Overslaan en naar de inhoud gaan

Geen begin van bewijs van discriminatie bij kandidaatstelling voor een huurappartement en geen represailles

info

Samenvatting oordeel

Situatie 

De indiener van de klacht vernam van een collega dat een kennis haar appartement verhuurde. Het immokantoor Structura, de verweerder in deze zaak, kreeg de opdracht om een geschikte huurder te zoeken. 

De indiener meldde op 21 september 2025 via de website van Structura dat hij geïnteresseerd was in het pand. In een automatisch antwoord reageerde Structura dat hij een afspraak kon maken via de website. De indiener deed dit niet. 

Na tussenkomst van de eigenares nam Structura contact op met de indiener en bood aan het pand nog diezelfde dag te bezoeken. Als dit niet mogelijk was voor de indiener, kon hij via de knop ‘Bezoek plannen’ alsnog een afspraak inboeken voor de daaropvolgende week. 

De indiener van de klacht kon diezelfde dag niet aanwezig zijn wegens beroepsverplichtingen. Hij maakte evenmin gebruik van de mogelijkheid om via de website een afspraak vast te leggen op een later tijdstip. In een e-mail van 13 november 2025 deelde Structura aan de indiener mee dat het pand verhuurd was.

Volgens de indiener van de klacht heeft Structura er omwille van zijn afkomst voor gezorgd dat hij niet zoals de andere huurders kon deelnemen aan het bezoekmoment. Structura zou hem ook hebben geïntimideerd door te dreigen met het neerleggen van een klacht wegens laster en eerroof.  

Beoordeling door de Geschillenkamer

Geen directe discriminatie op grond van zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, of etnische of nationale afstamming

De Geschillenkamer moet beoordelen of Structura de indiener van de klacht discrimineerde op grond van zijn zogenaamde afkomst. Een direct onderscheid op grond van zogenaamd ras, huidskleur, afkomst of etnische of nationale afstamming bij het aanbieden van diensten, bijvoorbeeld op de huurmarkt, kan niet worden gerechtvaardigd. 

De Geschillenkamer moet dus onderzoeken of er sprake was van een vermoeden van discriminatie en, zo ja, of Structura dit vermoeden kan weerleggen.

De Geschillenkamer oordeelt dat er geen vermoeden van directe discriminatie kan worden vastgesteld in deze zaak. Hoewel er sprake is van miscommunicatie tussen de indiener van de klacht en Structura, blijkt uit het dossier dat de indiener wel degelijk de kans kreeg om het huurappartement te bezichtigen. Hij heeft uiteindelijk zelf geen afspraak willen maken. 

Geen represailles

Het feit dat Structura zich in een procedurestuk in het kader van een betwisting het recht heeft voorbehouden om klacht neer te leggen wegens laster en eerroof, houdt volgens de Geschillenkamer geen represaille in.  

Oordeel van de Geschillenkamer

Om die redenen oordeelt de Geschillenkamer:

  • dat er geen directe discriminatie op grond van zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, of etnische of nationale afstamming kan worden vastgesteld overeenkomstig het Gelijkekansendecreet;
  • dat Structura geen represailles heeft genomen tegen de indiener van de klacht, zodat er op dat vlak geen sprake is van een schending van het Gelijkekansendecreet.

Volledig oordeel

De Geschillenkamer, samengesteld uit voorzitter Koen Lemmens, bijzitter Line Hellemans en bijzitter Jonas Riemslagh, en bijgestaan door griffier Dorien Geeroms, spreekt het volgende oordeel uit:

Procedure

  1. Verloop van de procedure

De Geschillenkamer heeft de klacht ontvangen op 3 maart 2026.

De fase van het uitwisselen van standpunten en overtuigingsstukken werd afgerond op 20 mei 2026. 

De Geschillenkamer ontving volgende stukken: 

  • het standpunt van de verweerder van 10 april 2026
  • het antwoord van de indiener van de klacht van 15 april 2026
  • het antwoord van de verweerder van 20 mei 2026.

