Overslaan en naar de inhoud gaan

Bellewaerde weigert redelijke aanpassing door personen met autisme enkel samen met een begeleider in de prikkelarme wachtrij toe te laten

info

Samenvatting oordeel

Situatie

Een persoon met autisme en een vereniging die zich inzet voor personen met autisme dienen klacht in tegen het pretpark Bellewaerde. Ze stellen dat Bellewaerde personen met autisme discrimineert doordat het hen enkel toestaat om de prikkelarme wachtrijen te gebruiken als zij een begeleider zonder handicap meebrengen. 

Beoordeling door de Geschillenkamer

De Geschillenkamer moest in deze zaak onderzoeken of er sprake is van een weigering van redelijke aanpassingen voor personen met autisme.

Redelijke aanpassingen nemen obstakels weg voor een gelijkwaardige participatie van een persoon met een handicap, bijvoorbeeld bij een pretparkbezoek. De mogelijkheid om de prikkelarme wachtrij te gebruiken, maakt het voor personen met autisme mogelijk om langer een pretpark te bezoeken doordat ze dan minder prikkels moeten verwerken tijdens een bezoek. Het beleid van Bellewaerde dat personen met autisme alleen samen met een begeleider toestaat de prikkelarme wachtrijen te gebruiken, creëert feitelijke, sociale en financiële obstakels voor hen. Ze moeten in dat geval een begeleider vinden en voor de begeleider een ticket betalen als zij het pretpark willen bezoeken. 

Een gevraagde redelijke aanpassing kan alleen worden geweigerd als ze een onevenredige belasting zou betekenen voor degene die de aanpassing moet doen. Volgens Bellewaerde zou de aanpassing een veiligheidsrisico creëren en te belastend zijn voor haar personeel. De Geschillenkamer stelt vast dat Bellewaerde geen bewijs aanlevert dat de aanpassing een impact zou hebben op de veiligheid in het pretpark. Bellewaerde zet ook niet uiteen op welke wijze de aanpassing een bijkomende belasting voor haar personeel zou betekenen. 

Bellewaerde heeft dus niet aangetoond dat de gevraagde aanpassing een onevenredige belasting zou uitmaken. De Geschillenkamer oordeelt dan ook dat Bellewaerde op discriminerende wijze redelijke aanpassingen geweigerd heeft voor personen met autisme, zoals de eerste indiener van de klacht. 

Oordeel

Om die redenen oordeelt de Geschillenkamer dat er sprake is van een weigering van redelijke aanpassingen voor personen met een handicap overeenkomstig het Gelijkekansendecreet.

Aanbevelingen

Om de vastgestelde discriminatie te beëindigen, beveelt de Geschillenkamer Bellewaerde aan:

  • als individuele maatregel, de eerste indiener van de klacht toe te staan met zijn Autipas de prikkelarme wachtrijen te gebruiken, ook zonder een begeleider;
  • als structurele maatregel, personen met autisme ook zonder begeleider de prikkelarme wachtrij te laten gebruiken wanneer zij aangeven dat ze zelfstandig het pretpark kunnen bezoeken, bijvoorbeeld door andere polsbandjes te gebruiken voor bezoekers zonder een begeleider dan voor bezoekers met een begeleider.

Volledig oordeel

De Geschillenkamer, samengesteld uit voorzitter Yves Thiery, bijzitter Jelle Flo en bijzitter Marie Spinoy, en bijgestaan door griffier Dorien Geeroms, spreekt het volgende oordeel uit:

Procedure

De Geschillenkamer heeft de klacht ontvangen op 20 juni 2025. 

De fase van het uitwisselen van standpunten en overtuigingsstukken werd afgerond op 8 november 2025.

De Geschillenkamer ontving volgende stukken: 

  • het standpunt van de verweerder van 24 september 2025
  • het antwoord van de indieners van de klacht van 15 oktober 2025
  • het antwoord van de verweerder van 8 november 2025.

De Geschillenkamer behandelde de zaak tijdens een hoorzitting op 17 december 2025. Tijdens de hoorzitting waren beide partijen aanwezig. De eerste indiener was zelf aanwezig en als vertegenwoordiger van Stichting Uit Met Autisme (de tweede indiener van de klacht). Hij werd bijgestaan door zijn partner.De verweerder werd vertegenwoordigd door advocaat Julie Podevyn. 

