respectvol mee om te gaan in het conflict dat reeds met haar was ontstaan. De Geschillenkamer stelt vast dat een dergelijke discriminatie niet aan bod kwam tussen de partijen voorafgaand aan de procedure voor de Geschillenkamer. Een klacht op grond van genderidentiteit staat los van de discriminatie die in de oorspronkelijke klacht is aangevoerd. De Geschillenkamer kan die dan ook niet behandelen in deze procedure. 

Indirecte discriminatie op grond van handicap

De Geschillenkamer is van oordeel dat de club de indienster niet op een stereotyperende manier heeft behandeld. Tijdens gesprekken over het conflict kon de indienster ondersteund worden door vertrouwenspersonen, en kon een deel van de communicatie schriftelijk gebeuren, wat aan haar autisme tegemoetkwam. Ze kreeg ook telkens een tweede kans (eerst om tafelofficial te blijven na het conflict over de scheidsrechter, en daarna om aanwezig te kunnen zijn in de cafetaria). Uit de reacties van de club op de vraag tot wraking van de scheidsrechter, de beledigende berichten naar de scheidsrechter, het manipuleren van de wedstrijdbladen, en het verdere conflict over haar aanwezighed in de cafetaria, blijkt niet dat de indienster negatief is behandeld op grond van haar handicap. De Geschillenkamer is dus van oordeel dat de indienster niet is behandeld op een nadelige wijze in vergelijking met andere personen die zich in eenzelfde situatie hadden bevonden. In elk geval zijn de maatregelen die de club heeft getroffen gerechtvaardigd, omdat zij passen in de legitieme doelstelling van de club om haar activiteiten op een normale wijze te kunnen organiseren en laten plaatsvinden. Dat betreft zowel de interne werking als de relatie met buitenstaanders. De Geschillenkamer gaat er daarbij wel van uit dat het cafetariaverbod wordt beëindigd wanneer dat niet langer nodig is om de rust en de goede werking te waarborgen.

Oordeel

Om die redenen oordeelt de Geschillenkamer dat 

  • de klacht niet ontvankelijk is voor zover discriminatie wordt aangevoerd op grond van genderidentiteit
  • er geen discriminatie op grond van handicap kan worden vastgesteld. 

Volledig oordeel

De Geschillenkamer, samengesteld uit voorzitter Yves Thiery, bijzitter Eva Brems en bijzitter Jonas Riemslagh, en bijgestaan door griffier Dorien Geeroms, spreekt het volgende oordeel uit:

Procedure

De Geschillenkamer heeft de klacht ontvangen op 16 oktober 2024.  

De fase van het uitwisselen van standpunten en overtuigingsstukken werd afgerond op 24 mei 2025. De Geschillenkamer ontving volgende stukken:   

  • het standpunt van de verweerder van 3 december 2024
  • het antwoord van de indienster van de klacht van 20 januari 2025
  • het antwoord van de verweerder van 30 januari 2025.  

Er werd in dit dossier geen hoorzitting georganiseerd, maar wel werden bijkomend standpunten uitgewisseld: 

  • het standpunt van de indienster van de klacht van 25 april 2025
  • het standpunt van verweerder van 24 mei 2025.  

De Geschillenkamer ontvangt een klacht pas nadat een (poging tot) bemiddeling is doorlopen bij de afdeling Eerstelijnsdienst en Bemiddeling van het Vlaams Mensenrechteninstituut. [1] Omwille van de vertrouwelijkheid van de bemiddeling mag de Geschillenkamer niet geïnformeerd worden over wat er zich tijdens de bemiddeling heeft afgespeeld. [2]

De Geschillenkamer beslist om verschillende stukken uit het dossier te weren omdat deze stukken inhoudelijk over de bemiddelingspoging gaan (stuk 28a bij het antwoord van de indienster van de klacht en de stukken 19a tot 19z24 bij het standpunt van de verweerder). Dit wil zeggen dat de Geschillenkamer met deze (onderdelen van) stukken geen rekening houdt bij haar beoordeling. 

Feiten

De indienster van de klacht is een persoon met autisme die zichzelf van eind 2024 tot in 2025 identificeerde als non-binair trans persoon, en sinds 2025 als trans vrouw. [3] Zij was niet-spelend lid van de basketbalclub BC GUCO Lier. Binnen de club trad ze op als tafelofficial bij wedstrijden en was ze secretaris van de vriendenclubs-ploegen van BC GUCO Lier.  

