Een school weigert redelijke aanpassingen door een leerlinge te verplichten om vervangtaken uit te oefenen tijdens de lessen LO
- Je kan hieronder de samenvatting van het oordeel en het volledige oordeel lezen.
- Je kan het oordeel ook downloaden in pdf-formaat.
Samenvatting oordeel
Situatie
De indieners van de klacht zijn de ouders van een vijftienjarige leerlinge met Cerebral Visual Impairment (kort: CVI) en diplegie. CVI is een vorm van slechtziendheid waarbij de hersenen beelden niet goed verwerken, ondanks dat de ogen vaak goed functioneren. Diplegie is een vorm van verlamming of spasticiteit die symmetrische lichaamsdelen aantast. Bij de leerlinge is de linkerkant minder ontwikkeld door een hersenbloeding bij geboorte.
De leerlinge heeft net het vierde middelbaar voltooid. Vanwege haar motorische en visuele beperkingen ondervindt zij moeilijkheden met het verwerken van informatie en het planmatig uitvoeren van taken. Ze kampt snel met vermoeidheid en stress.
De school doet momenteel geen beroep op leerondersteuning voor de leerlinge. De school wil ook geen hulp van het Steunpunt Inclusie. De ouders stellen een lijst aan redelijke aanpassingen voor om aan de noden van hun dochter te voldoen, zodat ze onderwijs kan volgen en kan deelnemen aan het schoolleven. De school heeft een aantal van deze aanpassingen ingewilligd, en anderen geweigerd.
De communicatie tussen de ouders en de leerlinge enerzijds en de school anderzijds verloopt erg moeilijk.
Beoordeling door de Geschillenkamer
De leerlinge ervaart als persoon met een handicap een beperking in haar gelijkwaardige participatie in de samenleving. Zij heeft dus recht op redelijke aanpassingen. De aanpassingen die de leerlinge aan de school vraagt kunnen ervoor zorgen dat zij gelijkwaardig kan deelnemen.
De Geschillenkamer is van oordeel dat de school de meeste aanpassingen toekende aan de leerlinge. De aanpassing bestaande uit een vast klaslokaal werd pas uitgevoerd vanaf januari 2026, maar de school legt uit waarom het niet mogelijk was om eerder een lokaal vrij te maken.
Wel weigerde de school om de leerlinge tijdens de LO-lessen vrij te stellen van alle activiteiten. Volgens de school moest de leerlinge vervangtaken uitvoeren. De arts van de leerlinge schreef echter absolute mentale en fysieke rust toe. De school toont niet aan dat de weigering om de leerlinge geheel vrij te stellen een onevenredige belasting vormt.
Wat betreft de gevraagde redelijke aanpassingen voor de uitstap naar Parijs in september 2026, kan op dit moment nog niet worden vastgesteld dat er sprake is van een weigering. De Geschillenkamer benadrukt dat de dialoog tussen de indieners van de klacht, de leerlinge en de school spoedig moet worden opgestart.
De indieners van de klacht maken niet aannemelijk dat de school hen heeft geïntimideerd.
Oordeel
Om die redenen oordeelt de Geschillenkamer:
- dat de verplichting om vervangende taken te verrichten tijdens de LO-les, terwijl de arts 100% absolute mentale en fysieke rust heeft voorgeschreven, een weigering is van redelijke aanpassingen voor personen met een handicap en dus discriminatie in de zin van het Gelijkekansendecreet;
- dat er voor het overige geen weigering van redelijke aanpassingen in strijd met het Gelijkekansendecreet worden vastgesteld;
- dat er geen intimidatie op grond van handicap overeenkomstig het Gelijkekansendecreet kan worden vastgesteld.
Aanbevelingen
Om de vastgestelde discriminatie te beëindigen, beveelt de Geschillenkamer aan:
- als individuele maatregelen:
- om de leerlinge toe te laten als redelijke aanpassing rust te nemen tijdens de LO-les, zolang de arts dit noodzakelijk acht;
- om de dialoog te herstellen rond redelijke aanpassingen, zoals bedoeld in het Gelijkekansendecreet en toegelicht in dit oordeel, en meer bijzonder dringend de dialoog op te starten rond de uitstap naar Parijs;
- als structurele maatregel, om bij de beoordeling van vragen tot redelijke aanpassingen steeds rekening te houden met de specifieke noden van de aanvrager en helder te communiceren met de aanvrager(s) over de inspanningen die geleverd worden, de aanpassingen die na overweging geweigerd worden en de redenen hiervoor.
Volledig oordeel
De Geschillenkamer, samengesteld uit voorzitter Koen Lemmens, bijzitter Line Hellemans en bijzitter Jonas Riemslagh, en bijgestaan door griffier Dorien Geeroms, spreekt het volgende oordeel uit:
Procedure
I. Algemeen
De Geschillenkamer heeft de klacht ontvangen op 24 april 2026.
De Geschillenkamer heeft ambtshalve de versnelde procedure toegepast en kortere termijnen voor de uitwisseling van standpunten en overtuigingsstukken vastgesteld.
De fase van het uitwisselen van standpunten en overtuigingsstukken werd afgerond op 22 juni 2026.
De Geschillenkamer ontving de volgende stukken:
- het standpunt van de verweerster van 5 juni 2026
- het antwoord van de indieners van de klacht van 15 juni 2026
- het antwoord van de verweerster van 22 juni 2026.
De Geschillenkamer heeft de minderjarige dochter van de indieners van de klacht uitgenodigd om gehoord te worden voorafgaand aan de hoorzitting. Zij heeft aangegeven dat ze niet gehoord wenste te worden.
De Geschillenkamer behandelde de zaak tijdens een hoorzitting op 9 juli 2026. De indieners van de klacht waren zelf aanwezig. De verweerster werd vertegenwoordigd door een personeelslid.
II. Vertrouwelijkheid bemiddeling
De indieners van de klacht vragen om bijlage 1, bijlage 2, en punt 3 en 4 van het eerste standpunt van de school uit de debatten te weren, omdat deze stukken tijdens de bemiddeling aan bod kwamen.
De school ontkent dit. Bijlage 1 is een samenvatting van de concrete maatregelen die de leerkrachten genomen hebben om tegemoet te komen aan de vraag naar redelijke aanpassingen. Deze lange lijst van maatregelen is tot stand gekomen na intern overleg binnen de cel leerlingenbegeleiding en met de ondersteuning van het leersteuncentrum. De lijst is ook gebaseerd op vragen van de leerlinge en haar ouders. Dat de inhoud van deze bijlage enigszins ter sprake gekomen is tijdens de bemiddelingsgesprekken is volgens de school logisch, omdat zij anders niet kon antwoorden op de vragen die de ouders tijdens de bemiddeling stelden. Bijlage 2 is volgens de school een bewijs dat zij wel is willen tussenkomen in de vermeende pestproblematiek. Zij heeft hier tijdens de bemiddeling inderdaad naar verwezen omdat ze werd beschuldigd van niet ingrijpen tegen pesten.