De Geschillenkamer behandelde de zaak tijdens een hoorzitting op 4 september 2026. De indiener van de klacht was zelf aanwezig en werd bijgestaan door een vriend. De verweerder werd vertegenwoordigd door een personeelslid en door advocaat M. Hombrouckx.

  1. Weren van stukken 

De Geschillenkamer ontvangt een klacht pas nadat een poging tot bemiddeling is doorlopen bij de afdeling Eerstelijnsdienst en Bemiddeling van het Vlaams Mensenrechteninstituut.[1] Omwille van de vertrouwelijkheid van de bemiddeling mag de Geschillenkamer niet geïnformeerd worden over wat er zich tijdens de bemiddeling heeft afgespeeld.[2]

De Geschillenkamer beslist om de stukken uit het dossier die inhoudelijk over de bemiddelingspoging gaan[3] te weren. Dit wil zeggen dat de Geschillenkamer met deze passages uit het standpunt geen rekening houdt bij haar beoordeling. 

De indiener bezorgde op 21 mei 2026 aan de Geschillenkamer nog een reactie op het laatste antwoord van de verweerder. Aangezien de fase van het uitwisselen van standpunten en overtuigingsstukken al was afgerond op 20 mei 2026, is dit stuk laattijdig en wordt dit geweerd uit de debatten.

Feiten

De indiener van de klacht vernam van een collega dat een kennis haar appartement verhuurde. Het immokantoor Structura, de verweerder in deze zaak, kreeg de opdracht om een geschikte huurder te zoeken. 

De indiener meldde op 21 september 2025 via de website van Structura dat hij geïnteresseerd was in het pand. In een automatisch antwoord reageerde Structura dat hij een afspraak kon maken via de website. De indiener deed dit niet. 

Na tussenkomst van de eigenares nam Structura contact op met de indiener en bood aan het pand te bezoeken. Structura bevestigde in een e-mail van 2 oktober 2025 om 13.28 uur dat een bezoek nog diezelfde dag kon plaatsvinden om 17.30 uur. Als dit niet mogelijk was voor de indiener, kon hij via de knop ‘Bezoek plannen’ alsnog een afspraak inboeken voor de daaropvolgende week. 

De indiener van de klacht kon diezelfde dag niet aanwezig zijn wegens beroepsverplichtingen. Hij maakte evenmin gebruik van de mogelijkheid om via de website een afspraak vast te leggen op een later tijdstip. In een e-mail van 13 november 2025 deelde Structura aan de indiener mee dat het pand verhuurd was.

De Geschillenkamer heeft de klacht ontvangen op 3 maart 2026.

Standpunten partijen

Standpunt indiener klacht

De indiener van de klacht had al verschillende keren interesse geuit in panden verhuurd door Structura, maar was nooit aanvaard als huurder. Hij stelt dat hij in de laatste twee jaar al 11 huisbezoeken heeft gedaan met Structura. Hij werd steeds geweigerd met de standaardmededeling dat er andere kandidaten waren. Dit patroon wekt volgens hem ernstige twijfels over de objectiviteit en gelijkheid van de procedure. Volgens de indiener van de klacht werd hij gediscrimineerd op grond van zijn afkomst.

In september 2025 koos een kennis van hem ervoor om haar appartement te verhuren via Structura. De eigenares deelde aan Structura mee dat ze bij voorkeur aan de indiener wilde verhuren. De indiener stelde zich daarop kandidaat via de website. Omdat hij geen reactie kreeg van Structura, nam hij telefonisch contact op. Structura deelde hem mee dat nog naar andere kandidaten werd gezocht. Vervolgens contacteerde de eigenares Structura met het verzoek een bezoek voor de indiener in te plannen.

Structura nam daarop contact op met de indiener en bood hem een bezoekmoment aan voor diezelfde dag. Omdat de indiener op dat moment aan het werk was en de afstand tussen zijn werkplaats en het appartement te groot was, kon hij niet op het voorgestelde tijdstip aanwezig zijn. De indiener geeft aan dat hij het appartement kende, zodat een bezoek volgens hem niet noodzakelijk was.