Tijdens een wedstrijd op 10 november 2023 van één van de vriendenclubs-ploegen, vertegenwoordigde de indienster van de klacht de club als tafelofficial. Na afloop van de wedstrijd stuurde ze op eigen initiatief een e-mail naar de verantwoordelijke basketbalbond om de scheidsrechter van die wedstrijd te wraken voor toekomstige wedstrijden, wegens vermeende inbreuken op het reglement (concreet ging het om het niet toekennen van vrijworpen). De club volgde de visie van de indienster van de klacht niet en meldde aan de basketbalbond dat het enkel om haar persoonlijke mening ging.  

Enkele dagen later meldde de betrokken scheidsrechter aan de basketbalclub dat de indienster van de klacht beledigende berichten naar hem had gestuurd op Facebook. De scheidsrechter bezorgde de club screenshots van deze berichten. De club confronteerde de indienster met de screenshots tijdens een gesprek op 23 november 2023. Ze ontkende – en blijft tot op vandaag ontkennen – dat ze de berichten had verzonden.  

Tijdens het gesprek op 23 november 2023 gaf de club aan dat de indienster van de klacht haar excuses moest aanbieden aan de scheidsrechter als ze nog actief wilde blijven als tafelofficial. De indienster heeft dit tijdens het gesprek zelf gedaan, via een privébericht op Facebook. Volgens de basketbalclub heeft de indienster het bericht met excuses echter meteen weer verwijderd. De indienster van de klacht ontkent dit. 

Op 25 november 2023 manipuleerde de indienster van de klacht enkele wedstrijdformulieren van BC GUCO Lier door de namen van spelers te verwijderen. Hierop nam het bestuur van de club zich voor om de indienster te schrappen als lid. 

Ook op 25 november 2023 nam de indienster van de klacht zelf ontslag als clublid van BC GUCO Lier. Op 28 november 2023 nam ze ook ontslag als lid van de basketbalbond. 

Op 29 november 2023 was de indienster van de klacht aanwezig in de cafetaria van de sporthal waarin de basketbalclub diens thuiswedstrijden speelt.  Volgens haar maakte de voorzitter van de club haar toen duidelijk dat ze niet meer welkom was in de cafetaria. De club bevestigde op 1 december 2023 via e-mail dat de aanwezigheid van de indienster op de club niet meer gewenst was.

Eind januari en begin februari 2024 stuurde de indienster van de klacht e-mails aan de club om zich te excuseren voor haar gedrag en een gesprek te vragen met het oog op een tweede kans. In de loop van februari 2024 vond een gesprek plaats tussen de club en de indienster van de klacht, in aanwezigheid van haar ouders en broer. De club weigerde tijdens dat gesprek een heraansluiting te overwegen, omwille van een vertrouwensbreuk. De club hief wel het verbod op toegang tot de cafetaria op, zolang de indienster van de klacht bepaalde voorwaarden zou naleven. Op 10 maart 2024 meldde de club echter in een e-mail dat de indienster van de klacht opnieuw niet meer welkom was op de club, omdat ze de gemaakte afspraken niet was nagekomen. 

De indienster van de klacht heeft zich in de loop van 2024 verschillende keren proberen aansluiten bij twee andere clubs in Lier, maar haar aanvragen werden geweigerd.

Op 17 februari 2025 heeft BC GUCO Lier klacht ingediend bij de politie tegen de indienster van de klacht, wegens elektronische belaging.  

De klacht wordt op 16 oktober 2024 aan de Geschillenkamer bezorgd. 

Standpunten partijen

Standpunt indienster klacht

De indienster van de klacht stelt dat basketbalclub GUCO Lier haar heeft gediscrimineerd op grond van haar handicap en genderidentiteit.  

Ze stelt dat de basketbalclub haar probeert neer te zetten als het stereotiepe negatieve beeld van een persoon met autisme, namelijk als een gefrustreerd persoon die impulsieve beslissingen neemt zonder nadenken. Ze betwist dit en verduidelijkt dat ze omwille van haar autisme net een goed geheugen heeft voor feiten en nooit zomaar beslissingen neemt.  

Ze stelt ook dat de basketbalclub haar anders heeft behandeld dan andere personen, door haar als persoon met autisme onmiddellijk schuldig te verklaren aan stalking van een scheidsrechter en door haar na een gebrekkig onderzoek te schrappen als tafelofficial.  