De Geschillenkamer ontvangt een klacht pas nadat een poging tot bemiddeling is doorlopen bij de afdeling Eerstelijnsdienst en Bemiddeling van het Vlaams Mensenrechteninstituut. ¨[1] Omwille van de vertrouwelijkheid van de bemiddeling mag de Geschillenkamer niet geïnformeerd worden over wat er zich tijdens de bemiddeling heeft afgespeeld.[2]
De Geschillenkamer beslist om een passage uit het eerste standpunt van de verweerster (op pagina 4) te weren omdat die inhoudelijk over de bemiddelingspoging gaat. Dit wil zeggen dat de Geschillenkamer met deze passages geen rekening houdt bij haar beoordeling.
De indieners van de klacht tonen echter niet aan dat de bijlagen 1[3] en 2[4] van verweerster op enige wijze een weergave vormen van de inhoud of het verloop van de bemiddeling.
Bewijsstukken die al bestonden los van de bemiddeling, zijn niet vertrouwelijk. De Geschillenkamer weert deze stukken niet uit de debatten.
III. Anonimisering
De decreetgever heeft bepaald dat de Geschillenkamer haar oordelen steeds publiek bekendmaakt en dat de anonimisering van betrokken rechtspersonen daarbij slechts uitzonderlijk kan gebeuren.[5]
De Geschillenkamer is in deze zaak van oordeel dat er gewichtige redenen zijn om de naam van de verweerster niet te vermelden in het oordeel, met name de bescherming van de identiteitsgegevens van natuurlijke personen, in het bijzonder de identiteit van de betrokken schooldirecteur en de leerlinge.
Feiten
De indieners van de klacht zijn de ouders van een vijftienjarige leerlinge met Cerebral Visual Impairment (kort: CVI) en diplegie. CVI is een vorm van slechtziendheid waarbij de hersenen beelden niet goed verwerken, ondanks het feit dat de ogen vaak goed functioneren. Diplegie is een vorm van verlamming of spasticiteit die symmetrische lichaamsdelen aantast. Bij de leerlinge is de linkerkant minder ontwikkeld door een hersenbloeding bij geboorte.
De leerlinge heeft op het moment van de zitting net het vierde middelbaar voltooid. Vanwege haar motorische en visuele beperkingen ondervindt zij moeilijkheden met het verwerken van informatie en het planmatig uitvoeren van taken. Ze kampt snel met vermoeidheid en stress.
De school doet momenteel geen beroep op leerondersteuning voor de leerlinge. De school wil ook geen hulp van het Steunpunt Inclusie. De ouders stellen een lijst aan redelijke aanpassingen voor om aan de noden van hun dochter te voldoen, zodat ze onderwijs kan volgen en kan deelnemen aan het schoolleven. De school heeft een aantal van deze aanpassingen ingewilligd, en andere geweigerd (zie hieronder bij Standpunten).
De communicatie tussen de ouders en de leerlinge enerzijds en de school anderzijds verloopt erg moeilijk.
De Geschillenkamer heeft de klacht ontvangen op 24 april 2026.
Standpunten partijen
Standpunt indiener klacht
De indieners van de klacht zijn de wettelijke vertegenwoordigers van hun dochter, een vijftienjarig meisje met CVI en diplegie.
Sinds ze les volgt aan de school krijgt ze volgens de indieners van de klacht te maken met een directeur die geen communicatie wil over redelijke aanpassingen. Haar externe ondersteuning, die ze had sinds de kleuterklas, werd stopgezet. Volgens de indieners was de reden hiervoor hun vraag naar redelijke aanpassingen, waarbij ze een beroep deden op het Steunpunt voor Inclusie om te bemiddelen. Als gevolg hiervan zette de directeur per e-mail en zonder motivering de ondersteuning vanuit het leersteuncentrum met onmiddellijke ingang stop. De indieners geven aan dat de school in de praktijk geen zorgcel heeft en dat alles enkel verloopt via de directeur. Ze stellen dat hun dochter momenteel wordt geconfronteerd met extreme vermoeidheid door de onaangepaste situatie op school.
De indieners vinden dat er sprake is van indirecte discriminatie en weigering van redelijke aanpassingen volgens het Gelijkekansendecreet en art. 22ter van de Grondwet. De aanpak en communicatie vanuit de directie ervaren zij als intimidatie.
De ouders wensen:
- de communicatie omtrent de noden van hun dochter te herstellen
- de ondersteuning van het gezin door het Steunpunt voor Inclusie toe te laten
- in een document de afgesproken redelijke aanpassingen vast te leggen, met de nodige praktische elementen voor de daadwerkelijke uitvoering
- afspraken te maken over de opvolging van de noden van hun dochter en hoe er hierrond wordt samengewerkt.
Kort samengevat ervaart de dochter van de indieners van de klacht door de diplegie en CVI beperkingen op de volgende vlakken:
- Motorisch: stappen, dragen, houding, handigheid, fijne motoriek, volhouden van fysieke inspanning en evenwicht.
- Visueel: juist waarnemen en zaken herkennen, oog-hand coördinatie ruimtelijk inzicht en fijn werk.
- Verwerken van informatie (opdelen in beperkte blokken).
- Planmatig werken.
Als gevolg van de motorische en visuele beperkingen ervaart ze stress en extreme vermoeidheid.
De ouders stellen de volgende redelijke aanpassingen voor, en inspireren zich daarvoor op het verslag van het UZ Gent:
- Alle lessen in hetzelfde lokaal:
- Ergonomische tafel en stoel steeds ter beschikking.
- Geen verlies van tijd en extra energie.
- Visueel rustiger.
- Vaste plaats vooraan dicht bij de leerkracht.
- Rustpauzes:
- Tijdens de middagpauze ergens rustig kunnen lunchen en indien nodig ergens kunnen gaan liggen.
- Vrijstelling van lichamelijke opvoeding en de huidige vervangende opdrachten die aanwezigheid in de les nodig maken.
- Gebruik van computer in plaats van pen en papier:
- Alle cursusmateriaal digitaal voorzien.
- Hulp bij goed met de computer leren werken en concreet maken wie welke hulp opneemt op school.
- Oefeningen beperken tot welke echt nodig zijn. Herhaling laten vallen.