Een klacht wordt pas doorgestuurd naar de Geschillenkamer nadat een (poging tot) bemiddeling is doorlopen bij de afdeling Eerstelijnsdienst en Bemiddeling van het Vlaams Mensenrechteninstituut.[1] Omwille van de vertrouwelijkheid van de bemiddeling mag de Geschillenkamer niet geïnformeerd worden over wat er zich tijdens de bemiddeling heeft afgespeeld.[2] 

De Geschillenkamer beslist om een passage uit het eerste en het tweede standpunt van de verweerder (randnummer 1 op pagina 1 in beide documenten) uit het dossier te weren omdat deze passage inhoudelijk over de bemiddelingspoging gaat.

Feiten

De eerste indiener van de klacht is een persoon met autisme. Hij treedt op voor zichzelf en voor de tweede indiener van de klacht, Stichting Uit Met Autisme (hierna: SUMA), waarvan hij lid is. SUMA zet zich in voor personen met autisme en wil onder meer bijdragen aan een toegankelijke vrijetijdsbeleving voor deze groep. De klacht is gericht tegen het pretpark Bellewaerde. 

Bellewaerde heeft prikkelarme wachtrijen voor alle attracties. Deze wachtrijen zijn minder druk, vaak minder versierd, en er speelt minder muziek. Deze optie maakt de attracties toegankelijker voor onder meer personen met autisme door overprikkelend fysiek contact, lawaai, bewegingen, enzovoort te verminderen. 

Bezoekers met een document of attest waaruit hun handicap blijkt, krijgen met een ‘Access’Pass’ toegang tot de prikkelarme wachtrijen. Bellewaerde geeft de ‘Access’Pass’ alleen aan bezoekers:

  • met de kaart voor bezoekers met een handicap;
  • met een European Disability Card;
  • met de Autipas;
  • met een doktersattest van minder dan een jaar oud dat aangeeft dat de persoon niet in staat is lang recht te staan of alleen in de wachtrij te staan;
  • die een gipsverband dragen.

Deze bezoekers mogen het park echter enkel bezoeken samen met een begeleider zonder handicap die een eigen ticket aankoopt. 

De indieners van de klacht dienen klacht in omdat personen met autisme, zoals de eerste indiener van de klacht, de prikkelarme wachtrij enkel mogen gebruiken samen met een begeleider. Volgens hen is dit een discriminatie op grond van handicap. 

De Geschillenkamer heeft de klacht ontvangen op 12 maart 2025.

Standpunten partijen

Standpunt indieners klacht

Volgens de indieners van de klacht discrimineert Bellewaerde personen met autisme op grond van hun handicap doordat het hen enkel met een begeleider toegang geeft tot de prikkelarme wachtrij voor attracties. 

Zij stellen dat de prikkelarme wachtrijen nodig zijn voor personen met autisme. Personen met autisme kunnen prikkels niet goed filteren waardoor de prikkelarme wachtrij het voor hen mogelijk maakt om (langer) deel te nemen aan de attracties. De eerste indiener van de klacht geeft aan dat hij zonder deze wachtrijen na een paar uur overprikkeld raakt en zijn bezoek dus veel vroeger moet stopzetten dan hij zou wensen. De indieners van de klacht benadrukken ook dat de gevraagde aanpassing niet gericht is op een kortere wachttijd: een identieke wachttijd als in de reguliere rij op een prikkelarmere locatie volstaat.

Volgens de indieners van de klacht benadeelt het beleid personen met autisme op verschillende manieren. Ten eerste wordt het voor hen moeilijker om het park en de attracties te bezoeken omdat zij altijd een begeleider moeten vinden. De eerste indiener van de klacht geeft aan dat dit in het verleden vaak moeilijk was, ook wanneer hij een oproep deed bij vrijwilligersorganisaties en op online platformen. 

Ten tweede ontkent en beperkt het beleid van Bellewaerde volgens de indieners van de klacht de autonomie van personen met autisme doordat zij als afhankelijk worden beschouwd van een andere persoon om het pretpark te kunnen bezoeken. Door een begeleider als voorwaarde op te leggen voor het bezoek met toegang tot de prikkelarme wachtrij verplicht Bellewaerde personen met autisme om op zoek te gaan naar een andere persoon die bereid is hen te begeleiden. De indieners van de klacht wijzen op het fundamenteel belang van autonomie in het VN Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (hierna: VN Verdrag Handicap), zoals onder meer terug te vinden in artikel 3 van dit verdrag.