De indienster van de klacht stelt dat de club haar op 23 november 2023 onterecht heeft beschuldigd van stalking van een scheidsrechter en ontkent dat ze de betrokken Facebook-berichten heeft verzonden. Ze geeft ook aan dat het tuchtonderzoek van de club gebrekkig en eenzijdig is verlopen. De club heeft de bewijsstukken van de indienster namelijk genegeerd. Ze stelt verder dat de vertrouwenspersoon die aanwezig was bij het gesprek op 23 november 2023 geen echte vertrouwenspersoon was, in tegenstelling tot wat de club beweert. Ze voert ten slotte aan dat haar privacy werd geschonden tijdens het gesprek, doordat de voorzitter van GUCO Lier zonder haar toestemming haar telefoon heeft afgenomen en nagekeken.  

Meteen na het gesprek op 23 november 2023, waarbij de indienster werd verplicht om haar excuses aan te bieden, heeft de voorzitter van de club aan de spelersgroep meegedeeld dat ze niet langer als tafelofficial mocht optreden. Voor de indienster kwam dit neer op het breken van gemaakte afspraken: ze hield zich aan de opgelegde voorwaarden door haar excuses aan de scheidsrechter aan te bieden, maar de club strafte haar toch.  

De indienster van de klacht benadrukt dat de club haar sociale netwerk heeft afgenomen door haar te schorsen als tafelofficial en de toegang tot de cafetaria te ontzeggen, terwijl de club had beloofd dit niet te doen. Ze stelt ook dat de onmogelijkheid om aan te sluiten bij een andere basketbalclub in Lier ervoor zorgt dat ze haar hobby helemaal niet meer kan uitoefenen. Volgens haar is dit het directe gevolg van de invloed die GUCO heeft binnen de basketbalbond en over andere clubs. 

De indienster van de klacht geeft toe dat ze op 25 november 2023 uit wraak wedstrijdbladen heeft gesaboteerd, omdat ze vond dat ze ten onrechte werd geschorst als tafelofficial. Ze ontkent echter dat de leden van de club bang zouden zijn van haar en stelt dat ze haar nog steeds begroeten wanneer ze haar tegenkomen buiten de club. 

De indienster van de klacht geeft ten slotte aan dat ze zich sinds oktober 2024 identificeerde als non-binair persoon en als transpersoon, en later als trans vrouw. Sindsdien kleedt ze zich vrouwelijker en vanaf februari 2025 is ze in medische transitie gegaan. Volgens haar hebben bestuursleden van GUCO die haar in vrouwelijker kleding hebben gezien haar uitgelachen, en geloofden ze niet dat ze echt in transitie ging. Ze stelt dat er ook sprake is van discriminatie op grond van genderidentiteit, omdat bestuursleden van de club sinds haar ‘coming-out’ aan haar mentale gezondheid twijfelden en ervoor niet. 

Standpunt verweerder

GUCO Lier stelt dat het aan de indienster van de klacht is om aan te tonen dat ze minder gunstig werd behandeld op basis van beschermde kenmerken. Volgens de club toont ze dit niet aan. Integendeel, de club heeft haar juist meer kansen gegeven om haar fouten goed te maken dan zij aan andere personen zou hebben gegeven, omdat de club haar problematiek van autisme kent en respecteert.  

De club stelt dat de indienster van de klacht beledigende en seksueel discriminerende berichten heeft gestuurd naar een scheidsrechter, over de scheidsrechter en diens zoon. Hierdoor heeft de indienster de waarden van de club ernstig geschaad en de belangen van de club in het gedrag gebracht. Dit is voor de club een rode lijn die niemand binnen de club mag overschrijden. Ondanks schriftelijke bewijzen blijft de indienster deze feiten op onredelijke wijze ontkennen.  

De club heeft een gesprek georganiseerd met de indienster om duidelijk te maken dat er binnen de club geen plaats is voor online beledigingen. Tijdens dat gesprek heeft de club gevraagd dat de indienster haar excuses zou aanbieden aan de betrokken scheidsrechter. Ze mocht dit schriftelijk doen in plaats van in een fysieke één-op-één situatie. Volgens de club stuurde de indienster effectief haar excuses via Facebook, maar heeft ze het betrokken bericht meteen weer verwijderd.  