- De volgende ondersteuning vragen aan het leersteuncentrum:
- Samen met elke vakleerkracht bekijken:
- Bij oefeningen, opdrachten en evaluaties waarbij de beperkingen een drempel vormen vooraf afspraken maken rond vervangende taken, toleranties bij beoordeling, extra tijd, structurering of andere maatregelen.
- Per vak afspraken maken over beschikbaarheid van digitaal lesmateriaal, gebruik (omzetting) van niet-digitaal materiaal en het nemen van notities en andere ondersteuning die nodig en haalbaar is voor het vak.
- De integratie van de dochter in de klasgroep bevorderen met informatie en andere maatregelen.
- Samen met elke vakleerkracht bekijken:
- Bij externe uitstappen en extra activiteiten op school vooraf in overleg met de dochter en ouders een plan opmaken hoe de dochter haalbaar kan deelnemen. Dit plan bevat een draaiboek van concrete activiteiten en ondersteuning. De twee geplande buitenlandse reizen met overnachting (5de en 6de leerjaar) vragen een vroegtijdige aanpak.
- Op school wordt een concrete contactpersoon aangeduid voor het gesprek over de noden van de dochter.
De indieners voeren aan de hand van overtuigingsstukken aan dat:
- de directeur op de hoogte was van de noden van hun dochter voor ze op school startte
- verscheidene expertinstanties bevestigen dat zij ondersteuning nodig heeft
- de directeur geen antwoord gaf op mailverkeer waarin een overleg werd gevraagd
- de nood aan rust van de dochter niet gerespecteerd wordt
- de inspectie in de school van 2026 tot een negatief advies op vlak van zorg zal leiden
- de aandoening CVI niet wordt begrepen door de school en fout werd aangepakt
- een vzw, die betaald werd door de indieners om in de klas uitleg te komen geven over de beperkingen van hun dochter, en die dat ook voor de leerkrachten wilde doen, werd geweigerd.
De indieners van de klacht wensen het bevorderen van het welzijn van hun dochter, zodat zij kan opgroeien in deze maatschappij, met alle kansen die de wet haar biedt, zonder het onderscheid en de discriminatie die wordt toegepast door de school. Ze begrijpen niet dat de directeur van de school medische verslaggeving naast zich neerlegt en constructieve communicatie weigert. Met enkele redelijke aanpassingen zou de situatie gevoelig kunnen verbeteren en menselijker worden om het dagelijkse schoolgebeuren positiever te ervaren. Op dit moment wordt op geen enkele wijze met de specifieke persoonlijke situatie rekening gehouden. Ondertussen wordt de (psychologische) druk bijzonder groot en ontbreekt het hun dochter aan mentale rust en recuperatie, die onontbeerlijk is, zoals ook aangegeven door een arts van het UZ Gent.
Standpunt verweerster
De school stelt dat de leerondersteuning van de leerlinge niet eenzijdig is stopgezet. Ze staat enkel on hold, omdat de leerkrachten geen hulpvragen (meer) hadden, wat duidelijk meegedeeld én gemotiveerd is aan de indieners van de klacht. Hierbij is de regelgeving gevolgd. De leerondersteuning kan opnieuw opgestart worden als er een nieuwe ondersteuningsvraag komt vanuit het lerarenkorps. Het on hold zetten was zeker niet het gevolg van het feit dat de indieners een beroep deden op het Steunpunt voor Inclusie.
Volgens de school is er wel degelijk een zorgcel aanwezig. Er is met name een cel leerlingenbegeleiding die wekelijks vergadert. Deze cel bestaat uit een medewerkster van het CLB, iemand van het ondersteunend personeel en verschillende leerkrachten. De leerkrachten worden geselecteerd op basis van hun zorggerichte houding. Daarbij wordt ervoor gezorgd dat het team alle klassen binnen de school vertegenwoordigt.
De school ontkende in haar standpunt dat er een recent inspectieverslag van de school bestaat. Tijdens de zitting leggen de indieners van de klacht met goedvinden van de school een inspectieverslag neer dat in juni 2026, dus na het uitwisselen van de standpunten, werd gepubliceerd.
De school stelt dat het hele team zich inzet om alle leerlingen te helpen op verschillende vlakken, in de eerste plaats door goed les te geven, maar ook door tijdens de lessen leerlingen die het moeilijk hebben zo goed mogelijk bij te staan. Tijdens pauzes geven leerkrachten extra uitleg en doen ze meer dan hun best om leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te ondersteunen. Sommige van die leerkrachten moeten zelfs tegen zichzelf beschermd worden, omdat ze anders “zware dossiers” meenemen naar huis en die dag en nacht hun leven laten bepalen. Ook op psychosociaal en emotioneel vlak zijn er verschillende leerkrachten die proberen om via gesprekken de vinger aan de pols te houden bij de leerlinge. Dat wordt niet altijd in dank aanvaard. De school heeft de indruk dat ze niets goed kan doen voor de indieners.
Voor de inschrijving van de leerlinge vond een vergadering plaats tussen de ouders en de directie, in aanwezigheid van medewerkers van het leersteuncentrum en het CLB, waarbij heel duidelijk is uitgelegd hoe de school te werk gaat. In principe wordt verwacht dat de leerlinge alle leerplandoelstellingen nastreeft. Daarbij kan zij, afhankelijk van de aard van het vak, ondersteuning krijgen van zowel leerkrachten als medeleerlingen. Indien zich op het einde van het schooljaar problemen zouden voordoen, kan de delibererende klassenraad het dossier van de leerlinge betrekken bij zijn beoordeling.
De school is ervan overtuigd dat deze aanpak voor de leerlinge belangrijke psychologische voordelen biedt. In plaats van haar voor verschillende vakken vrij te stellen, kiest de school ervoor haar te motiveren en, waar nodig, te ondersteunen zodat zij, rekening houdend met haar beperkingen, op haar eigen wijze doelstellingen kan bereiken waarop zij fier kan zijn. Op die manier ligt de focus op haar mogelijkheden en verwezenlijkingen, eerder dan op haar beperkingen. De school stelt evenwel vast dat deze visie niet door de ouders wordt gedeeld.
De school overweegt zelf klacht in te dienen tegen de ouders omdat ze hun communicatie als intimiderend bestempelen. De school stelt dat ze altijd zakelijk, professioneel en beleefd is gebleven, zowel op inhoudelijk vlak als op het vlak van communicatie. Nochtans hebben de leerlinge en haar ouders het de school op dat vlak niet gemakkelijk gemaakt.