De indiener stelt dat uit de argumentatie van Structura blijkt dat zijn dossier erg inconsistent is behandeld, met communicatieproblemen, waarbij niet alle medewerkers op de hoogte waren van zijn dossier en dus tegenstrijdige informatie verleenden. Dit wijst op structurele tekortkomingen binnen het kantoor, die ertoe hebben geleid dat hij wel werd beschouwd als aanvaardbare huurder door de eigenares maar werd geweerd van het bezoekmoment. Structura voert aan dat het systeem waarbij een bezoeker zich online moet inschrijven voor een bezoek bedoeld is om discriminatie te vermijden, maar uit zijn verweer blijkt net dat dit systeem niet correct of consistent wordt toegepast, en dat uitzonderingen mogelijk zijn. Dit betekent dat discriminatie hierdoor helemaal niet uit te sluiten is. 

De klacht van de indiener is niet enkel gebaseerd op een subjectief gevoel van ongelijkheid, maar ook op het feit dat hij niet op gelijke voet met andere kandidaat-huurders mocht deelnemen aan het bezoekmoment. Het feit dat Structura personeelsleden heeft die gay of van buitenlandse afkomst zijn, of dat het panden heeft verhuurd aan mensen met een buitenlandse naam, doet volgens de indiener van de klacht geen afbreuk aan de mogelijkheid dat discriminatie plaatsvond in zijn individuele zaak.

Dat Structura zijn klacht bestempelt als leugenachtig is onprofessioneel en toont een gebrek aan neutraliteit aan. De indiener van de klacht vindt de dreiging van Structura om klacht in te dienen wegens laster en eerroof intimiderend en misplaatst, en meent dat die bedoeld is om zijn klacht te onderdrukken. De discriminatieklacht van de indiener is volledig te goeder trouw ingediend, en past binnen zijn wettelijke rechten. De indiener stelt daarbij dat hij vasthoudt aan zijn recht om eventuele verdere stappen te zetten in dit dossier.

Standpunt verweerder

Structura argumenteert dat de klacht onontvankelijk is omdat zij kennelijk ongegrond en ook roekeloos of tergend is. De indiener geeft geen enkele indicatie van enige discriminatie. Dat de indiener niet is gekozen als huurder ligt enkel aan het feit dat hij geen bezoek heeft ingepland via de website en houdt geen verband met een beschermd kenmerk. De indiener preciseert niet welke concrete uitlating van Structura racistisch zou zijn, welk beschermd criterium meespeelde, of welk feitelijk element een causaal verband kan doen vermoeden, of waarom de objectieve selectieredenen slechts een voorwendsel zouden zijn. Een subjectief gevoel van onrechtvaardige behandeling volstaat niet om discriminatie vast te stellen. De indiener voert geen elementen aan die een vermoeden van discriminatie doen ontstaan, waardoor de bewijslast niet naar de verweerder verschuift. 

Structura stelt dat de indiener in de afgelopen vijf jaar drie keer effectief een pand heeft bezocht via het kantoor. De andere acht tot tien keren was er geen plaats meer in de bezoekagenda. Structura bestempelt dit niet als een 'actieve zoektocht'. 

Structura licht toe dat de indiener, nadat hij het contactformulier op de website invulde, onmiddellijk een e-mail kreeg om een bezoek in te plannen. Hij plande echter geen bezoek. De eigenares belde Structura om te laten weten dat ze graag aan de indiener wilde verhuren. Daarop liet de medewerker van Structura aan de verhuurverantwoordelijke weten dat het pand mocht worden verhuurd aan een alleenstaande man die ambulancier was, als die zich zou aanmelden. 

De verhuurverantwoordelijke ging ervan uit dat de indiener een afspraak zou maken voor een bezoek, terwijl de indiener er blijkbaar vanuit ging dat Structura hem zou contacteren. 

Toen de indiener van de klacht niets van Structura hoorde, klaagde hij over discriminatie. Hij belde op de eerste bezoekdag en zei dat het racistisch en homofoob was dat hem geen bezoek was aangeboden. De baliemedewerkster had hem aan de telefoon gezegd dat er geen bezoeken meer beschikbaar waren, maar dat kwam omdat zij niet op de hoogte was van de doorverwijzing via de eigenares. Dit was dus een misverstand. Structura wou dit rechtzetten door hem nog op de dag zelf een bezoek aan te bieden. Ook een week later kon hij het pand nog bezoeken.