De club voert aan dat de indienster hierna bij twee wedstrijden van de seniorploegen de digitale wedstrijdformulieren heeft gemanipuleerd. Volgens de club gebeurde dit uit wraak, om de club te beschadigen. Hierna heeft de club beslist om haar de toegang tot het digitale platform en tot de club te ontzeggen. De club besloot toen ook om haar te schrappen als lid. 

De club benadrukt dat zij rekening heeft gehouden met de problematiek van de indienster. De club heeft herhaaldelijk pogingen ondernomen om het gesprek aan te gaan, altijd met een of meerdere vertrouwenspersonen van de indienster erbij. Tijdens deze gesprekken maakte de club duidelijk dat eenvoudige excuses volstonden om opnieuw welkom te zijn binnen de club. De indienster kreeg dus meerdere kansen, maar heeft deze niet gegrepen. De club betreurt dit maar benadrukt dat zij alle redelijke inspanningen heeft gedaan om de indienster te helpen. 

De club geeft verder aan dat na deze gebeurtenissen, meerdere leden zich niet langer comfortabel voelen in aanwezigheid van de indienster van de klacht.  

De club beweert daarnaast dat de afspraken die tijdens de bemiddeling bij het Vlaams Mensenrechteninstituut werden gemaakt, al de dag nadien door de indienster werden geschonden. Ze zou hierna ook een zak met doorgeknipt GUCO-sportmateriaal in de inkomhal van de sportclub hebben achtergelaten. 

De club verwijst ten slotte naar het grote aantal e-mails en andere berichten die de indienster naar allerlei personen stuurde, vaak met tientallen mensen in cc en bcc. Volgens de club is er sprake van elektronische belaging. Op 17 februari 2025 heeft de club hiervoor klacht bij de politie ingediend tegen de indienster van de klacht. De club deed dit naar aanleiding van een e-mail die de indienster stuurde met als onderwerp ‘leven verwoesten’, waarin ze schreef dat ze de club zou verwoesten net zoals haar eigen leven was verwoest. Daarnaast verzond ze ook een e-mail waarin ze aangaf een zelfmoordpoging te hebben ondernomen. De club geeft aan dat ze ernstige vragen heeft bij de mentale gezondheid van de indienster van de klacht. De club heeft diens bezorgdheid over haar mentale gezondheid op 12 februari 2025 ook gemeld aan hun familieleden. 

Beoordeling door de Geschillenkamer

De Geschillenkamer moet beoordelen of er in deze zaak sprake is van discriminatie van de indienster op grond van handicap of genderidentiteit.

De Geschillenkamer onderzoekt eerst de ontvankelijkheid van de klacht over discriminatie op grond van genderidentiteit (I). Vervolgens onderzoekt zij of er sprake is van discriminatie op grond van handicap (II). 

I. Ontvankelijkheid van de klacht

A. Algemene beginselen

Tijdens de procedure voor de Geschillenkamer krijgen alle partijen de mogelijkheid om (minstens) twee keer hun standpunt kenbaar te maken aan de Geschillenkamer. [4] Beide partijen kunnen dus tijdens de procedure verduidelijkingen bezorgen aan de Geschillenkamer.  

In haar tweede standpunt kan de indienster aanvullingen doen op de oorspronkelijke klacht, bijvoorbeeld: 

  • nieuwe feiten aanbrengen om de omvang van de discriminatie te verduidelijken;
  • een verdere discriminatie die verband houdt met de oorspronkelijke klacht toevoegen, bijvoorbeeld omdat zij voortkomt uit dezelfde situatie tussen de partijen;
  • verduidelijken dat eenzelfde gedraging meerdere vormen van discriminatie uitmaakt;
  • of dat de aangevoerde discriminatie op meer dan één beschermd kenmerk steunt. 

In deze situaties ligt de aanvulling op de klacht al besloten in de oorspronkelijke discriminatieklacht. 

B. Toepassing

In deze zaak heeft de indienster van de klacht discriminatie aangevoerd op grond van handicap. In het tweede standpunt van 20 januari 2025 stelt de indienster een eerste keer dat ze zich sinds oktober 2024 identificeert als non-binair transgender en zich al vrouwelijker kleedt. Ze verwijt de verweerder daar niet respectvol mee om te gaan in het conflict dat reeds met haar was ontstaan. 