De school geeft daarvan de volgende voorbeelden:
- De ouders willen de leersteun opnieuw opstarten, maar waren tijdens een vergadering zo hard tegen de medewerksters van het leersteuncentrum dat die overwogen om hun job stop te zetten;
- De manier en de toon waarop de ouders communiceren met het schoolpersoneel heeft ervoor gezorgd dat sommige leerkrachten dreigden uit te vallen. Toen de directie hen daarop aansprak, zei de vader van de leerlinge “in mijn job verloopt dat ook regelmatig zo, ge moet toch tegen iets kunnen.”
- De leerlinge reageerde nooit op de mails die de school verstuurde om voor te stellen om problemen te bespreken.
De school ontkent dat ze niet zou hebben gecommuniceerd met de leerlinge en haar ouders. De school geeft aan dat zij omwille van privacy niet alle e-mails die verschillende leerkrachten stuurden kan voorleggen.
De school stelt dat alle leerlingen vermoeid zijn tijdens de weken voor de examens. Ze begrijpt dat de leerlinge daar nog meer last van heeft, door de onaangepaste infrastructuur van de school, maar de school botst hier op haar limieten in tijd en haar financiële middelen. Tijdens de eerste helft van dit schooljaar kon ze voor de klasgroep van de leerlinge geen vast klaslokaal voorzien omwille van organisatorische redenen, namelijk door een enorme stijging van het aantal leerlingen tijdens de laatste zes jaren, zonder dat de infrastructuur onmiddellijk kon meegroeien. Toch is de school er met haar beperkte middelen sinds januari 2026 in geslaagd om haar klasgroep een vast klaslokaal te geven (behalve voor de typische vaklokalen), waardoor de leerlinge nu ook optimaal gebruik kan maken van haar aangepast meubilair.
De school stelt bovendien dat de leerlinge resultaten haalt van rond de 85%, wat uitstekend is en aantoont dat de school voldoende redelijke aanpassingen biedt. De school vraagt zich af of de ouders verwachten dat hun dochter nog betere resultaten zou behalen.
De school heeft al een paar voorstellen gedaan om de vermoeidheid van de leerlinge tegen te gaan:
- De vakleerkrachten en een GOK-leerkracht hebben met de leerlinge tips overlopen om het gewicht van haar boekentas te beperken.
- De rugzak van de leerlinge vervangen door een trolley. De leerlinge wil hier niet op ingaan omdat dit “niet hip” zou zijn.
- Hulp van medeleerlingen om haar rugzak te dragen. De leerlinge heeft het daar psychologisch moeilijk mee, wat de school begrijpt. Daarom raadt de school aan dat de leerlinge psychologische ondersteuning zoekt om open te staan voor deze hulp.
- Het gebruik van een locker, waarbij een GOK-leerkracht de leerlinge kan helpen als ze vragen zou hebben.
- De school heeft altijd opengestaan voor het gebruik van een laptop in de klas. De leerkrachten zouden ook zo veel mogelijk met digitale boeken en documenten werken. De school stelt echter dat de leerlinge haar laptop niet gebruikt, zelfs niet na aandringen van de leerkrachten.
- Wanneer voor bepaalde vakken reeksen oefeningen gemaakt worden met een gelijkaardig moeilijkheidsniveau, kan de leerkracht aangeven dat een deel van die oefeningen verplicht zijn en een ander deel vrijblijvend.
- Tijdens evaluaties krijgt de leerlinge evenveel ondersteuning als tijdens de lessen.
- Bij uitstappen of de sportdag moeten de organiserende leerkrachten vooraf met de leerlinge communiceren over een oplossing die samen met haar uitgewerkt wordt. Het is de bedoeling om haar aan zoveel mogelijk activiteiten te laten deelnemen, of minstens te zorgen dat ze door louter aanwezig te zijn op sociaal vlak kan meegenieten.
Over de andere aanpassingen die de ouders vragen, stelt de school het volgende:
- Het vastleggen van de gemaakte afspraken: dit gebeurde al in een e-mail die de school aanvoert, waarin bovenstaande aanpassingen worden opgelijst.
- Het herstellen van de communicatie: de communicatieproblemen worden veroorzaakt door de ouders. De school is altijd bereid tot dialoog. Wanneer een vraag al meermaals beantwoord is, zal er echter geen nieuw, afwijkend antwoord op die vraag komen.
- De ondersteuning van het Steunpunt voor Inclusie opnieuw toelaten: Dit heeft volgens de school niet zo’n grote meerwaarde. De school heeft wel toegelaten dat vzw Fiola zou tussenkomen in de klasgroep om meer begrip los te weken bij de klasgenoten van de leerlinge. Dit heeft wel een positief effect gehad, zeker omdat ook de leerkrachten er bij de medeleerlingen op aandringen om hulp te bieden. Tot voor kort gaven deze medeleerlingen hier telkens opnieuw gevolg aan. De leerkrachten merken wel dat het enthousiasme van de medeleerlingen stilaan verdwijnt. Uit enkele discrete gesprekken met medeleerlingen blijkt dat zij het er wel moeilijk mee hebben dat de leerlinge hen onvriendelijk behandelt en dat ze nauwelijks een dankwoord over haar lippen krijgt.
- Visueel rustiger lokaal: Dit is het geval nu de klasgroep van de leerlinge een vast lokaal heeft.
- Een plaats vooraan bij de leerkracht: Dit is geen probleem.
- Tijdens de middagpauze ergens rustig kunnen lunchen en indien nodig ergens kunnen gaan liggen: Dit is mogelijk. In de bib is er een rustige zone met comfortabele zitzakken. Wanneer die vrij is, kan de ligbank in het EHBO-lokaal ook gebruikt worden. De vraag is wel of dit bevorderlijk is voor de sociale integratie van de leerlinge, vooral als de ouders bedoelen dat de leerlinge ook liever niet met haar medeleerlingen in de refter eet.
- Vrijstelling van lichamelijke opvoeding en van de huidige vervangende opdrachten die aanwezigheid in de les nodig maken: De leerlinge heeft drie jaar lang wel deelgenomen aan de lessen LO. De LO-leerkrachten waren dus verbaasd wanneer de leerlinge een doktersattest voorlegde waaruit bleek dat ze niet meer mocht deelnemen aan de turnlessen. Hoe jammer de school dat ook vindt voor de leerlinge, toch moeten ze zich schikken naar een doktersattest dat ‘vrijstelling van turnlessen’ vermeldt. De regelgeving stelt dan dat er aangepast vervangende taken moeten bepaald worden, die ervoor zorgen dat de leerling op een andere manier de doelen kan bereiken. De leerkracht LO organiseert dit op een bijzonder lichte manier en ook niet altijd. Dit beoogt een toepassing van de Vlaamse Onderwijswetgeving (vertaald naar het schoolreglement) én de sociale integratie van de leerlinge in de klasgroep. Die sociale inclusie is ook heel belangrijk voor de leerlinge, en de school begrijpt niet waarom de ouders niet wensen dat ze deelneemt aan alternatieve opdrachten voor LO maar wel het Steunpunt Inclusie willen inschakelen om haar sociale inclusie te verbeteren.