Ten derde benadeelt het beleid volgens de indieners van de klacht personen met autisme financieel in vergelijking met andere bezoekers die geen extra faciliteiten nodig hebben om het park toegankelijk te maken. Ook de opgelegde begeleider moet immers een toegangsticket hebben. Zelfs wanneer er een korting bestaat voor personen met een handicap, moet een persoon met een handicap in de praktijk meer betalen dan een persoon zonder handicap, aangezien die twee toegangstickets moet betalen. Dit gaat ook in tegen de vereiste van toegankelijkheid voor personen met een handicap zoals opgenomen in artikel 9 VN Verdrag Handicap. 

Volgens de indieners van de klacht komt dit beleid dan ook neer op een feitelijke uitsluiting van personen met autisme. Redelijke aanpassingen zijn er precies op gericht om dat te voorkomen. Zij wijzen erop dat het effect van het beleid beslissend is om te beoordelen of er sprake is van discriminatie. Ze betwisten niet dat Bellewaerde in het algemeen veel inspanningen levert voor personen met een handicap. Hun klacht gaat specifiek over de weigering om redelijke aanpassingen te maken die voor personen met autisme obstakels zouden wegnemen om op een gelijkwaardige manier het pretpark te kunnen bezoeken. Redelijke aanpassingen vragen echter per definitie maatwerk, aanpassingen op individueel niveau. 

Volgens de indieners van de klacht is er geen rechtvaardiging voor de weigering van de toegang. Bellewaerde beroept zich op een verplichting van TüV, de controleorganisatie die de attracties keurt op vlak van veiligheid. Andere pretparken, die ook zijn goedgekeurd door TüV, laten wel toe dat personen met autisme attracties zelfstandig bezoeken. Volgens de indieners van de klacht legt TüV geen veiligheidsbeleid op, maar controleert het alleen het veiligheidsbeleid van de pretparken. 

Het beleid is volgens de indieners van de klacht ook niet nodig om veiligheidsredenen. Het veiligheidsrisico is net groter wanneer personen met autisme geen toegang hebben tot de prikkelarme wachtrij maar de reguliere wachtrijen, met veel meer prikkels, moeten gebruiken. Een overvloed aan prikkels riskeert net een meltdown of shutdown te veroorzaken, wat een impact kan hebben op de veiligheid van zowel de persoon met autisme als andere bezoekers. De argumenten van Bellewaerde over de veiligheid zijn verder hypothetisch en onvoldoende onderbouwd. Bellewaerde kan geen onderzoeken of rapporten voorleggen waaruit een reëel veiligheidsrisico zou blijken als personen met autisme zelfstandig de prikkelarme rij kunnen gebruiken. Ook tonen zij niet aan dat dit risico groter is dan wanneer deze bezoekers de reguliere wachtrij zouden gebruiken. 

Bovendien gebruiken veel pretparken volgens de indieners van de klacht een werkbaar en minder discriminerend alternatief om aan eventuele veiligheidsrisico’s tegemoet te komen: een systeem met polsbandjes. Iemand die wel in staat is om zelfstandig een attractie te bezoeken en te verlaten in geval van nood, ondertekent een disclaimer en krijgt een polsbandje in één kleur, waardoor de medewerkers snel kunnen zien dat die persoon zelfstandig is. Deze personen kunnen dan zelfstandig de prikkelarme rij gebruiken. Iemand die niet in staat is om deze zaken zelfstandig te doen, krijgt een polsbandje in een andere kleur. De medewerkers kunnen dan ook altijd vaststellen dat die persoon vergezeld moet zijn van een begeleider. Zo’n begeleider moet dan kosteloos toegang krijgen tot het pretpark. Personen met autisme zouden toegang kunnen krijgen tot deze regeling op vertoon van de Nederlandse Autipas, de European Disability Card of de Duitse Schwerbehindertenausweis.