Voor zover de indienster daarmee een afzonderlijke klacht formuleert van discriminatie op grond van genderidentiteit, stelt de Geschillenkamer vast dat een dergelijke discriminatie niet aan bod kwam tussen de partijen voorafgaand aan de procedure voor de Geschillenkamer. Een klacht op grond van genderidentiteit staat los van de discriminatie die in de oorspronkelijke klacht is aangevoerd. De Geschillenkamer kan de aangevoerde discriminatie op grond van genderidentiteit dan ook niet behandelen in deze procedure. De indienster van de klacht kan over deze aangevoerde discriminatie wel een nieuwe klacht indienen bij het Vlaams Mensenrechteninstituut, als ook aan de andere voorwaarden om een klacht in te dienen is voldaan. [5]

II. Discriminatie op grond van handicap

A. Directe of indirecte discriminatie 

Volgens de indienster van de klacht werd ze door de basketbalclub benadeeld omwille van haar handicap en heeft de basketbalclub onvoldoende rekening gehouden met haar handicap. 

De Geschillenkamer moet nagaan of zij de klacht moet onderzoeken als een klacht over directe discriminatie en/of een klacht over indirecte discriminatie. 

Van directe discriminatie is sprake wanneer iemand minder gunstig wordt behandeld dan iemand anders in een vergelijkbare situatie op grond van een beschermd kenmerk, zoals in dit geval handicap. [6]

Van indirecte discriminatie is sprake wanneer een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelswijze personen met een beschermd kenmerk in vergelijking met andere personen kan benadelen. [7]

De Geschillenkamer stelt vast dat de indienster in essentie aanklaagt dat ze, als gevolg van een reeks maatregelen van de basketbalclub, haar hobby niet langer kan uitoefenen. Daardoor valt ook een belangrijk deel van haar sociaal leven weg. De indienster is van oordeel dat dit haar als persoon met autisme bijzonder hard treft. De indienster voert dus aan dat ze bijzonder is benadeeld door de handelswijze van de basketbalclub. 

De Geschillenkamer behandelt de klacht daarom als een klacht over indirecte discriminatie. 

B. Indirecte discriminatie: algemene beginselen

Een indirecte discriminatie op grond van handicap vindt plaats wanneer: 

  • een op het eerste gezicht neutrale praktijk;
  • personen met een handicap in vergelijking met andere personen kan benadelen;
  • tenzij die praktijk objectief wordt gerechtvaardigd. Dit is het geval wanneer de praktijk een legitiem doel nastreeft en de middelen om dit doel te bereiken passend en noodzakelijk zijn. [8] Een praktijk die personen met een handicap benadeelt, is niet noodzakelijk wanneer de discriminerende impact kan worden vermeden door redelijke aanpassingen. [9] Als aan die voorwaarden is voldaan, moet ten slotte een afweging worden gemaakt tussen het nadeel voor personen met een of meer beschermde kenmerken en het belang van het nagestreefde doel (evenredigheid in de strikte zin).

Deze elementen worden hierna onderzocht.

C. Op het eerste gezicht neutrale praktijk 

De indienster van de klacht bekritiseert de handelswijze van de basketbalclub in het conflict dat is ontstaan. Daarbij is volgens haar niet of niet voldoende rekening gehouden met haar handicap. 

De Geschillenkamer stelt vast dat het dossier geen elementen bevat waaruit blijkt dat de basketbalclub de indienster anders heeft behandeld omwille van haar handicap. De bestreden handelswijze zou op dezelfde manier zijn toegepast voor personen zonder haar handicap. Dit is een op het eerste gezicht neutrale praktijk, aangezien daarbij geen direct onderscheid wordt gemaakt op grond van handicap. 

D. Benadeling van de indienster van de klacht in vergelijking met andere personen en objectieve rechtvaardiging

De indienster van de klacht stelt in essentie dat ze is benadeeld door de houding van de basketbalclub in het conflict dat is ontstaan en door de maatregelen die de club tegen haar heeft getroffen.  

De Geschillenkamer is, zoals hieronder zal blijken, op basis van het onderzoek van de stukken die door beide partijen zijn neergelegd, van oordeel dat de indienster niet is behandeld op een nadelige wijze in vergelijking met andere personen die zich in eenzelfde situatie hadden bevonden. De Geschillenkamer komt tot de conclusie dat de maatregelen die de club heeft getroffen in elk geval gerechtvaardigd zijn omdat zij passen in de legitieme doelstelling van de club om haar activiteiten op een normale wijze te kunnen organiseren en laten plaatsvinden. Dat betreft zowel de interne werking als de relatie met buitenstaanders, zoals scheidersrechters.