- Hulp bij goed met de computer leren werken en concreet maken wie welke hulp opneemt op school: Die hulp is al geboden door de ICT-coördinator. De leerlinge gaat hier echter niet op in. Onder andere omwille van deze problematiek is er door de school een nascholing voorzien voor het volledige korps over een paar softwareprogramma’s (Sprint en PDF Exchanger) om te kunnen helpen bij leerlingen die via de laptop notities nemen in de klas. Deze nascholing is gegeven door een medewerker van het leersteuncentrum. Het is wel noodzakelijk dat de leerlinge haar laptop wil gebruiken in de klas, anders zijn al deze inspanningen nutteloos.
- Het leersteuncentrum bekijkt met elke leerkracht voor elk vak: indien nodig zal dat gebeuren.
- In overleg schriftelijk opstellen van een plan met draaiboek van concrete activiteiten en ondersteuning voor uitstappen en extra activiteiten op school. De twee geplande buitenlandse reizen met overnachting (5de en 6de leerjaar) vragen een vroegtijdige aanpak: Dat is tot nu toe al gebeurd bij sportdagen en uitstappen. In het verleden is wel al vastgesteld dat inspanningen van de school zomaar van de tafel geveegd werden. Tijdens de sportdag in het eerste jaar was bijvoorbeeld een activiteitenbox klaargemaakt voor de leerlinge en was ervoor gezorgd dat medeleerlingen klaar stonden om de leerlinge in de groep op te nemen. Op de dag zelf werd gemeld dat de leerlinge afwezig was wegens ziekte. Na verloop van die sportdag waren de begeleidende leerkrachten heel emotioneel omdat ze vonden dat de sportdag de leerlinge veel deugd zou hebben gedaan. De school stelt dat de leerlinge vertelde dat ze niet mocht deelnemen aan de sportdag van haar ouders. Voor de uitstap naar Parijs (september 2026) en Londen (september 2027) zal het niet evident zijn dat de leerlinge deelneemt, gezien de aard van deze uitstap. De voorbereiding van Parijs loopt op zijn einde en binnenkort zal de school aan de ouders laten weten wat er eventueel mogelijk is.
- Op school wordt een concrete contactpersoon aangeduid voor het gesprek over de noden van de leerlinge: de contactpersoon is de directeur.
Van intimidatie kan er volgens de school geen sprake zijn. Zij communiceert altijd beleefd en hoffelijk, ook wanneer ze geconfronteerd wordt met onbeleefd en onbeschoft gedrag van de leerlinge en haar ouders. Er wordt op iedere klassenraad benadrukt dat hoffelijkheid essentieel is.
Tot slot vraagt de school zich af waarom de ouders zo graag willen dat hun dochter op de school blijft, als ze vinden dat het er allemaal zo slecht aan toe gaat.
Beoordeling door de Geschillenkamer
Uit de toelichting op de zitting blijkt dat de indieners van de klacht vooral duidelijkheid willen over de gevraagde redelijke aanpassingen. De Geschillenkamer zal hierna beoordelen of er sprake is van (I) het weigeren van redelijke aanpassingen; en van (II) Intimidatie.
I. Weigeren van redelijke aanpassingen
A. Algemene beginselen
Redelijke aanpassingen zijn aanpassingen waarop een persoon met een handicap recht heeft om te verzekeren dat die ten volle, daadwerkelijk en op voet van gelijkheid kan participeren in de samenleving. Die aanpassingen moeten obstakels voor een gelijkwaardige participatie voor de persoon met een handicap wegnemen. Een gevraagde aanpassing is dus een redelijke aanpassing als die er inderdaad voor kan zorgen dat de persoon met een handicap op gelijkwaardige manier kan deelnemen aan bijvoorbeeld onderwijs.
Een gevraagde redelijke aanpassing kan alleen worden geweigerd als ze een onevenredige belasting zou betekenen voor degene die de aanpassing moet doen.
Een discriminerende weigering van redelijke aanpassingen voor personen met een handicap vindt dus plaats wanneer:
- personen met een handicap een beperking ervaren in hun gelijkwaardige participatie in de samenleving;
- zij hiervoor redelijke aanpassingen vragen die obstakels voor gelijkwaardige participatie wegnemen;
- en die redelijke aanpassingen geweigerd worden, ook al betekenen ze geen onevenredige belasting. [6]
De indiener van de klacht moet feiten aanvoeren die een weigering van redelijke aanpassingen kunnen doen vermoeden. Het is dan aan de verweerder om te bewijzen dat de gevraagde aanpassingen onredelijk zijn of een onevenredige last zouden betekenen.[7]
De indieners van de klacht voeren aan:
- dat hun dochter als gevolg van haar CVI en diplegie motorische en visuele beperkingen heeft, alsook problemen met het verwerken van informatie en kampt met zware vermoeidheid en stress, waardoor sommige aspecten van het onderwijs en schoolleven voor haar zeer moeilijk zijn
- dat ze daarom de volgende aanpassingen nodig heeft in het onderwijs en schoolleven:
- alle lessen in eenzelfde lokaal
- een vaste plaats vooraan bij de leerkracht
- voldoende rust en rustpauzes
- een lichte boekentas
- gebruik van een laptop in de lessen
- vrijgesteld worden van onnodige oefeningen (herhaling)
- vrijgesteld worden van LO-lessen
- concrete ondersteuning van het leersteuncentrum om afspraken te maken over
- de opdrachten en evaluaties waarbij de beperkingen van de leerlinge een drempel vormen
- het lesmateriaal
- de bevordering van de sociale integratie
- voor externe uitstappen en extra activiteiten op school vooraf in overleg met de leerlinge en ouders een plan opmaken over hoe ze haalbaar kan deelnemen, met een op papier vastgelegd draaiboek van concrete activiteiten en ondersteuning
- dat de school deze redelijke aanpassingen weigert te implementeren.
De Geschillenkamer onderzoekt deze elementen achtereenvolgens.
B. Beperking gelijkwaardige participatie in de samenleving
De Geschillenkamer onderzoekt eerst of de leerlinge, als persoon met een handicap, een beperking ervaart in haar gelijkwaardige participatie in de samenleving.
De leerlinge heeft CVI en diplegie. Hierdoor ervaart ze motorische en visuele beperkingen. Ze heeft problemen met het verwerken van informatie en planmatig werken. Ze kampt snel met vermoeidheid en stress.