Volgens de indieners van de klacht toont Bellewaerde niet aan dat dit alternatief een onevenredige belasting zou uitmaken. Bellewaerde toont niet aan dat de personeelslast zou verhogen als het beleid zou veranderen. Het is niet duidelijk waarom dit werk niet kan worden uitgevoerd door de twee à vijf personen die dagelijks bezoekers met een handicap verwelkomen. De implementatie van polsbandjes, een korte disclaimer, gerichte instructie van medewerkers en aanpassing van communicatiematerialen is volgens hen zeer beperkt en sluit aan op reeds aanwezige infrastructuur (de onthaalprocessen voor personen met een handicap). Bellewaerde toont ook niet aan dat deze maatregel een zwaardere belasting voor de organisatie vormt dan de cumulatieve belasting die het huidige beleid legt op individuele bezoekers met autisme.

De indieners van de klacht verwijzen ten slotte naar twee oordelen waarin het Nederlands College voor de rechten van de mens heeft geoordeeld dat een gelijkaardig beleid van andere pretparken discriminatie op grond van handicap uitmaakt.[3] Daaruit blijkt volgens hen dat een algemene verplichting om een begeleider mee te nemen niet kan worden gerechtvaardigd door louter hypothetische aannames over veiligheid. 

De indieners van de klacht vragen de Geschillenkamer daarom:

  • vast te stellen dat de verplichte begeleider voor prikkelarme ingangen in strijd is met de eisen van autonomie, toegankelijkheid en redelijke aanpassingen uit het VN Verdrag Handicap;
  • Bellewaerde te adviseren om binnen 120 dagen het alternatief dat zij voorstellen te implementeren;
  • Bellewaerde hierover te laten rapporteren aan het Vlaams Mensenrechteninstituut binnen 90 dagen na de implementatie; en
  • aan te bevelen dat eventuele wijzigingen in het toegangsbeleid vooraf worden getoetst op proportionaliteit en de impact op personen met (onder meer) autisme. 
Standpunt verweerder

Bellewaerde stelt dat geen sprake is van discriminatie, minstens dat geen discriminatie is aangetoond. 

Bellewaerde biedt veel faciliteiten aan voor mensen met een handicap. De uitbreiding die de indieners van de klacht vragen is volgens Bellewaerde een onevenredige belasting omwille van de veiligheid van bezoekers met een handicap maar ook van andere bezoekers en het personeel. Voor bepaalde attracties bestaat er namelijk een reëel gevaar, bijvoorbeeld bij een evacuatie, voor zowel de bezoeker met een handicap als voor de andere bezoekers als de bezoeker met handicap de attractie betreedt zonder begeleider. De verplichting om een begeleider bij te hebben moet op dezelfde manier gezien worden als de lengte- en gewichtsbeperkingen voor sommige attracties. Ze dient om de veiligheid van alle bezoekers te garanderen. Een bezoek zonder begeleider zou het personeel bovendien te veel belasten.

De noodzaak voor de veiligheid blijkt volgens Bellewaerde uit de handleidingen van meerdere attracties. De handleiding van de attractie “Brazilian Buggies” zet de verantwoordelijkheid van het park en de attractiebedieners uiteen. De handleiding geeft aan dat bepaalde groepen van personen niet toegelaten mogen worden tot de attractie. In sommige gevallen kunnen zij wel toegelaten worden met een begeleider. Daarnaast verwijst Bellewaerde naar de evacuatieprocedure voor de attractie “Boomerang”. In dit document staat een concreet voorbeeld waarbij de bezoekers bij een evacuatie aan een medewerker vastgemaakt worden om uit de trein te stappen en via een trap naar beneden te gaan.

Bellewaerde verwijst daarnaast naar drie incidenten uit de voorbije jaren:

  • In de zomer van 2024 moest een medewerker van het park tussenkomen bij een minderjarige jongen met autisme die een woedeaanval kreeg. De jongen is uiteindelijk uit het park gezet onder begeleiding van vier politieagenten.
  • In september 2025 hebben medewerkers van het park een moeder van een jongen met autisme moeten ondersteunen omdat het kind niet om kon met een verandering in routine. De medewerkers hebben het kind begeleid tot de EHBO-post waar het verschillende uren is gebleven.
  • Een aantal jaar terug kon een volwassen bezoekster met dwerggroei niet deelnemen aan verschillende attracties voor bezoekers groter dan 1 meter. Ze maakte hier geen enkel probleem van.   