De Geschillenkamer bespreekt de verschillende onderdelen van het conflict tussen de indienster en de basketbalclub hierna afzonderlijk.

  1. Wraking scheidsrechter

De indienster van de klacht heeft na de wedstrijd van 10 november 2023 een e-mail gestuurd met de vraag om een bepaalde scheidsrechter een tijd niet meer aan te duiden voor wedstrijden van de basketbalclub. Volgens haar is het geen officiële wraking. De indienster beklaagt dat de club vervolgens gemeld heeft dat het om de persoonlijke mening van de indienster ging en geen standpunt van de club. 

De Geschillenkamer ziet in het optreden van de club geen nadelige behandeling van de indienster op grond van haar handicap. 

De indienster stelt verder dat de basketbalclub in die communicatie haar heeft neergezet als een impulsief iemand, wat een negatief stereotiep beeld schept van iemand met autisme. De Geschillenkamer leest dat echter niet op die manier in de e-mails die aan haar zijn voorgelegd. Een bestuurslid heeft namelijk enkel geschreven dat “zo’n beslissing en communicatie [...] niet impulsief [mag] gebeuren” en door het volledige bestuur van de club gedragen moet worden. Ook uit andere e-mails blijkt niet de boodschap die de indienster voorstelt. 

  1. Beledigingen scheidsrechter

Een belangrijk voorval in het conflict tussen de indienster en de basketbalclub draait om de beledigingen die de indienster via Facebook naar een scheidsrechter zou hebben gestuurd. De indienster ontkent die beledigingen te hebben verstuurd. 

De Geschillenkamer stelt vast dat de verweerder schermafdrukken voorlegt waaruit blijkt dat de indienster de berichten wel degelijk heeft verstuurd. Deze berichten waren inderdaad beledigend voor de betrokken scheidsrechter en zijn zoon, die eveneens scheidsrechter is. Hoewel de indienster ontkent de beledigingen te hebben verstuurd, is de Geschillenkamer van mening dat de schermafdrukken geloofwaardig zijn. De indienster legt een kopie neer van haar gesprekkengeschiedenis op Facebook. Aangezien berichten verwijderd kunnen worden volgt uit de voorgelegde gesprekkengeschiedenis niet het bewijs dat de indienster de berichten nooit heeft verstuurd.

De basketbalclub is na dat voorval het gesprek aangegaan met de indienster. Op dat gesprek was een bestuurder aanwezig die volgens de club beschouwd kon worden als een vertrouwenspersoon, al geeft de indienster in haar standpunt aan hem niet als een vertrouwenspersoon te zien, ook al kennen zij elkaar al jaren. De basketbalclub heeft de indienster de kans gegeven om zich te verontschuldigen. De partijen zijn het erover eens dat die verontschuldigingen ook zijn verstuurd via Facebook. Volgens de basketbalclub heeft de indienster dat bericht kort daarna verwijderd. 

Uit dit voorval blijkt geen nadelige behandeling van de indienster op grond van haar handicap.

  1. Manipulatie wedstrijdbladen

De indienster heeft op 25 november 2023 spelers van het online wedstrijdblad van de basketbalclub gehaald. De indienster erkent dat ze dat heeft gedaan. Volgens haar gebeurde dat uit wraak omdat de club van plan was maatregelen tegen haar te nemen die de indienster als onterecht ervaarde. Na dat voorval wordt in het bestuur van de basketbalclub voorgesteld de indienster zo snel als mogelijk te “schrappen”.

Het spreekt voor zich dat de manipulatie van de wedstrijdbladen de goede werking van de activiteit van de basketbalclub in het gedrang kan brengen. Uit de reactie van de basketclub op deze manipulatie blijkt geen nadelige behandeling van de indienster op grond van haar handicap.

  1. Verder verloop van het conflict en cafetariaverbod

Vervolgens heeft de indienster ontslag genomen uit de basketbalclub. De basketbalclub had ook het voornemen haar als lid te schrappen. De club heeft haar kort daarna de toegang ontzegd tot de cafetaria van de sporthal waarin zij haar thuiswedstrijden speelt. 