De school erkent dat de leerlinge beperkingen ervaart in haar deelname aan het onderwijs.
C. Redelijkheid van de aanpassingen
De Geschillenkamer onderzoekt in deze stap of de aanpassingen die de indiener van de klacht vraagt, redelijk zijn.
Een aanpassing is redelijk als ze ervoor kan zorgen dat de persoon met een handicap gelijkwaardig kan deelnemen in de samenleving. De aanpassing moet, met andere woorden, haar doel bereiken en afgestemd zijn op de behoeften van de persoon met een handicap. De redelijkheid van een aanpassing verwijst dus naar de relevantie, geschiktheid en doeltreffendheid van de aanpassing voor de persoon met een handicap.[8] Redelijke aanpassingen in het onderwijs worden afgestemd op de individuele noden van de persoon met een handicap en kunnen onder andere betrekking hebben op het curriculum, de organisatie van het onderwijs, de vorm van lesmateriaal, de infrastructuur van de onderwijsinstelling en de evaluatievormen.[9]
De term “redelijkheid” slaat niet op de beoordeling van de kosten van de gevraagde aanpassingen of de beschikbare middelen. Dit gebeurt in een volgende stap, waarin de Geschillenkamer nagaat of er sprake is van een onevenredige belasting.[10]
De indieners van de klacht stellen redelijke aanpassingen voor, die ze baseren op medische verslagen. De Geschillenkamer oordeelt dat de hierna opgesomde aanpassingen afgestemd zijn op de individuele noden van de leerlinge. Zij kunnen ervoor zorgen dat zij kan deelnemen aan het schoolleven en dat haar welzijn wordt bewaakt.
De school meent dat zij alle aanbevelingen nakwam. De indieners van de klacht zijn het hier niet helemaal mee eens. De Geschillenkamer overloopt hierna de verschillende aanpassingen:
1. Alle lessen in eenzelfde lokaal
De klusjesmannen van de school hebben een bijkomende ruimte kunnen vrijmaken en inrichten als klaslokaal. Sinds januari 2026 heeft de leerlinge een vast klaslokaal met aangepast meubilair. Naar de vaklokalen moet de leerlinge zich wel nog verplaatsen. Uit het overzicht met de redelijke aanpassingen van de school blijkt dat leerkrachten en leerlingen, indien nodig, helpen met het verplaatsen van de aangepaste stoel.
De indieners van de klacht erkennen dat het vaste klaslokaal in de regel in orde is, maar zij geven aan dat er ook bij toetsen soms een verplaatsing is naar een ander lokaal. De Geschillenkamer onderzoekt dit verder onder titel D. Onevenredige belasting.
2. Een vaste plaats vooraan bij de leerkracht
De school bevestigt dat de leerlinge altijd een plaats vooraan bij de leerkracht krijgt.
De indieners van de klacht trekken dit in twijfel, omdat dit volgens hen niet schriftelijk is bevestigd. Op de vraag daarover, tijdens de hoorzitting, geven zij echter geen concrete elementen aan (zoals voorbeelden) waaruit blijkt dat deze aanpassing niet zou zijn nageleefd. De indieners van de klacht tonen ook niet aan dat zij of de leerlinge de school daarover hebben aangesproken.
3. Voldoende rust en rustpauzes
De school stelt dat de leerlinge nog niet heeft gevraagd om buiten de refter te eten. Als zij dat zou willen, zou dat zeker mogelijk zijn. De school licht verder toe dat er in de bib een rustige zone is met comfortabele zitzakken. Er wordt toezicht gehouden op het respecteren van de stilte. Ook de ligbank in het EHBO-lokaal kan gebruikt worden als ze vrij is. Wel vraagt de school zich af of dit bevorderlijk is voor de sociale integratie van de leerlinge.
De indieners van de klacht verduidelijken het belang van zo weinig mogelijk prikkels. Hun dochter moet tijdens de middagpauze echt rusten.
De Geschillenkamer stelt vast dat er voldoende mogelijkheden tot rust worden geboden door de school. Hoewel de school dit waarschijnlijk goed bedoelt, is het niet alleen aan haar om de afweging te maken tussen rust en sociale integratie. Hiervoor moet vooral worden gekeken naar de adviezen van de specialisten en de wensen van de leerlinge. Op basis van het dossier stelt de Geschillenkamer geen weigering vast.
4. Een lichte boekentas
Uit het overzicht met de redelijke aanpassingen blijkt dat een GOK-leerkracht van de school de leerlinge concrete tips geeft voor het efficiënt gebruik van de lockers, zodat de boekentas lichter is. Bovendien wordt zij aangemoedigd om zoveel mogelijk digitaal te doen. De school bevestigde aan de indieners van de klacht ook schriftelijk dat de leerkrachten worden aangemoedigd om te werken met digitale documenten.[11] Leerlingen en leerkrachten helpen met het dragen van de boekentas. De school zorgt dus voor redelijke aanpassingen rond de boekentas.
5. Gebruik van een laptop in de lessen
De school bevestigde aan de indieners van de klacht dat de leerlinge de laptop mag gebruiken in de lessen en dat dit aan de leerkrachten werd gecommuniceerd.[12] De school bestelde de digitale versie van de schoolboeken en de bijhorende software. Het leersteuncentrum gaf een nascholing voor het volledige lerarenkorps over aangepaste software. De ICT-coördinator heeft verschillende keren aangeboden om de leerlinge te helpen met haar laptop.
De ouders benadrukken dat hun dochter geen complexe structuren kan zien en begeleiding nodig heeft, bijvoorbeeld door een goede mappenstructuur op het bureaublad van de laptop aan te brengen.
De Geschillenkamer stelt vast dat de leerlinge nog geen gebruik maakte van de door de school aangeboden hulp bij het gebruik van de laptop. Als blijkt dat de hulp niet volstaat, kan worden gezocht naar alternatieven.
6. Vrijgesteld worden van onnodige oefeningen
De school bevestigt dat aangepaste oefeningen mogelijk zijn en ze past dit ook toe. Zo is er een vrijstelling voor het schrijven van werkwoordvervoegingen en schriftelijke voorbereiding voor het vak Nederlands.
7. Vrijgesteld worden van LO-lessen
Uit de lijst met de aanpassingen blijkt dat de leerlinge in de eerste graad op eigen initiatief deelnam aan alle LO-lessen, ook al wilden haar ouders dit niet. In de tweede graad had de leerlinge een doktersattest om niet actief deel te nemen. De leerkracht voorzag in rustige vervangtaken voor haar en geblesseerde leerlingen. Hij probeerde de leerlinge wel zoveel mogelijk te betrekken bij de lessen en de klas. In januari 2026 ontstond er een discussie rond het uitvoeren van de vervangtaken. De school houdt vol dat zij vervangtaken moet geven, rekening houdend met het advies van de arts. De school deelde dan ook in een e-mail mee dat de leerlinge zich vanaf maandag 19 januari 2026 bij de aanvang van de turnles moest melden bij de turnleerkracht, voor het uitvoeren van een vervangtaak.