Bellewaerde benadrukt dat het geen onderscheid maakt op grond van handicap of chronische ziekte bij het aanbieden of verlenen van toegang tot haar park en diensten. Het biedt een algemene toegankelijkheid aan voor alle personen. Bellewaerde levert heel wat inspanningen voor bezoekers met een handicap. Het park verwijst onder meer naar positieve reacties van personen met een handicap op de website TripAdvisor. Het park lijst op welke inspanningen het levert voor personen met een handicap:

  • Sinds maart 2025 hanteert het een reglement ‘personen met een handicap’ met een beleid ten voordele van personen met een handicap.
  • Personen met een handicap kunnen hun ticket aankopen aan een verlaagde prijs van 35 euro in plaats van 46 euro.
  • Er zijn verlaagde infobalies voor rolstoelgebruikers, er is de mogelijkheid om gratis een rolstoel te lenen, en er zijn voorbehouden parkeerplaatsen voor personen met een handicap.
  • Het park blijft ieder jaar investeren in nieuwe attracties, evenementen en infrastructuur. Het heeft verschillende investeringen gedaan tussen 2012 en 2025 om de infrastructuur toegankelijker te maken.
  • Attractiebedieners en onthaalmedewerkers volgen regelmatig opleidingen over het beleid voor personen met een handicap. Dit beleid wordt jaarlijks geëvalueerd met TüV en zo nodig aangepast. Zo is de Gids voor mindervaliden vervangen door een Easy Pass en sinds 2023 door de Access'Pass. Hiermee kiest Bellewaerde voor een inclusief beleid en worden de rolstoelicoontjes geleidelijk aan vervangen door Access'Pass-signalisatie, omdat niet elke handicap zichtbaar is.
  • Elke ochtend zorgen twee à vijf personen gedurende minstens twee uren voor de ontvangst en het informeren van bezoekers met een handicap.
  • Normaal gezien mogen slechts drie andere personen een persoon met een handicap vergezellen via een aangepaste ingang, maar Bellewaerde stelt zich daar flexibel in op zodat grotere gezinnen samen kunnen genieten van de attracties.
  • Het park steunt een aantal goede doelen voor personen met bepaalde ziektes of handicaps. Jaarlijks nodigt het deze doelgroepen en hun gezinnen ook uit in het park en zorgt voor de nodige faciliteiten.
  • Een referentiepersoon voor dit beleid is heel vaak in gesprek met personen met een handicap om te zorgen dat zij een leuke zorgeloze dag kunnen beleven.
  • Eén van de personeelsleden is een persoon met autisme, die door het park al sinds 2021 wordt begeleid.

Ten slotte geeft Bellewaerde aan dat het alle bezoekers op dezelfde manier behandelt. Bezoekers die voor het gunstiger tarief kiezen, met een kaart die hun handicap of ziekte aantoont, krijgen het voordeel van de ‘fast line’ maar moeten een begeleider meebrengen. Als de bezoeker zich niet bekend zou maken als een persoon met autisme, zou het park dat niet weten en zou geen begeleider nodig zijn. Als een bezoeker meent het voordeel van de ‘fast line’ te mogen gebruiken terwijl de andere bezoekers dikwijls uren in de rij moeten staan, moet die bezoeker de gevolgen daarvan dragen, waaronder de verplichte begeleider. Er zijn daarnaast heel wat andere voorbeelden van mensen die niet of beperkt mogen deelnemen door hun handicap of lengte of breedte. Het is onmogelijk om voor iedereen uitzonderingen te maken want dat zou discriminerend werken. 

Beoordeling door de Geschillenkamer

De indieners van de klacht stellen dat Bellewaerde personen met autisme discrimineert doordat het personen met autisme alleen toestaat de prikkelarme wachtrijen te gebruiken samen met een begeleider. 

De Geschillenkamer moet in deze zaak onderzoeken of er sprake is van een weigering van redelijke aanpassingen voor personen met autisme. 

I. Weigering van redelijke aanpassingen 

A. Algemene beginselen 

Redelijke aanpassingen zijn aanpassingen waarop een persoon met een handicap recht heeft om te verzekeren dat die ten volle, daadwerkelijk en op voet van gelijkheid kan participeren in de samenleving. Die aanpassingen moeten obstakels voor een gelijkwaardige participatie voor de persoon met een handicap wegnemen. In deze zaak moet de gevraagde aanpassing er dus voor zorgen dat de persoon met een handicap op gelijkwaardige manier kan deelnemen aan het pretparkbezoek.