Er volgde hierna een uitvoerige e-mailcorrespondentie en in februari 2024 heeft er ook een gesprek plaatsgevonden tussen de club en de indiensters en enkele familieleden. Er werden afspraken gemaakt, meer bepaald over communicatie van de indienster met clubleden en op sociale media en de indienster werd opnieuw tot de cafetaria van de club toegelaten. Op 10 maart 2024 heeft de club aan de indienster laten weten niet langer welkom te zijn in de cafetaria omdat ze de afspraken niet naleefde. 

De Geschillenkamer is van oordeel dat de de indienster in het verleden een plaats had in de basketbalclub en dat de club ook bijzondere aandacht voor haar en haar handicap had. Ook in het conflict dat is ontstaan heeft de club rekening gehouden met haar handicap, bijvoorbeeld door in gesprek te gaan in de aanwezigheid van een vertrouwenspersoon. De club wijst er ook op dat zij het voorval met de scheidsrechter heeft willen oplossen door de indienster excuses te laten aanbieden en dat dit, gelet op haar handicap, schriftelijk mocht gebeuren, waardoor een persoonlijke confrontatie met de scheidsrechter niet nodig was. Er is bijgevolg geen sprake van een nadelige behandeling van de indienster op grond van haar handicap.

De Geschillenkamer aanvaardt ook dat de maatregelen die de basketbalclub heeft genomen nodig kunnen zijn om de werking en de activiteiten van de club niet in het gedrang te brengen. Een afkoelingsperiode, met inbegrip van de vraag om niet in de clubcafetaria te komen, kan in een dergelijke situatie een nuttige maatregel zijn. De Geschillenkamer begrijpt het zogenaamde cafetariaverbod wel zo dat dit niet langer wordt gehandhaafd dan dat het nodig is om de rust en de goede werking te waarborgen. De basketbalclub lijkt dat ook zo te hebben begrepen, aangezien zij het cafetariaverbod na verloop van tijd heeft opgeheven in het kader van nieuwe afspraken met de indienster van de klacht. Een cafetariaverbod zonder enige mogelijkheid op heroverweging in het licht van nieuwe omstandigheden zou niet passend en noodzakelijk zijn voor de doelstelling van de goede werking van de basketbalclub. Bij die beoordeling moet rekening worden gehouden met het feit dat de loutere aanwezigheid in de cafetaria van een andere orde lijkt te zijn dan de betrokkenheid van de indienster bij de sportieve of andere activiteiten van de club, bijvoorbeeld als tafelofficial of secretaris. 

  1. Aansluiting bij andere basketbalclubs

De Geschillenkamer begrijpt tot slot dat het voor de indienster moeilijk is om bij een andere basketbalclub in de omgeving aan te sluiten. Het is mogelijk dat dit een onrechtstreeks gevolg is van wat er zich tussen de indienster en de basketbalclub heeft afgespeeld. De Geschillenkamer ziet echter geen aanwijzingen in het dossier dat dit het gevolg is van handelingen van de verweerder. Op dat nadeel, ook al ervaart de indienster dat als heel ernstig, wordt in het verdere onderzoek van de klacht, die immers tegen de basketbalclub is gericht, niet verder ingegaan. 

Oordeel van de Geschillenkamer

Om die redenen oordeelt de Geschillenkamer: 

  • dat de klacht niet ontvankelijk is voor zover discriminatie wordt aangevoerd op grond van genderidentiteit;
  • dat er geen discriminatie op grond van handicap kan worden vastgesteld.
Voetnoten
  1. Art. 13 §5, VMRI-decreet.
  2. Art. 13 §4, VMRI-decreet.
  3. Tijdens de periode voorafgaand aan het indienen van de klacht was BC Guco Lier dus nog niet op de hoogte van de genderidentiteit van de indienster. De Geschillenkamer zal doorheen dit oordeel wel de voornaamwoorden “zij/haar/haar” gebruiken, in overeenstemming met de genderidentiteit van de indienster.
  4. Artikels 16-18 Besluit samenstelling en procedure Geschillenkamer.
  5. Artikel 13 §3 VMRI-decreet.
  6. Art. 16, § 1, Gelijkekansendecreet.
  7. Art. 16, § 2, Gelijkekansendecreet.
  8. Artikel 16, § 2, Gelijkekansendecreet.
  9. Zie bv. Hof van Justitie 15 juli 2021, C-795/19, XX t. Tartu Vangla, § 46-52.  

Download het oordeel

Ook interessant