De indieners van de klacht verwijzen naar een attest van de huisarts van 15 december 2025, waarin wordt vermeld dat de leerlinge tot het einde van het schooljaar absolute fysieke en mentale rust dient te krijgen ter vervanging van deelname aan de lessen lichamelijke opvoeding.
De Geschillenkamer begrijpt dat de school veel belang hecht aan het behalen van leerdoeleinden en integratie in de klasgroep. Een redelijke aanpassing moet echter afgestemd zijn op de beperkingen die de leerlinge ondervindt. Uit het attest van de arts blijkt duidelijk dat de leerlinge nood had aan absolute rust. Door vervangtaken op te leggen heeft de school dus een gevraagde redelijke aanpassing geweigerd.
8. Concrete ondersteuning van het leersteuncentrum
Volgens de indieners van de klacht heeft de schooldirecteur de ondersteuning door het centrum eenzijdig en zonder motivering stopgezet nadat zij een beroep hadden gedaan op het Steunpunt voor Inclusie om te bemiddelen over de vraag rond redelijke aanpassingen.
De school betwist dat de ondersteuning werd stopgezet. Zij verduidelijkt dat er enkele maanden voor de inschrijving van de leerlinge een vergadering plaatsvond tussen de ouders, de directeur, de medewerkers van het leersteuncentrum en het CLB. Ook nadien is er nog ondersteuning geweest. Omdat er vanuit de leerkrachten op een bepaald moment geen vraag meer was voor ondersteuning, deelde de school enkel mee dat deze on hold werd gezet.
De cel leerlingenbegeleiding, bestaande uit het ondersteunend personeel, leerkrachten en het CLB, komt wel nog wekelijks samen om zorgvragen te bespreken.
De school geeft ook aan dat zowel het leersteuncentrum als de vzw Fiola ondersteuning heeft geboden op vlak van integratie van de leerlinge in de klasgroep. Het Steunpunt voor Inclusie betekende volgens de school geen grote meerwaarde. De indieners van de klacht kunnen zich vanzelfsprekend verder laten adviseren door het steunpunt als zij dat wensen.[13]
Uit de toelichting van de leersteuncentra Oost-Vlaanderen blijkt inderdaad dat het on hold zetten van de ondersteuning niet hetzelfde is als het stopzetten ervan.[14] Wanneer er opnieuw een vraag is kan die onmiddellijk terug worden opgestart. De school bevestigt ook dat de leerkrachten indien nodig de aanpak van hun vak samen zullen bekijken met het leersteuncentrum.
Tijdens de zitting van de Geschillenkamer verwijzen de indieners van de klacht nog naar een recent doorlichtingsverslag van de onderwijsinspectie, waarin zou worden bevestigd dat het leersteuncentrum te weinig wordt ingezet. De school reageert dat het verslag niet gaat over redelijke aanpassingen of begeleiding op kindniveau.
De negatieve punten gaan enkel over het inzetten van de GOK-middelen en het stroomlijnen van ondersteuningsbehoeften van de teamleden. De directeur bevestigt op de zitting alleszins dat de school aan de slag gaat met de werkpunten.
9. Een draaiboek voor externe uitstappen en extra activiteiten op school
De school verduidelijkt dat er geen algemeen draaiboek bestaat. Bij sportdagen en uitstappen krijgt de leerlinge vooraf uitleg over het verloop van de activiteiten. De school brengt verschillende e-mails bij waarin de ouders en de leerlinge informatie ontvangen.
Een deelname aan de uitstap naar Parijs (september 2026) en Londen (september 2027) zal volgens de school niet evident zijn. De organiserende leerkrachten hebben recent een rapport over de uitstap naar Parijs bezorgd aan de directeur waaruit blijkt dat ze het moeilijk zelf kunnen bolwerken. Er zal dus alleszins externe ondersteuning nodig zijn. Tijdens de hoorzitting is gebleken dat daarover nog niet is gecommuniceerd met de leerlinge of haar ouders.
De Geschillenkamer benadrukt dat de school nu spoedig in dialoog moet gaan met de indieners van de klacht en de leerlinge, om te bekijken of redelijke aanpassingen haalbaar zijn.[15]
Op dit moment kan de Geschillenkamer niet beoordelen of er werkelijk sprake is van de weigering van redelijke passingen.
D. Onevenredige belasting
Een vraag naar redelijke aanpassingen kan worden geweigerd als die redelijke aanpassingen een onevenredige belasting zouden betekenen. Dit concept lijnt af tot waar redelijke aanpassingen moeten worden geboden.[16] Hierbij wordt de impact van de redelijke aanpassing voor degene die haar moet doorvoeren en voor de ruimere omgeving bekeken in het licht van het doel van de aanpassing (de gelijkwaardige participatie voor de persoon met de handicap). Relevante factoren bij deze afweging zijn onder meer: de financiële en organisatorische impact van de aanpassing, de haalbaarheid van de aanpassing, de aanwezigheid van voor de hand liggende of wettelijk verplichte normen en de positieve of negatieve impact op anderen in de omgeving.[17]
Het is aan de verweerder om te bewijzen dat de gevraagde aanpassingen een onevenredige belasting zouden betekenen.
De school heeft het afgelopen schooljaar twee van de gevraagde redelijke aanpassingen niet toegepast: les in eenzelfde klaslokaal en vrijstelling van de LO-lessen of vervangende taken vanaf januari 2026.
1. Klaslokaal
De school geeft aan dat het tijdens de eerste helft van het afgelopen schooljaar onmogelijk was om een vast klaslokaal in te richten, door een enorme stijging van het aantal leerlingen en een onaangepaste infrastructuur. De school toont aan dat het inderdaad niet mogelijk was om een lokaal vrij te maken, zodat er sprake is van een onevenredige belasting op dat moment.
Ook na januari 2026 moest de leerlinge af en toe uitwijken naar een ander lokaal. De school verduidelijkt dat het vaste klaslokaal vrij krap is, zodat voor het afnemen van toetsen in bepaalde gevallen een groter klaslokaal moet worden gebruikt. De Geschillenkamer begrijpt dat het in die gevallen inderdaad een negatieve impact op het schoolgebeuren zou hebben om in het klaslokaal te blijven. De Geschillenkamer oordeelt dat er geen redelijke aanpassingen werden geweigerd op dit punt.