Structura hanteert voor kandidaat-huurders een uniform digitaal systeem waarbij geïnteresseerden zelf online een bezoekmoment moeten vastleggen. Dit systeem staat op de website en wordt vermeld in ieder zoekertje. Het wordt zonder onderscheid toegepast op alle kandidaat-huurders. 

De redenen hiervoor zijn organisatorisch:

  • het beheer van een groot aantal kandidaat-huurders;
  • de noodzaak om bezoeken ordelijk te laten verlopen;
  • de noodzaak om rekening te houden met de inwonende huurder;
  • de wens om alle geïnteresseerden op identieke wijze toegang te verlenen tot het bezoekmoment (en dus net discriminatie te vermijden).

De klager ontving, net zoals iedere andere geïnteresseerde kandidaat, de mogelijkheid om via dit systeem een bezoek in te plannen. Er werd echter geen bezoekafspraak geregistreerd. Het feit dat vervolgens misverstanden zijn ontstaan over de praktische organisatie van een bezoek, kan eventueel aanleiding geven tot discussie over communicatie of interne afstemming, maar vormt geen aanwijzing van discriminatie. Er is namelijk geen enkel causaal verband tussen die vermeende communicatieproblemen en enig beschermd kenmerk van de indiener. 

Structura discrimineert niet op basis van geslacht, gender of huidskleur. Er werken bij Structura een aantal personen die gay zijn, en iemand van Rwandese afkomst. Structura verwijst naar een lijst met de namen van de 20 laatste personen aan wie werd verhuurd. De grote meerderheid zijn personen met een buitenlandse naam. 

Structura verwijst ook naar een aantal positieve Google-reviews van personen met een buitenlandse naam. Structura voert reeds geruime tijd een actief beleid gericht op gelijke behandeling van kandidaat-huurders. Op zijn website wordt uitdrukkelijk gewezen op het verbod op discriminatie bij de toegang tot huisvesting en op de wettelijke verplichtingen die in dit verband gelden voor vastgoedmakelaars en verhuurders.

Bovendien heeft Structura niet eens een commerciële afweging gemaakt over de indiener, aangezien hij nooit een bezoek inplande. Van een discriminerende afweging kan er dus zeker geen sprake zijn. Structura heeft de kandidatuur van de indiener ook helemaal niet afgewezen. Integendeel: hij was vanaf het begin aangeduid als aanvaarde huurder op vraag van de eigenares. 

Structura behoudt zich het recht voor om klacht neer te leggen tegen de indiener op basis van laster en eerroof.

Beoordeling door de Geschillenkamer 

De indiener van de klacht stelt dat er sprake is van een vermoeden van directe discriminatie op grond van zijn afkomst omdat hij niet werd uitgenodigd voor een bezoek van het appartement, terwijl de eigenares had aangegeven dat zij aan hem wilde verhuren. Dat Structura dreigt om een klacht wegens laster en eerroof in te dienen, is volgens de indiener intimidatie. Uit de toelichting van de indiener van de klacht blijkt dat hij het dreigement ziet als een represaille voor het feit dat hij een procedure startte bij het VMRI, zodat de Geschillenkamer deze kwalificatie hanteert. 

De Geschillenkamer beoordeelt eerst of de klacht ontvankelijk is en ze deze dus kan onderzoeken (1). Ze gaat vervolgens na of er sprake is van een directe discriminatie op grond van zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, of etnische of nationale afstamming (2). Ten slotte onderzoekt de Geschillenkamer of er sprake is van represailles (3).