Een gevraagde redelijke aanpassing kan alleen worden geweigerd als ze een onevenredige belasting zou betekenen voor degene die de aanpassing moet doen. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de financiële en organisatorische impact van de gevraagde aanpassing, met hoe lang en hoe intensief een aanpassing wordt benut, met de impact op betrokkenen, de omgeving en anderen, met de vraag of alternatieven worden aangeboden, en met de vraag of wordt tekortgekomen aan geldende normen. 

Een discriminerende weigering van redelijke aanpassingen voor personen met een handicap vindt dus plaats wanneer: 

  • personen met een handicap een beperking ervaren in hun gelijkwaardige participatie in de samenleving;
  • zij hiervoor redelijke aanpassingen vragen die obstakels voor gelijkwaardige participatie wegnemen;
  • en die redelijke aanpassingen geweigerd worden, ook al betekenen ze geen onevenredige belasting.[4]

De indieners van de klacht voeren aan:

  • dat personen met autisme obstakels ervaren wanneer zij bij een pretparkbezoek in de niet-prikkelarme wachtrijen moeten aanschuiven en dat het beleid om hen enkel samen met een begeleider toe te staan in de prikkelarme wachtrijen feitelijke, sociale en financiële obstakels creëert (beperkingen in gelijkwaardige participatie in de samenleving);
  • dat het gebruik van de prikkelarme wachtrij zonder begeleider deze obstakels kan wegnemen (aanpassing die obstakels voor de gelijkwaardige participatie wegneemt); en
  • dat deze aanpassing geen onevenredige belasting zou uitmaken voor het pretpark. 

De indieners van de klacht stellen ook een alternatieve regeling voor waarbij een persoon een polsbandje in een bepaalde kleur kan dragen dat aangeeft of een begeleider nodig is tijdens het pretparkbezoek. Een persoon die geen begeleider nodig heeft, ondertekent dan een disclaimer en krijgt een polsbandje in een bepaalde kleur. Een persoon die wel een begeleider nodig heeft krijgt een polsbandje in een andere kleur. 

Bellewaerde betwist niet dat personen met autisme, zoals de eerste indiener van de klacht, de aangehaalde obstakels ervaren en ook niet dat toegang tot de prikkelarme wachtrij zonder verplichte begeleider deze obstakels kan wegnemen. Volgens Bellewaerde zou de gevraagde aanpassing, bijvoorbeeld in de vorm van de regeling met de polsbandjes, wel een onevenredige belasting uitmaken. 

B. Onevenredige belasting

Een vraag naar redelijke aanpassingen kan worden geweigerd als die redelijke aanpassingen een onevenredige belasting zouden betekenen. Relevante factoren bij deze afweging zijn onder meer: de financiële en organisatorische impact van de aanpassing, de haalbaarheid van de aanpassing, de aanwezigheid van voor de hand liggende of wettelijk verplichte normen en de positieve of negatieve impact op anderen in de omgeving.[5]

Het is aan Bellewaerde om te bewijzen dat de gevraagde aanpassing een onevenredige belasting zou betekenen. Bellewaerde stelt dat de voorgestelde aanpassing een onevenredige belasting zou uitmaken omdat:

  • de aanpassing een veiligheidsrisico zou inhouden voor de bezoeker met autisme, andere bezoekers en haar personeel;
  • de aanpassing te belastend zou zijn voor haar personeel.

De Geschillenkamer stelt vast dat Bellewaerde niet aantoont dat er een veiligheidsrisico zou ontstaan als aan de indieners van de klacht wordt toegestaan om ook zonder begeleiding gebruik te maken van de prikkelarme wachtrij. Het blijkt niet dat de gevraagde aanpassing een werkelijk veiligheidsrisico inhoudt. Bellewaerde legt geen stukken voor waaruit een mogelijke impact van de gevraagde aanpassing op de veiligheid in het park blijkt. Bellewaerde verwijst herhaaldelijk naar een verhoogd veiligheidsrisico door de afwezigheid van een begeleider, maar maakt niet concreet waaruit dit risico zou bestaan.