2. Vervangingstaken LO-les
In de procedure voor de Geschillenkamer heeft de school de indruk gegeven dat zij aan de lessen LO voor de leerlinge een bepaalde invulling heeft willen geven waardoor ook die lesuren, vanuit het oogpunt van de school, een meerwaarde bieden. De school heeft in die context gewezen op haar rol om het schoolprogramma vorm te geven en op juridische bezwaren om de leerlinge volledig vrij te stellen van het vak LO. De Geschillenkamer is van oordeel dat de eventuele belasting inzake het invullen van het schoolprogramma, door deze leerlinge vrij te stellen, niet als onevenredig kan worden beschouwd. Ook eventuele juridische bezwaren op dit punt worden niet concreet gemaakt en niet bewezen.
De school toont dus niet aan dat de weigering van de redelijke aanpassing bestaande uit rust tijdens de LO-les een onevenredige belasting vormt, voor de school, de leerkrachten of de andere leerlingen.
II. Intimidatie
Intimidatie op grond van handicap of gezondheidstoestand vindt plaats wanneer:
- zich ongewenst gedrag voordoet;
- dat verband houdt met de handicap of gezondheidstoestand van een persoon;
- en dat tot doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast en een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.[18]
De indieners voeren aan:
- dat de aanpak en de communicatie van de school ontoereikend en agressief is;
- omdat hun dochter omwille van haar handicap niet kan deelnemen aan het schoolleven op de manier waarop de school dat zou willen;
- en dat tot doel of gevolg heeft dat de waardigheid van hun dochter wordt aangetast en een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.
De Geschillenkamer onderzoekt of een intimidatie bewezen is in twee stappen. De eerste stap is vervuld als de indiener van de klacht feiten kan aanvoeren die het bestaan van een discriminatie kunnen doen vermoeden. Als de indiener van de klacht een vermoeden van discriminatie kan aanvoeren, moet de verweerder vervolgens kunnen bewijzen dat er geen sprake is van een discriminatie, door het vermoeden van discriminatie te weerleggen.[19]
Tijdens de zitting vroeg de Geschillenkamer aan de indieners van de klacht om concrete voorbeelden te geven van de intimidatie. Zij verwezen naar de volgende passage in het standpunt van de school: “Als de ouders … vinden dat wij zo slecht bezig zijn, waarom willen ze dan ten allen prijze hun kind(eren) bij ons op school houden?” Ze geven aan dat ze dit als kwetsend ervaren.
De Geschillenkamer stelt vast dat de communicatie tussen de ouders en de school niet optimaal verloopt. In de geciteerde passage uitte de schooldirecteur zijn frustratie. Hij heeft het gevoel dat de school, ondanks alle inspanningen, niets goed kan doen. De school heeft inderdaad verschillende mails gestuurd met vragen of voorstellen, waarop geen reactie kwam van de leerlinge of de indieners van de klacht. Naar de toekomst toe en in het belang van de leerlinge moet de dialoog met wederzijds respect hersteld worden.
De indieners van de klacht konden geen andere concrete voorbeelden van intimidatie geven.
De Geschillenkamer oordeelt dat op basis van het dossier geen intimidatie overeenkomstig het Gelijkekansendecreet aannemelijk gemaakt is.
Oordeel van de Geschillenkamer
Om die redenen oordeelt de Geschillenkamer:
- dat de verplichting om vervangende taken te verrichten tijdens de LO-les, terwijl de arts 100% absolute mentale en fysieke rust heeft voorgeschreven, een weigering is van redelijke aanpassingen voor personen met een handicap is en dus discriminatie in de zin van het Gelijkekansendecreet;
- dat er voor het overige geen weigering van redelijke aanpassingen in strijd met het Gelijkekansendecreet worden vastgesteld;
- dat er geen intimidatie op grond van handicap overeenkomstig het Gelijkekansendecreet kan worden vastgesteld.
Aanbevelingen van de Geschillenkamer
Om de vastgestelde discriminatie te beëindigen, beveelt de Geschillenkamer aan:
- als individuele maatregelen:
- om de leerlinge toe te laten als redelijke aanpassing rust te nemen tijdens de LO-les, zolang de arts dit noodzakelijk acht;
- om de dialoog te herstellen rond redelijke aanpassingen, zoals bedoeld in het Gelijkekansendecreet en toegelicht in dit oordeel, en meer bijzonder dringend de dialoog op te starten rond de uitstap naar Parijs;
- als structurele maatregel, om bij de beoordeling van vragen tot redelijke aanpassingen steeds rekening te houden met de specifieke noden van de aanvrager en helder te communiceren met de aanvrager(s) over de inspanningen die geleverd worden, de aanpassingen die na overweging geweigerd worden en de redenen hiervoor.
Voetnoten
- Artikel 13, § 5 VMRI-decreet.
- Artikel 13, § 4 VMRI-decreet.
- Overzicht concrete maatregelen per leerkracht.
- Bericht aan de leerlinge i.v.m. aanpak vermeende pestproblematiek.
- Artikel 16, § 6 VMRI-Decreet.
- Artikel 19 Gelijkekansendecreet.
- Artikel 36, §1 Gelijkekansendecreet.
- Zie Algemene opmerking nr. 6 (2018) over gelijkheid en non-discriminatie van het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap over de uitvoering van het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VRPH), § 25.
- Zie Algemene opmerking nr. 4 (2016) over het recht op inclusief onderwijs van het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap over de uitvoering van het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VRPH), § 30; Europees Hof voor de Rechten van de Mens 23 februari 2016, nr. 51500/08, Çam t. Turkije, § 66.
- Algemene opmerking nr. 6 (2018) over gelijkheid en non-discriminatie van het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap over de uitvoering van het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VRPH), § 25.
- E-mail schooldirecteur aan de ouders van 23 april 2024.
- E-mail schooldirecteur aan de ouders van 23 april 2024.
- Over ons - Ouders voor inclusie.
- htps://www-static.vrijeleersteuncentraovl.be/wp-content/uploads/2026/05/Ouderinfo.pdf.
- Zie over de procedure voor redelijke aanpassingen: oordelen 2025-0024, 2026-8, 2026-17 en 2026-27 van de Geschillenkamer.
- Zie Algemene opmerking nr. 6 (2018) over gelijkheid en non-discriminatie van het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap over de uitvoering van het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VRPH), § 25.
- Zie artikel 19 Gelijkekansendecreet en Algemene opmerking nr. 6 (2018) over gelijkheid en non-discriminatie van het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap over de uitvoering van het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VRPH), § 25- 26.
- Artikel 17, §1 Gelijkekansendecreet.
- Artikel 36, §1 Gelijkekansendecreet.