  1. Ontvankelijkheid van de klacht

1.1 Kennelijk ongegronde klacht

Het VMRI-decreet bepaalt dat een klacht bij het VMRI niet ontvankelijk is wanneer ze kennelijk ongegrond is.[4] 

De parlementaire voorbereiding bij het VMRI-decreet vermeldt hierover:

“Hetzelfde geldt wanneer de klacht kennelijk ongegrond is (2°) of kennelijk roekeloos of tergend is (3°). Het komt het VMRI toe om te beoordelen of een klacht onder die situaties valt, in overeenstemming met hoe deze juridische begrippen gewoonlijk worden geïnterpreteerd en toegepast. Een klacht die bijvoorbeeld louter een ongenoegen uit, zonder dat het enigszins aannemelijk maakt dat een discriminatie heeft plaatsgevonden, is kennelijk ongegrond.”[5]

Met kennelijk of manifest ongegronde klachten worden klachten bedoeld waarvan op het eerste gezicht, zonder verder onderzoek of studie, al blijkt dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer uit de bewoordingen van de klacht zelf al blijkt dat er geen sprake kan zijn van discriminatie.

Dat is niet zo voor deze klacht. De indiener geeft duidelijk aan dat Structura hem niet uitnodigde voor een bezoek aan het huurpand omwille van zijn afkomst. Ook bij eerdere panden zou Structura hem niet gelijk hebben behandeld. Of er al dan niet een vermoeden van discriminatie is, vergt een beoordeling over de grond van de zaak, waarbij de Geschillenkamer zowel de uiteenzettingen van de partijen als de stukken die zij bijbrengen moet onderzoeken. De klacht is ontvankelijk.

1.2 Kennelijk tergende of roekeloze klacht

Artikel 13, § 3, 3° VMRI-decreet stelt dat een klacht onontvankelijk is wanneer ze kennelijk roekeloos of tergend is. Structura voert aan dat de klacht tergend en roekeloos is, aangezien ernstige beschuldigingen van discriminatie worden geformuleerd zonder dat hiervoor voldoende feitelijke of objectieve elementen worden aangereikt.

De Geschillenkamer volgt dit verweer niet. Of de indiener van de klacht voldoende feiten aanbrengt om een vermoeden van discriminatie te doen ontstaan, is een vraag die alleen kan worden beantwoord tijdens het onderzoek van de grond van de zaak.[6]

  1. Directe discriminatie op grond van zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, of etnische of nationale afstamming

2.1 Algemene beginselen

Een directe discriminatie op grond van zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, of etnische of nationale afstamming vindt plaats wanneer:  

  • iemand minder gunstig wordt behandeld dan iemand anders in een vergelijkbare situatie;  
  • op grond van afkomst of nationale afstamming (oorzakelijk verband).

Een direct onderscheid op grond van zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, of etnische of nationale afstamming bij het aanbieden van diensten, bijvoorbeeld op de huurmarkt, kan niet gerechtvaardigd worden.[7]

De Geschillenkamer onderzoekt deze elementen in twee stappen. De eerste stap is vervuld als de indiener van de klacht feiten kan aanvoeren die het bestaan van een discriminatie kunnen doen vermoeden. 

Als de indiener van de klacht een vermoeden van discriminatie kan aanvoeren, moet de verweerder vervolgens kunnen bewijzen dat er geen sprake is van een discriminatie. De verweerder kan dit bewijs leveren door het vermoeden van discriminatie te weerleggen.[8]

2.2 Toepassing

De indiener van de klacht voert aan dat:

  • hij aanvankelijk niet is gecontacteerd om een bezoek in te plannen voor een pand waarin hij interesse had, ondanks het feit dat de eigenares had aangegeven aan hem te willen verhuren;
  • hem daarna enkel een praktisch onhaalbare afspraak werd aangeboden;
  • en hij uiteindelijk niet werd weerhouden als huurder voor het pand;
  • omdat zijn naam duidelijk maakte dat hij van niet-Belgische afkomst is, dus op grond van zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, of etnische of nationale afstamming.

In deze zaak moet de indiener van de klacht aannemelijk maken dat er een oorzakelijk verband is tussen de (vermeende) weigering van Structura om aan hem te verhuren en zijn zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, of etnische of nationale afstamming. Op de hoorzitting heeft de indiener van de klacht toegelicht dat zijn klacht niet gebaseerd is op andere kenmerken dan deze.