De handleidingen waar Bellewaerde in dit verband naar verwijst, bevatten geen informatie over bezoekers met autisme en verplichten geen begeleider voor deze bezoekers. Bellewaerde legt geen stukken voor waaruit zou blijken dat de controleorganisatie voor pretparken de gevraagde aanpassing als onveilig(er) zou beoordelen of zou afkeuren. Bellewaerde stelt ook dat twee incidenten zouden hebben plaatsgevonden in het pretpark met een kind met autisme in de zomer van 2024 en in september 2025. Deze incidenten maken echter geen enkele melding van wachtrijen in het park en lijken daaraan niet te zijn gerelateerd. De Geschillenkamer kan uit deze documentatie geen informatie afleiden over de impact van de gevraagde aanpassing.

Het komt de Geschillenkamer ook als aannemelijk voor dat een eventueel veiligheidsrisico hoger zal zijn onder het alternatief dat Bellewaerde voorstelt in haar huidige regeling, namelijk dat personen met autisme zich niet aanmelden voor de prikkelarme rij zodat zij zonder begeleider in het pretpark kunnen. In die situatie moeten personen met autisme immers veel meer prikkels verwerken en lijkt het risico op een incident met een impact op veiligheid hoger dan wanneer zij de prikkelarme wachtrijen kunnen gebruiken. Bovendien kan een regeling zoals die met gekleurde polsbandjes het gemakkelijker maken voor het personeel om in te schatten wat er gebeurt wanneer een persoon met autisme een meltdown of shutdown ervaart, waardoor zij doelgerichter kunnen tussenkomen. Het lijkt voor de Geschillenkamer dan ook aannemelijk dat de voorgestelde aanpassing net kan bijdragen tot de veiligheid in het pretpark. 

Bellewaerde stelt ook dat de gevraagde aanpassing te belastend zou zijn voor haar personeel. Bellewaerde geeft geen verdere informatie en brengt ook geen stukken bij die uiteenzetten hoe de aanpassing haar personeel zou belasten of die aantoont dat voor dit alternatief meer personeel nodig zou zijn. Voor de Geschillenkamer is dan ook niet aangetoond dat de gevraagde aanpassing een verhoogde, laat staan onevenredige belasting voor het personeel zou uitmaken. Het voorgestelde alternatief sluit aan op infrastructuur en onthaalprocessen die al in het park aanwezig zijn. Ook de impact op het personeel lijkt lager met de voorgestelde aanpassing dan in het scenario dat Bellewaerde zelf voorstelt, waarbij personen met autisme zich niet aanmelden voor de prikkelarme wachtrij. De kans op incidenten zal wellicht lager liggen bij de voorgestelde aanpassing en het personeel zou zo beter kunnen inschatten hoe het doelgericht kan tussenkomen. 

Het blijkt dan ook niet dat de gevraagde aanpassing een onevenredige belasting zou uitmaken. De Geschillenkamer oordeelt dan ook dat Bellewaerde op discriminerende wijze redelijke aanpassingen geweigerd heeft aan personen met autisme, zoals de eerste indiener van de klacht. 

Oordeel van de Geschillenkamer

Om die redenen oordeelt de Geschillenkamer dat er sprake is van een weigering van redelijke aanpassingen voor personen met een handicap overeenkomstig het Gelijkekansendecreet. 

Aanbevelingen van de Geschillenkamer

Om de vastgestelde discriminatie te beëindigen, beveelt de Geschillenkamer Bellewaerde aan:

  • als individuele maatregel, de eerste indiener van de klacht toe te staan met zijn Autipas de prikkelarme wachtrijen te gebruiken, ook zonder een begeleider;
  • als structurele maatregel, personen met autisme ook zonder begeleider de prikkelarme wachtrij te laten gebruiken wanneer zij aangeven dat ze zelfstandig het pretpark kunnen bezoeken, bijvoorbeeld door andere polsbandjes te gebruiken voor bezoekers zonder een begeleider dan voor bezoekers met een begeleider.
Voetnoten
  1. Art. 13, § 5 VMRI-decreet.
  2. Art. 13, § 4 VMRI-decreet.
  3. Nederlands College voor de rechten van de mens 24 juli 2024, oordeelnummer 2024-61; Nederlands College voor de rechten van de mens 27 november 2025, oordeelnummer 2025-129.
  4. Artikel 19 Gelijkekansendecreet.
  5. Zie artikel 19 Gelijkekansendecreet.

Download het oordeel

Ook interessant