Het is begrijpelijk dat de indiener van de klacht gefrustreerd is omdat hij na een zoektocht van twee jaar nog steeds geen huurpand heeft gevonden in Merchtem. In de praktijk worden ook veel mensen geconfronteerd met discriminatie op de woninghuurmarkt.[9] De Geschillenkamer ziet op basis van het dossier echter geen aanwijzingen die kunnen doen vermoeden dat er in dit geval sprake zou zijn van discriminatie. 

De indiener van de klacht verwijst naar de communicatieproblemen bij Structura. Uit de stukken blijkt inderdaad dat de communicatie tussen de eigenaar, Structura en de indiener van de klacht niet optimaal verliep. Structura erkent immers dat een medewerkster aan de indiener op een bepaald ogenblik telefonisch meedeelde dat het niet mogelijk was om nog een bezoek in te plannen bij de eerste ronde omdat die volzet was. 

Structura verduidelijkt echter dat de medewerker in kwestie niet op de hoogte was van de instructies van de eigenaar om de indiener van de klacht zeker het appartement te laten bezoeken. 

Dat het gaat over een misverstand en niet om een nadelige behandeling op grond van afkomst, blijkt uit de chronologie van de feiten op basis van het dossier waarover de Geschillenkamer beschikt:

  • De indiener geeft via de website van Structura aan dat hij geïnteresseerd is in het pand. Structura stuurt op 21 september 2025 een automatisch bericht waarin het de indiener bedankt voor zijn interesse. Structura licht via een stappenplan toe hoe de indiener een afspraak kan maken om het pand te bezichtigen. De e-mail zegt duidelijk dat een afspraak niet telefonisch kan worden gemaakt.
  • Uit Whatsapp-berichten van de eigenaar blijkt dat de naam van de indiener aan Structura wordt doorgegeven, met het verzoek om hem zeker ‘ook mee te nemen’ voor een bezoek aan het pand.
  • Op 2 oktober 2025 om 13.28 uur stuurt Structura een e-mail aan de indiener, met de eigenaar in kopie. De indiener kan die avond om 17.30 uur aansluiten bij het eerste bezoek. Als dat niet zou passen, kan hij ook een afspraak maken voor de volgende week via de knop ‘bezoek plannen’.
  • De indiener antwoordt op 2 oktober 2025 dat Structura de hele week tijd had om hem te informeren over de bezoekmomenten. Hij meldt dat hij klacht zal neerleggen en geen zaken wenst te doen met een kantoor dat bewust selecteert op basis van achtergrond, geaardheid of naam.
  • Structura reageert nog diezelfde dag dat men de bezoekmomenten 24 uur per dag en 7 dagen per week kan raadplegen via de website. Structura verduidelijkt dat een bezoek altijd mogelijk is geweest en dat nog steeds is via de knop ‘bezoek plannen’, zoals toegelicht in de e-mail van 21 september 2025.
  • De indiener van de klacht plant geen afspraak in. Dat heeft hij ook op de hoorzitting bevestigd.   
  • Op 13 november 2025 deelt Structura hem via een automatische e-mail mee dat het pand verhuurd is.

Uit deze opeenvolging van feiten blijkt dat Structura aan de indiener wel degelijk een kans heeft gegeven om het appartement te bezoeken. De indiener koos er uiteindelijk voor om geen afspraak in te plannen. 

De Geschillenkamer besluit dat er geen discriminatie op grond van afkomst kan worden vastgesteld.

  1. Represailles 

3.1 Algemene beginselen

Het Gelijkekansendecreet verbiedt nadelige maatregelen of (zogenaamde represailles) tegen degene die, intern of extern, een discriminatie meldt of een discriminatieklacht indient. 

Represailles vinden plaats wanneer:  

  • door of in het voordeel van iemand een melding of klacht wordt gedaan over een beweerde discriminatie zoals verboden in het Gelijkekansendecreet; 
  • en degene waartegen de klacht is gericht (‘de verweerder’) nadelige maatregelen treft tegen die persoon:  
  • behalve als deze nadelige maatregelen vreemd zijn aan (de inhoud van) de klacht of de melding.[10]

Het verbod op represailles betekent dus dat wie stappen onderneemt omdat die meent dat er sprake is van een discriminatie, daardoor geen nadeel mag ondervinden. Dat is zo ongeacht of de discriminatieklacht gegrond is, dus ook wanneer volgens een persoon sprake is van discriminatie maar uiteindelijk wordt vastgesteld dat dat niet het geval is. De vrees voor represailles kan immers ontmoedigend werken om een melding te doen of klacht in te dienen, en kan daarom de effectieve bescherming tegen discriminatie ernstig in gevaar brengen.[11]

De bescherming tegen represailles geldt voor interne en externe discriminatieklachten, dus zowel voor klachten bij de organisatie waar de beweerde discriminatie plaatsvond als voor een klacht bij het Vlaams Mensenrechteninstituut.[12] Om bescherming tegen represailles te genieten, moet de betrokken persoon aantonen dat er een discriminatieklacht werd ingediend.[13]

Als de verweerder represailles treft tegen de indiener van de klacht, binnen de twaalf maanden nadat de verweerder op de hoogte was of redelijkerwijs op de hoogte kon zijn van de klacht, moet die bewijzen dat de nadelige maatregel geen verband houdt met de discriminatieklacht of de inhoud ervan.[14]

3.2 Toepassing

De indiener meent dat de dreiging van Structura om klacht neer te leggen wegens laster en eerroof een represaille is in de zin van het Gelijkekansendecreet. 

Structura vindt het lasterlijk dat de indiener hem publiek beschuldigt van discriminatie via een slechte beoordeling. Het heeft een schermafdruk overgemaakt van een online recensie van de indiener waarin hij stelt dat het kantoor niet verhuurt “aan mensen met andere nationaliteit, of buitenlandse naam of geaardheid” en dat ze “enkel naar de naam” kijken, Structura geeft aan dat dit schadelijk is voor zijn goede reputatie op de huurmarkt. Structura benadrukt dat het uiteindelijk niet effectief klacht neerlegde. 

Het feit dat Structura zich in een procedurestuk in het kader van een betwisting het recht heeft voorbehouden om klacht neer te leggen wegens laster en eerroof, houdt volgens de Geschillenkamer echter geen represaille in.

Oordeel van de Geschillenkamer

Om die redenen oordeelt de Geschillenkamer:

  • dat er geen directe discriminatie op grond van zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, of etnische of nationale afstamming kan worden vastgesteld overeenkomstig het Gelijkekansendecreet;
  • dat Structura geen represailles heeft genomen tegen de indiener van de klacht, zodat er op dat vlak geen sprake is van een schending van het Gelijkekansendecreet.
Voetnoten
  1. Artikel 13, §5 VMRI-decreet.
  2. Artikel 13, §4 VMRI-decreet.
  3. Punt 8 t.e.m. 11 (p. 2-3) van het 1ste antwoord van de verweerder.
  4. Artikel 13, §3 VMRI-decreet.
  5. Parl. St. Vlaams Parlement, 2021-2022, nr. 1357/1, 32.
  6. Zie in dezelfde zin, Oordeel 2025-30 van 11 december 2025. 
  7. Artikel 16, § 1, artikel 20, 6° en artikel 24, § 1 Gelijkekansendecreet. 
  8. Artikel 36, § 1 Gelijkekansendecreet.
  9. Advies nr. 2 van 2026 van het Vlaams Mensenrechteninstituut uitgebracht op 19 mei 2026, online te raadplegen: Advies over discriminatie op de woonmarkt - informatieopvraging en éénderderegel.pdf
  10. Artikel 37, §1 Gelijkekansendecreet.   
  11. Zie ook Hof van Justitie 22 september 1998, C-185/97, B.J. Coote t. Granada Hospitality Ltd., § 24; Hof van Justitie 20 juni 2019, C-404/18, Jamina Hakelbracht e.a. t. WTG Retail BVBA, § 33.   
  12. Artikel 37, § 2, 1°-2° Gelijkekansendecreet.
  13. Artikel 37, § 3 Gelijkekansendecreet.
  14. Artikel 37, § 3 Gelijkekansendecreet.

Download het oordeel

Ook interessant